Cio D’or en Claudio PRC: Mentor en leerling gaan soul to soul op Upclose
'Die muziek bestaat niet, die moet je zelf maken’
‘Back to back? Die term gebruiken we niet hoor, dat vind ik zo lelijk!’ Het Berlijnse techno-enigma Cio D’or kent de Italiaan Claudio PRC letterlijk al vanaf zijn eerste release, die ze ontdekte via MySpace. Dan weet je hoe lang dat geleden is. Ze werd zijn mentor, maar aanstaande zondag op Upclose gaan ze voor het eerst ‘soul to soul’ met elkaar. ‘Heeft Woody92 bedacht, ik vind het een leuke term.’
Negenendertig jaar was Cio D’or toen ze besloot twee Technics SL1200’s te kopen. Muziek was al lang een factor in haar leven. Ze draaide house en ambient in bars, dus je zou kunnen zeggen dat ze dj was, maar op een dag zei iemand tegen haar: ‘Jij kunt echt niet mixen.’ Dat klopte eigenlijk wel, moest ze toegeven, en dus besloot ze zich het ambacht voor eens en voor altijd eigen te maken. ‘Ik heb twee jaar lang elke dag thuis geoefend. Ik was er compleet verslaafd aan, geholpen door mijn favoriete platenzaakeigenaar. Voor mijn eerste echte set werkte ik een half jaar lang alleen maar aan de opbouw, zodat ik écht kon mixen.’
Voor Cio D’or was techno nooit alleen een nachtleven-ding. Nog voordat ze dj werd was ze danseres, choreograaf, performer en onderdeel van de artistieke underground van het Berlijn van begin jaren tachtig. Ze studeerde moderne dans aan Die Etage in West-Berlijn, werkte mee aan theater- en filmproducties en maakte al vroeg zelf muziekcompilaties voor choreografieën en performances. Terwijl de stad nog een ommuurde enclave was vol kunstenaars, avant-garde en nachtfiguren, woonde zij in Kreuzberg en Neukölln, tussen de krakers, kunstenaars en muzikanten. Brian Eno en David Byrne waren minstens zo belangrijk voor haar ontwikkeling als later Detroit-techno zou worden.
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.
Kieskeurig
Ook buiten de clubcultuur bleef ze altijd multidisciplinair denken. Ze fotografeert, maakt korte films, componeert pianostukken en werkte aan muziektheaterproducties met orkestrale elementen. Zelfs haar technoplaten voelen vaak cinematografisch aan: niet gebouwd rond drops of effecten, maar rond ruimte, textuur en beweging. Ze denkt in dramaturgie, spanning en lichamelijkheid. Een set moet voor haar langzaam ademhalen.
Het komt met een precisie die grenst aan obsessie. Ze vertelt dat ze zomaar 2.000 tracks doorluistert om uiteindelijk misschien vijf platen geschikt te vinden voor haar sets. Nog steeds mixt ze liever handmatig dan synchroon digitaal. Tracks worden vertraagd, opnieuw opgenomen of alleen gedeeltelijk gebruikt als een hi-hat haar opgebouwde sfeer verstoort. Haar smaak is zo specifiek, dat ze uiteindelijk wel zelf moest gaan produceren. ‘Ik ging naar platenzaken met een heel specifiek idee in mijn hoofd. Dan zei ik: deze plaat is mooi, maar niet warm genoeg. Of: interessante sounds, maar ik mis iets. Op een gegeven moment zeiden ze tegen me: “Cio, Die muziek bestaat niet, die moet je zelf maken.”’
Sardinië
In 2004 debuteerde Cio D’or met de Hokus Pokus-EP, en die belandde met wat omwegen ook op Sardinië, waar Claudio PRC opgroeide in het kleine stadje Terralba. Sardinië, het grote eiland in de Middellandse Zee dat door de eeuwen heen werd overlopen door steeds nieuwe machten - van Phoeniciërs en Carthagers tot Romeinen en Spanjaarden - en zijn inwoners koppig en taai maakte. Maar er is ook altijd de romantiek van de zee. ‘Als ik nu terugga naar huis is het eerste wat ik doe in de auto stappen en naar het strand rijden. Dan ga ik gewoon zitten en kijk ik naar de golven. Dat geeft me rust. Het inspireert me en laat mijn verbeelding reizen. Ik heb die beelden en geluiden nodig in mijn leven. Water is altijd een van de belangrijkste elementen voor me geweest, niet alleen in muziek maar ook als mens.’
Claudio PRC was begin twintig toen hij Cio D’or ontdekte via haar releases op Prologue en Time To Express, labels die in die jaren de contouren tekenden van een nieuw soort hypnotische techno: minder functioneel, meer ruimtelijk, alsof de muziek niet vooruit duwde maar langzaam om je heen begon te ademen. Voor Claudio, die zich vanuit Sardinië steeds dieper ingroef in minimalistische techno, ambient en field recordings, voelde haar werk als een ontbrekend puzzelstuk. Niet hard of explosief, maar vloeibaar, dubby, filmisch en obsessief gedetailleerd.
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.
Andersom kwam Cio D’or hem op het spoor via MySpace, destijds nog een plek waar producers onafgemaakte tracks en vreemde experimenten met elkaar uitwisselden. Claudio had net zijn eerste muziek online gezet. ‘Ik hoorde meteen dat hij een eigen wereld had’, zegt ze nu. Ze raakte met hem in gesprek, draaide zijn muziek, gaf feedback en introduceerde hem later ook bij Tom Bonaty van het invloedrijke label Prologue. Daarmee werd Claudio onderdeel van dezelfde familie waarin ook Donato Dozzy, Mike Parker en Dasha Rush omheen cirkelden.
Claudio PRC loopt inmiddels zelf ook al bijna twintig jaar mee. Vanuit Sardinië groeide hij uit tot een vaste waarde binnen de diepe hypnotische technoscene, met releases op labels als Prologue, Semantica en Delsin, en optredens op plekken als Berghain, Labyrinth en Waking Life. Maar hij praat nog steeds opvallend nederig over zijn ontwikkeling. Over eindeloos oefenen, luisteren, opnieuw beginnen. Over hoe belangrijk ervaring is voor een dj. ‘Je kunt smaak hebben, techniek hebben, goede platen hebben, maar uiteindelijk leer je pas echt begrijpen wat muziek met een ruimte doet door jarenlang te spelen’, zegt hij. Juist daarom betekende Cio D’or zoveel voor hem. Niet alleen omdat ze hem bij Prologue introduceerde, maar omdat ze hem leerde hoe je een verhaal opbouwt zonder haast. ‘Nu pas heb ik het gevoel dat alles samenkomt’, zegt hij. ‘Alsof ik eindelijk volledig begrijp waar ik al die jaren naar op zoek was.’
Dezelfde taal
Wat Claudio en zijn mentor met elkaar verbond was niet alleen smaak, maar ook een manier van luisteren. Beiden denken in ruimte, textuur en lange spanningsbogen. Beiden gebruiken veldopnames, vertragen liever dan versnellen, en zien techno eerder als een mentale toestand dan als peak time-functiemuziek. Ze praten allebei in hun interviews opvallend vaak over stilte en over eindeloosheid. Alsof ze onafhankelijk van elkaar dezelfde taal hadden ontwikkeld.
En toch moet het een flinke uitdaging zijn om de samenwerking aan te gaan, als je Cio D’or zo hoort praten over de zorgvuldigheid waarmee ze haar sets voorbereidt. Claudio moet lachen als hij die vraag krijgt. Natuurlijk kent hij haar perfectionisme inmiddels door en door. ‘Maar dat is juist waarom ik zoveel respect voor haar heb’, zegt hij. Volgens hem zit de uitdaging juist niet in controle loslaten, maar in het vinden van een gezamenlijke flow. ‘Wij communiceren heel instinctief. We praten veel over muziek, over sfeer, over gevoelens, maar uiteindelijk gaat het erom dat je in het moment durft te luisteren. Dat is misschien ook waarom “soul to soul” eigenlijk beter past dan back to back.’
Claudio trekt een plaat uit zijn kast en zegt: ‘Deze wil ik zeker draaien.’ Het is Ø’s ‘Kvantti’/’Röntgen’, een 12 inch op het Finse label Sähkö uit begin jaren negentig. Cio begint meteen te glimlachen als de naam van Mika Vainio (Ø) valt. Voor haar was de extreem gereduceerde Finse sound van Sähkö een openbaring. ‘Je kunt met zó weinig sounds zóveel zeggen’, zegt ze. Spanning creëren zonder steeds nieuwe informatie toe te voegen: daarin zag ze een verwantschap met haar eigen manier van werken. Later draaide ze zelfs een keer samen met Ø in Japan, een land waar ze sowieso een bijzondere gevoeligheid voor diepe, langzame sets ervaart. Ok, die twee zitten op één lijn, dat is duidelijk.
Mika Vainio overleed in 2017 toen hij zes meter naar beneden viel van een klif in Normandië. Cio D’or is een leeftijdgenoot van hem, maar inmiddels wel tien jaar verder. En dat is zeker geen gegeven. Na twee heftige burn-outs kreeg ze kort na corona een zware kankerdiagnose voor haar kiezen. ‘Ze ontdekten pas laat wat ik had. Het was echt een nachtmerriejaar. De operatie duurde meer dan zes uur, daarna chemo, pillen, controles, ziekenhuizen, alles tegelijk terwijl het werk ook gewoon doorging. Maar een paar dagen geleden ben ik gestopt met de medicatie. Nu hoef ik alleen nog elke zes maanden terug te komen voor controle. Iedereen in het ziekenhuis zei: “Oké Cio, je hebt geen kanker meer, ga nu maar weer leven.”’