Kort na de release van haar album Reaspora kreeg zangeres en theatermaker Anne-Fay een dochtertje. Een bijzonder moment in haar leven, maar ze werd ook overvallen door zorgen, frustraties en zelfs woede naar de wereld toe. Aan de intense mix van emoties geeft ze de ruimte op haar nieuwe album +1.
De roze wolk. De meest hardnekkige mythe uit het menselijk bestaan. De geboorte van je kind, dat moet wel de mooiste gebeurtenis uit je leven zijn. Een overweldigend geluksgevoel moet daarbij vrijkomen, een golf van pure liefde die je de gebroken nachten, de frustratie over die weglopende peuter en al het geld dat je later zult besteden aan de opleiding van je nageslacht doet vergeten. Ergens is het natuurlijk waar: de liefde voor een kind is onvergelijkbaar, maar de stekeligheid van het leven als ouder prikt daar wel degelijk doorheen, merkte Anne-Fay Kops.
Tijdens haar zwangerschap ging ze op zoek naar voorbeelden. Naar liedjes, boeken, kunstwerken waarin vrouwen eerlijk spraken over wat moederschap met je doet, voorbij de clichés van de roze wolk en de slapeloze nachten. Ze vond verrassend weinig. ‘Het is zo’n levensveranderende ervaring’, zegt ze. ‘Die zo groot en ingrijpend is. En we verstoppen dat eigenlijk allemaal een beetje.’ Juist dat gemis werd een drijfveer voor de plaat. Want achter de memes over nachtvoedingen en peuterdriftbuien die je naar je vriendinnen stuurt, achter de grappige ‘jokedy-jokes’ over de minimale bijdrage van mannen in het biologische proces, zit volgens haar iets veel groters verscholen: de verwarring van vrouwen die proberen kunstenaar, partner, dochter en moeder tegelijk te zijn. ‘Ik had wel heel erg onderschat hoe moeilijk dat te combineren zou zijn’, zegt ze. ‘Na tweeënhalf jaar dacht ik pas: oh, nu kan ik weer maken zoals ik altijd maakte.’
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.
De mythe van het gezin
Toch is het niet helemaal waar dat er weinig kunst gemaakt wordt over moederschap. Het Centraal Museum in Utrecht had afgelopen jaar de expositie Good Mom/Bad Mom, met werken van onder meer Marlene Dumas, Rineke Dijkstra en Helen Verhoeven. Een expositie die ook verder kijkt dan de roze wolk en vanuit een hedendaags perspectief onderzoekt wat goed moederschap nu eigenlijk is. In de literatuur zijn schrijfsters als Anouk Kemper en Heleen Debruyne aan de slag gegaan met personages bij wie het moederschap op gespannen voet staat met hun eigen verlangens en ambities, en Lotte Houwink Ten Cate ontmantelde de mythe van het complete kerngezin. Om over de popmuziek nog maar te zwijgen. Alleen al dit voorjaar hoorden we single mom Robyn zingen over daten tijdens haar zwangerschap, en toonde Merol als zelfverklaard feeks haar twijfel over hoe haar artistieke persona samen kan gaan met een kinderwens. De overeenkomst? Veel van deze vrouwen zeggen net als Anne-Fay te weinig voorbeelden te hebben.
‘Waarom er op dit moment zoveel vrouwen zijn die dit doen? Ik denk toch dat het met de huidige feministische golf te maken heeft’, zegt Anne-Fay. ‘Dat vrouwen nu meer uiten wat er speelt, waar we dat vroeger toch meer binnenshuis hielden of voor onszelf hielden.’ Tegelijkertijd ziet ze ook de paradox van die verworven vrijheid. Vrouwen mogen inmiddels alles willen - kunstenaar zijn, moeder zijn, onafhankelijk zijn - maar in de praktijk blijken zorg en huishouden nog altijd grotendeels bij hen terecht te komen. ‘We zijn geëmancipeerd bij wet’, zegt ze. ‘Maar in heel veel gezinnen doen vrouwen nog steeds alle zorg voor kinderen en al het huishouden. Dus eigenlijk hebben we naast die fulltime job thuis ook nog een baan erbij gekregen.’
Beschermdrang
Dat moederschap schuurt hoor je het meest in ‘Mad Woman’, een nummer over woede als drijfveer. En dat is voor een vrouw zeker niet vanzelfsprekend, stelt Anne-Fay. ‘Tot ik moeder werd was ik eigenlijk helemaal niet zo’n boos persoon’, zegt Anne-Fay. ‘Ik ben juist iemand die dingen heel erg kan wegredeneren. Maar voor een ander zorgen vraagt iets anders van je. Sinds mijn dochter er is, kan ik ineens woede voelen op een manier die ik daarvoor niet kende.’ Die woede ziet ze niet als iets negatiefs. Integendeel. ‘Woede wordt vaak gezien als een slechte emotie, maar het is eigenlijk een hele positieve raadgever. Alleen bij vrouwen mag het er meestal niet zijn. Als meisje word je er niet voor beloond om boos te zijn. Bij mannen ligt dat anders.’
Tegelijkertijd merkt ze dat haar blik op de wereld fundamenteel veranderd is sinds ze moeder werd. ‘Ik kan niet naar nieuws over Gaza kijken’, zegt ze. ‘Ik word helemaal gek. Vroeger kon ik dat leed wel invoelen, maar nu moet ik het echt vermijden. Ik kan ook geen films meer kijken waarin kinderen doodgaan of ontvoerd worden.’ Ook in haar dagelijks leven zit die scherpte dichter aan de oppervlakte. ‘Als ik denk dat iemand onredelijk tegen haar is, voel ik dat meteen veel dieper. Dat beschermingsgevoel is zó intens geworden.’ En juist daarom wil ze de vurigheid van haar dochter niet afleren. ‘Andere ouders zeggen nu al: “Zo, ze is wel temperamentvol.” Maar ik denk alleen maar: laat haar maar temperamentvol zijn. Ze wordt straks een zwarte vrouw in deze wereld. Dat vuur moet aanblijven. De enige manier waarop ik haar enigszins kan beschermen, is kennis. Dat ze weet waar ze vandaan komt.’
Anne-Fay gebruikt vaak en graag het woord ‘village’ als ze over de opvoeding spreekt. It takes a village to raise a child, immers. Zonder die ‘village’ zou ze niet kunnen doen wat ze nu doet, denkt ze. Maar wat er binnen die village gebeurt, heeft ook weer impact op haar. ‘Vlak voordat ik zwanger raakte verloor een vriendin van mij haar kind. En daarna raakte ik zwanger, en dat was heel moeilijk. Die vriendschap is nog steeds niet helemaal hetzelfde. Niet omdat we ruzie hebben, maar omdat dat een te groot verdriet en een te grote blijdschap waren die heel moeilijk tegelijk konden bestaan.’
Ode aan moeders
Het album eindigt heel warm en liefdevol met ‘Yu Mama’, een Surinaams liedje dat al langer op Anne-Fay’s repertoire staat. Het is een ode aan haar moeder. Of nee: aan moeders in het algemeen. ‘Ik heb zes jaar in een gospelkoor gezongen en daar heb ik ‘Yu Mama’ geleerd. Ik was meteen verliefd op dat lied. Tijdens de voorstelling rond mijn album Reaspora zong ik het ook al, omdat die heel erg ging over mijn moederslijn en de verhouding van mijn moeder tot wit privilege. Toen ik dit album maakte en het bijna af was, voelde het logisch om daarmee af te sluiten. Om moederschap en roots samen te brengen.’
‘Het lied is voor mij ook een beginpunt geweest. Mijn opa wilde zo graag assimileren dat hij de taal niet heeft doorgegeven aan zijn kinderen, terwijl hij wel promoveerde op een proefschrift over Sranan. Via ‘Yu Mama’ ben ik zelf juist meer in Surinaamse muziek en taal gedoken, en nu werk ik ook met Surinaamse gedichten. Dus op allerlei vlakken is dit een belangrijk lied voor me. Eerst zong ik het voor mijn moeder, nu voor mijn dochter. Toen ik Typhoon vroeg voor een verse, was hij meteen aan boord. Ik had dat bij Reaspora ook: op een gegeven moment is er één song waarvan je voelt: nu is het compleet, nu is het rond.’