No Future: 1982, Doe Maar Manie

De Bom van Doe Maar is song van het jaar

Gijsbert Kamer ,

Naar aanleiding van de tentoonstelling God Save The Queen die op 2 maart opent in het Centraal Museum in Utrecht, blikt de VPRO uitgebreid terug op de periode 1977-1984, onder de titel No Future. Deze keer: 1982. Het jaar ervoor was je nog hip als je zei dat je die groen-roze plaat van Doe Maar goed vond. Lekkere reggae, beetje ska, goeie teksten: Skunk was een plaat waarmee je voor de dag kon komen. Dat was na maart 1982 wel anders.

Goed, je werd al een beetje gek van al die aandacht in de bladen voor Henny en Ernst, de twee ‘mooie jongens’ uit Doe Maar, die toen al tegen de 35 liepen. En toen de nieuwe plaat Doris Day en Andere Stukken uiteindelijk verscheen, was er eigenlijk niks meer aan. Alleen die flauwe titel al. Muzikaal leek de band ook een stap terug te doen. En eigenlijk had niemand het meer over Doe Maar.

Behalve de rest van Nederland dan. Want Doe Maar was dan misschien uit de gratie gevallen bij de trendvolgers en ‘hipsters’, Vooral de dertien-veertienjarigen hadden de groep nu ontdekt, wat tot een heuse Doe Maar Mania zou leiden. Zoals de Popencyclopedie van OOR schreef ontwikkelde Doe Maar zich tot de populairste groep die Nederland ooit had gekend: een Hollandse Beatles. ‘Doe Maar zijn de vriendjes, de oudere broers, de ouders en de minnaars van alle dertienjarige meisjes tegelijk.’

Fijn voor hun, maar wij richtten ons liever op het grote, meer volwassen werk. Maar achteraf was 1982 niet echt een jaar van de grote vernieuwingen. De enorme golf van Britse ‘wave’ bands die ook ons land overspoelde, kreeg niet echt een vervolg. Duitsland bood meer experiment, vooral met metaal-slachters als Die Krupps en Einstürzende Neubauten. Ook België kwam met behoorlijk wat goede ‘wave’ van bands als Brassers, Allez Allez, Jo Lemaire + Flouze en vooral TC Matic, wiens Oh La La La nog altijd tot de wave-klassiekers uit de jaren tachtig gerekend kan worden.

Maar werd het niet eens tijd dat de aandacht weer wat verschoof naar de VS? Was daar geen punk of new wave? Jawel, maar de eerste lichting New York-bands als Talking Heads en Blondie was toe aan opvolging. Talking Heads had al twee jaar geen plaat meer uitgebracht maar werd stilaan nog wel populairder. Bijna hadden ze dat jaar op Pinkpop gestaan, maar Smeets had het grootste deel van het budget aan ZZ Top besteed. Wat overigens niet mocht baten, want het festival werd dat jaar een drama, met nog geen 30000 bezoekers. Smeets bijna failliet met als gevolg dat vanaf dat moment Mojo de programmering overnam.

Het was een merkwaardig jaar, 1982. De donkere wave-muziek had z’n beste tijd gehad. The Sound stelde flink teleur met het dramatisch slecht geproduceerde All Fall Down. Het waren de meer optimistisch gestemde, soms zelfs escapistisch klinkende platen die de meeste indruk maakten: New Gold Dream van Simple Minds, If I Die, I Die van Virgin Prunes, Lexicon Of Love van ABC en Too-Rye-Aye van Dexys Midnight Runners. Mooi, maar waar was het verzet, het tegendraadse gebleven? Niet meer in Europa misschien, maar in de VS broedde het. Black Flag voerde een nieuwe lichting punkbands aan voor wie Dead Kennedys het ijkpunt was. En er doken overal gemeen klinkende garagepunk-bands op, al zou het nog een jaartje duren voordat die hier in Europa echt indruk zouden maken.

Het tweede album van de Gun Club uit LA, Miami, kreeg hier de aandacht waar het debuut Fire Of Love met het inmiddels klassiek te noemen Sex Beat iedereen nog leek te zijn ontgaan. En uit Australië was in 1980 de Birthday Party in Londen neergestreken, dat in 1982 hun tweede album Junkyard uitbracht. Muziek die vervaarlijk klonk. Terwijl de agressie die zanger Nick Cave op het podium uitstraalde al even gemeend leek. Er gebeurde wel wat dus, ondergronds. Maar het leek wel alsof de wave-bands in 1982 óf kozen voor de commercie - en zoals Orchesteral Manouvres In The Dark toegankelijkere, soms zelfs kitscherige muziek gingen maken – óf ze hielden er helemaal mee op.

Interessant was ook de stap die Joe Jackson maakte van boze, sarcastisch gebekte zanger met gitaar naar meer op latin gerichte piano-pop. Zijn album Night And Day was een complete verrassing. Geen gitaar op te horen, maar de muziek klonk feestelijk en fris.Het was tijdens een concert van hem in het Utrechtse Vredenburg tijdens de Night And Day tour dat Jackson zijn publiek wees op de Motown sound, met covers van Stevie Wonder en Martha Reeves & The Vandellas. Hij was zijn tijd vooruit, leek het. Want aan het eind van het jaar 1982 was Motown helemaal in de mode. Je had Phil Collins die in december You Can’t Hurry Love uitbracht (een cover van The Supremes) en The Jam had natuurlijk hun onweerstaanbare single A Town Called Malice uit. Die Motown beat bleek onweerstaanbaar, en hoewel die eigenlijk niet te horen was in Marvin Gaye’s Sexual Healing vonden we dat toch mooi.

Zwarte muziek en de geschiedenis ervan was iets waar we in eerdere jaren domweg de tijd niet voor hadden. Er was zoveel nieuws, terugkijken was niet nodig. Maar eind 1982, mogelijk door een gebrek aan actuele, niet al te platte dansbare pop, richtte het vizier zich ineens op Amerikaanse soul en funk. 1999 van Prince betekende een doorbraak, meer dan Controversy een jaar eerder. Marvin Gaye vond ook eigenlijk iedereen mooi, en toen in de laatste weken van 1982 Billie Jean ineens op de radio kwam waren we om. De rest van Thriller, daar vond ik (nog) niks aan maar die Billie Jean moest ik op 12” hebben, net als dat andere nummer waar ik al weken over in de NME las: The Message van Grandmaster Flash & The Furious Five. Hiphop heette dit, een genre dat ik alleen nog maar kende van de Sugarhill Gang, toch ook al weer drie jaar oud.
Maar wat klonk dit goed, en dan die teksten:

It’s like a jungle
Sometimes it makes me wonder
How I keep from going under
Don’t push me
Cause I’m close to the edge

Dit ging ergens over. Ik was dol op New Gold Dream van Simple Minds maar kon ze eigenlijk niet volgen. Welke droom? Was het allemaal zo opgeklaard ten opzichte van een paar jaar geleden? Nee. Zie de decembermoorden in Suriname hier en de Falkland-oorlog bij de Britten.

Ik genoot van de aalgladde maar razendknap gemaakte pop van ABC maar ook van de agressie van de Birthday Party. En in de zomer van 1982 leerde ik bovendien een andere band kennen die tot op de dag van vandaag favoriet is gebleven: The Fall. Hun Hex Enduction Hour kwam uit, ik zag ze met twee drummers in De Doelen in Rotterdam en raakte voor het leven gefascineerd door die merkwaardige Mark E. Smith met het soort C&A jasje aan dat mijn moeder voor me kocht toen ik dertien was.

Toen ik dertien was, had ik nog geen Doe Maar. Best jammer eigenlijk, want De Bom bleek achteraf een veel beter nummer dan ik dacht toen ik negentien was.