#Roadburn – Swans #Roadburn – Swans

Gastcolumn van publiciste Karin Spaink

, Karin Spaink

#Roadburn – Swans

Gastcolumn van publiciste Karin Spaink

Karin Spaink ,

Roadburns derde dag opende met Candlemass. Aangezien het nog vroeg was en Candlemass liefst twee uur en een kwartier zou spelen, besloot ik eerst een boel koffie te drinken en daarna ’s een kijkje te nemen.

Gastcolumn van publiciste Karin Spaink

Roadburns derde dag opende met Candlemass. Aangezien het nog vroeg was en Candlemass liefst twee uur en een kwartier zou spelen, besloot ik eerst een boel koffie te drinken en daarna ’s een kijkje te nemen. De band bleek tamelijk ouderwetse metal te produceren: degelijk, goed geolied maar weinig verrassend. De enige afwijking van het patroon was dat ze twee zangers hadden, die – heel lief – geregeld de armen om elkaars schouders sloegen en dan broederlijk zongen. Het verveelde me niettemin snel. Te veel quasi-melodieuze trillers (aan het einde van zowat elke regel, oh dear!) en te veel macho poses.

Bij het verlaten van de zaal liep ik Christoph Hahn tegen het lijf, de toetsenist van Swans. Het zou een running gag worden die dag: we bezochten steeds dezelfde optredens, liepen daar vervolgens gelijktijdig weg, zodat we elkaar telkens weer bij de zaaldeur tegenkwamen, en dan kort commentaar uitwisselden. Christoph had een boel lol, al betoonde hij zich licht bezorgd over Michael Gira: die was de avond ervoor plotseling doof geworden. Ja, dat komt ervan als je naar Caspar Brötzmann wil luisteren en dan een uur lang pal naast de amplifier blijft staan…

Next stop: Voivod. Die traden twee keer op tijdens het festival en Sas, de fotografe met wie ik geregeld praatte in de perskamer van het festival, was zo laaiend enthousiast geweest over hun show gisteren, dat ze me aanstak. Ze brachten een aangename mix van punk en trashmetal: korte, krachtige, snelle ritmes. Maar toch: ’t type muziek waar ik niet al te lang naar kan luisteren, er zit me te weinig variatie in. Christoph en ik waren het ook hierover eens :)

Naar Shrinebulder was ik erg nieuwsgierig: een doommetal band met een wisselende samenstelling; waaronder (meestal) leden van Neurosis, dat zelf industriële muziek speelt. Het bleek een goede combinatie. Shrinebuilder gleed vlekkeloos van trage doom naar vlijmend industrieel, en de zang van Neurosis’ front man Scott Kelly sneed er aangenaam dwars door- en overheen.

Niettemin ging ik voortijdig weg, ik wou mijn benen sparen. Straks kwam Swans: een van mijn allergrootste muzikale liefdes en tevens de slotact van het festival. Vandaar ook dat ik ditmaal – voor het eerst in anderhalve dag – geen Christoph zag toen ik de zaal verliet. Die stond zich immers backstage warm te draaien.

Zodra de grote zaal leeg liep, ging ik naar binnen. Gelukkig, mijn favoriete plek was nog vrij! Achteraan, pal onder het balkon, stond een reling waartegen het prettig achterover leunen was. Omdat het tevens de bovenste tree was van de zaaltrappen, kon je vanuit die positie tevens fijn over ieders hoofd heenkijken. Uitstekend zicht op het podium plus steun voor zwakke benen, mijn hartje, wat wil je nog meer?

Ik nestelde me op het bewuste treetje. Nog een half uur te gaan. Een uitstekend moment om wat te gaan lezen: ik had per slot van rekening ruim vijfhonderd goede boeken bij me plus een ingebouwde leeslamp. Ik pakte mijn Kindle en startte een vers boek.

*

Misschien kennen anderen dit fenomeen ook: kort voor een concert van een band waarvan ik oprecht houd, word ik tegen wil en dank, geen houden aan, plotseling nerveus en schichtig. Inmiddels snap ik waar die gespannenheid vandaan komt. Dat betekent niet dat die spanning dus is tenietgedaan. Integendeel: behalve nerveus voel ik me nu óók nog ’s belachelijk – want betrapt door mezelf.

De kwestie laat zich vermoedelijk het best beschrijven door een onderverdeling naar het object van die nerveuze spanning:

Egoïsme
. Ik hoop op een concert dat me verrast en nog lang bijblijft. Maar inmiddels ken ik de band in kwestie dusdanig goed – ze behoren immers tot mijn lievelingsbands! – dat ik stiekem bang ben dat ze mijn hooggespannen verwachtingen deze keer niet kunnen waarmaken, laat staan die overtreffen. Niettemin verwacht ik juist dát van ze. Ze zijn immers niet voor niets mijn lievelingsband? Om dat te zijn geworden moet je wel wat in huis hebben! Dus verwacht ik dat ze het bewijs van mijn gelijk leveren: overtref jezelf, overtref mijn verwachtingen. En alsjeblieft: zak niet voor het wrede examen dat ik jullie heb bereid. Want ik houd zo van jullie.

(Moraal: hoe meer je van een band houdt, hoe strenger en hoe valser je ze beoordeelt. Je meet ze permanent af aan hun allerbeste werk – erger: aan jouw ervaring van dat werk. Je zet ze zo hoog dat ze wel moeten vallen. En vervolgens neem je dat hen kwalijk.)

Reputatie
. Je hoopt (en stiekem: je verwacht) dat iedereen ondersteboven wordt geblazen door jouw band, door de mensen die jij zo hebt aangeprezen. Lukt de band dat, dan is dat een pluim in jouw reet: zie je wel, jij wist wat goed is, en nu weet de rest dat eindelijk ook! Lukt dat de band echter niet, dan is dat heus hun eigen schuld. Ze hebben niet hun best gedaan, terwijl jij iedereen nog zo lekker hebt gemaakt… Ze hebben je in de steek gelaten

(Moraal: die band is er niet voor jou, en al helemaal niet voor jouw reputatie. Misbruik ze niet. Ze hebben het al moeilijk zat.)

Altruïsme
. Je houdt van ze en je wenst ze erkenning, en bovenal: een weergaloos succes. Liefst had je dat de halve zaal op heur knieën viel, dat jouw band op handen werd gedragen, dat anderen je liefde volop deelden – en dat de band tot op het merg wist & voelde dat wat ze deden er écht toe deed. Dat het belangrijk en goed was, en niet onopgemerkt was gebleven. En verder hoop je, al even oprecht, dat iedereen hun cd’s koopt en dat de band in godesnaam muziek kan blijven maken.

*

Een belangrijke reden waarom ik van Swans houd is hoe Gira zijn bandleden opjaagt en afjakkert. Daarom wou ik ook graag hoog zitten en het podium kunnen overzien. Gira maakt steeds groepjes op het podium: de muzikanten keren zich dan naar elkaar toe. Het publiek doet er dan ineens geen donder meer toe, het enige dat telt is of de muziek klopt en het beste is dat ze kunnen. Ze spelen samen, ze spelen niet meer voor ons. Ze spelen alleen nog maar voor de muziek.

Ze houden elkaar nauwgezet in de gaten. Ja jij nu, en dan hij, en ik — nee niet nu – wacht – nog even – ja nú. Gira dirigeert. Hij is de absolute baas op het podium. Hij is de choreograaf en de slavendrijver. Een dwingende hand omhoog hier, een uitnodigend gebaar daar: jij, dit, nu, nee, ja goed! Gira vecht op het podium, hij beloont en straft, hij klapt met zijn zweep en vloekt met zijn blik. Bassist Chris Pravdica kreeg zichtbaar op z’n donder: Wel godverde-fuck! Dit moet beter!’ En warempel: het wérd beter. Wat de reden is dat iedereen Gira altijd alles vergeeft: de muziek wordt altijd beter. Dat hijzelf dan elke keer uit puur plezier een huppelpasje maakt zodra hij de muziek van zijn band aaneensmeedt tot een hecht ritme, maakt dat je ’m niet alleen vergeeft maar ook, en bovenal, gelooft. He’s in it for the music.

Daarnaast is Gira een meestermetselaar. Hij legt laag op laag in de muziek, het wordt complexer en voller, er ontstaat een massief geluid, en dan – na één gebaar – gebeurt er iets. Alles valt ineens stil. Of de opgebouwde kakafonie verdicht zich en blijkt al die tijd één enkel ritme te zijn geweest, één enkel ritme dat we nu pas ontwaren. En soms is de muziek zo hecht en dicht dat-ie je bij je nekharen optilt en dat je er waarlijk op kunt lopen.

Het duurde ruim twee uur en het was fantastisch. ‘Gira made Roadburn his bitch,’ twitterde iemand later. Nu geloof ik niet in dergelijke onderwerpingen, ook niet indien die uitsluitend muzikaal van aard zijn, maar het was inderdaad een optreden om je vingers bij af te likken. likken. Een waardig eind voor Roadburn!

*

Toen we later die avond in klein gezelschap op kroegentocht gingen, werd Michael steeds opnieuw door mensen aangeklampt: ‘Wat een geweldig optreden!’ Gira kreeg zoenen, sigaren en veel, erg veel complimenten. Ik vond dat buitengewoon verdiend. ‘Oh man, you are god,’ zei iemand zelfs.

Dat we op ’t laatst in een kroeg belandden waar werkelijk niks klopte van de muziek – toen we binnenkwamen speelden ze de Supremes, pal daarna Nina Hagen, en vervolgens eurotrash gabberdisco – vond ik wel passend. Want na dat optreden wou ik liefst dagenlang niks horen dat wél klopte, anders dan Swans.

Gelukkig zijn ze snel weer in Nederland: 20 juli in de Melkweg. Er zijn nog kaarten :)

nu op 3voor12