Ook in 2026 gaat de Muziekgieterij door met de muzikale ontdekkingsreizen van Zero For Three. Tijdens de eerste reis van dit jaar worden we verrast door jonge Belgen, chaotische Zeeuwen en furieuze Fransen. Het werd een avond voor de fijnproevers, maar het was soms moeilijk te verteren. Even doorbijten en genieten!

STRYKE

STRYKE verschijnt vijf man sterk op het podium. Zanger Liam Mola draagt een zonnebril die onmiskenbaar doet denken aan James McGovern van The Murder Capital. Met ‘Basement Song’ openen ze meteen lekker fel. Het nummer heeft een groovy opbouw en wordt gedragen door de soepel lopende baslijn van Kieran Brimioul, met korte, harde gitaarriffs die er als speldenprikken doorheen schieten. “Come down to my basement, I will show you something really nice,” klinkt het. Wij zijn dan wel heel benieuwd wat er voor leuks in de kelder te vinden is, maar daar krijgen we vooralsnog geen antwoord op.

STRYKE heeft in hun sound een duidelijke jaren-negentig-lofi saus. ‘This Is a Mantra’ wordt door Mola wordt aangekondigd als “een heel leuk nummer”. Hier komt die Belgische signatuur bovendrijven: een licht psychedelisch randje, maar toch toegankelijk en speels. In ‘Party for Two’ gaat het even mis bij de start, maar STRYKE herpakt zich snel en trekt het nummer naar een stevig slot, alsof ze zichzelf al spelend corrigeren. Bij ‘Slut for the Camera’ vertelt Mola dat ze tot nu toe vooral in cafés en jeugdhuizen hebben gespeeld en dat de aanwezige fotografen maar van het moment moeten profiteren om hem op de gevoelige plaat vast te leggen. “Het is insane om hier te staan,” zegt hij, waarna de titelregel ineens meer bravoure krijgt. ‘Like a Cannibalist’ blijkt het hoogtepunt van de set: overstuurd, strak gespeeld en met een energie waarin het talent van de band volledig naar boven komt. Daarna volgt een verrassende cover: ‘Napalm’ van Brakwater, een band die zelf amper zichtbaar is buiten twee nummers op Spotify. STRYKE maakt er een uptempo versie van, met fijne tempowisselingen die goed passen bij hun eigen materiaal.

In afsluiter ‘Competition’ gaan nog één keer alle registers open: een intense opbouw, steeds meer snelheid en richting het einde opnieuw die verschuivende ritmes die hun set kenmerken. De songs zijn kort en compact. STRYKE is zichtbaar op weg naar een eigen geluid. Met wat schaafwerk, meer speeluren en een groter publiek zal dat alleen maar scherper worden. Aan lef en zelfvertrouwen ontbreekt het in ieder geval niet.

STRYKE

STRYKE

Grote Geelstaart

Waar STRYKE de avond enigszins voorzichtig in beweging brengt, trekt Grote Geelstaart die deur vervolgens met kracht open. De mannen uit Zeeland verschijnen strak in het pak: witte overhemden, stropdassen, keurige kapsels. Het contrast met wat volgt is heel groot. Ze openen met ‘Muurvast’ en salvo’s van drums en gitaren die de zaal wakker schudden. Vervormde stemmetjes en vreemde soundscapes dwarrelen door de ruimte, terwijl jazzy drums en aritmische gitaren elkaar in de weg lijken te zitten. Alsof dat nog niet genoeg is, voegt zanger en gitarist Luuk Bosma er een merkwaardig dansje aan toe. De toon is gezet: dit wordt geen keurige set, maar gecontroleerde chaos á la Black Midi en soortgelijke bands.

Bij ‘Beton’ wordt een gitaar ingeruild voor een extra drummer, wat de dynamiek verder oprekt. Het stuk ontspoort volledig richting het einde, met een overstuurde saxofoon en de twee drummers die alles loslaten. Het is rommelig, luid en precies daarom zo effectief. Bij ‘Spookrijden’ blijkt dat het nog gekker en intenser kan. Oerschreeuwen snijden door het geluid, het ritme jaagt een nerveus gevoel door de zaal, totdat er ineens een breekpunt ontstaat. Drums en synthesizer vallen terug in een benauwde kalmte en een moment van ingehouden adem, voordat een opbouwende gitaar de spanning opnieuw opendraait. Daarna volgt een hypnotiserend stuk dat de tijd even stilzet. De herhaling werkt niet geruststellend, maar juist onheilspellend. Later in de set keert dat spel met dynamiek terug: rustige passages worden abrupt doorsneden door schreeuwen, melodieën door plots geweld. De zang schuurt, met daar tussendoor die rauwe uithalen die alles openbreken.

Afgesloten wordt met ‘Kickbokser’ en ‘Barch’. Het optreden van Grote Geelstaart voelt als een koortsdroom, waarin je voortdurend heen en weer wordt geslingerd tussen een nachtmerrie en benauwde rust. Het is vreemd, maar op een of andere manier klopt het. Dit is geen muziek voor tijdens een rustige werkdag op kantoor. Dit is muziek om alles eruit te gooien: om met een koptelefoon op door je woonkamer te dansen, meubels denkbeeldig omver te trekken en even volledig uit de pas te lopen met de buitenwereld.

Grote Geelstaart

Grote Geelstaart

Grote Geelstaart

Ni

Tegen de tijd dat Ni het podium betreedt is de zaal half leeggelopen. Veel bezoekers blijken vooral voor Grote Geelstaart te zijn gekomen. Wat overblijft is een kleiner maar aandachtiger publiek dat klaarstaat voor wat de Fransen te bieden hebben. De ruimte wordt gevuld met een dikke nevel, waarin dreigende tonen langzaam vorm krijgen. Dan barst het eerste nummer los in een staccato groove die meteen alle lucht uit de zaal lijkt te persen. Op het podium staat een arsenaal aan pedalen en effecten uitgestald. Het blijkt geen decor: alles wordt gebruikt. De bassist en drummer leggen een strak fundament, terwijl de twee gitaristen daarboven hun eigen verhalen spelen. Het is schurend, botsend, maar altijd binnen een scherp omlijnd kader. Het is muziek die voortdurend balanceert tussen orde en ontregeling. Venijnige metalpassages breken de composities open en geven de opgekropte spanning bij elk nummer even vrij spel.

Af en toe klinkt het alsof je luistert naar het boze stiefkind van Primus: die dominante basgitaar van Benoit Lecomte, die alles voortduwt en tegelijk ondermijnt. In elk stuk loopt een rode draad, waaromheen de band een eigen universum bouwt. Technisch is het subliem, bijna achteloos precies. Met ‘Rigoletto’ als signatuurmoment wordt duidelijk hoe extreem dat kan worden: de snelheid is nauwelijks bij te houden. Check het album Fol Naïs als je eens op het verkeerde been gezet wil blijven worden. Dit is mathcore voor gevorderden. De wiskunde-D-variant van muziek.

Ni

Ni

Ni