Wat minstens zo vaststaat, is dat Bram Vanparys — The Bony King of Nowhere — zich heeft omringd met een band die zijn songs naar een hoger niveau tilt. Gertjan van Hellemont (Douglas Firs) bijvoorbeeld, wiens gitaar even helder door de speakers galmt als zijn stem. Een muzikaal brein van het zeldzame soort, dat durven we hier gerust te stellen. Luister maar naar hoe hij via een megafoon ‘Everybody Knows’ een extra laag meegeeft. Of naar die heerlijk ontspoorde gitaaruitbarsting in ‘Slow Down’, die het nummer volledig uit balans trekt. Want toegegeven: Vanparys schrijft sublieme songs — de laatste twee platen horen zonder discussie bij het beste wat de Vlaamse indie de voorbije jaren heeft voortgebracht — maar het blijft in essentie ingetogen luistermuziek. En net daarom is de livevertaling zo cruciaal. Dat het daarmee meer dan snor zit, hoeven we je op dit punt eigenlijk al niet meer te vertellen.
Wel moeten we het nog even hebben over Simon Segers, zonder overdrijven een van de beste drummers van de Lage Landen. Hij schittert vanavond niet door te domineren, maar door hier en daar subtiel bij te sturen. Luister hoe dat lome, repetitieve ritme in ‘Silent Days’ je langzaam een andere wereld in zuigt. En hoe hij later, ogenschijnlijk terloops, roffeltjes laat opduiken die ons — heel even maar — aan Tom Skinner doen denken. Subtiel, trefzeker, en precies wat deze muziek nodig heeft.
Een ander hoogtepunt volgt wanneer Vanparys het publiek vraagt welke song hij solo moet brengen. Iemand roept dat hij beter “op zeker” speelt. “Dan was ik geen muzikant geworden,” kaatst Vanparys droog terug, en hij begint aan ‘The Garden’. Even laat hij een vleugje twijfel doorschemeren: zal hij de hoge noten halen? Natuurlijk mist hij geen noot. Zijn klok van een stem horen we vanavond vaak op z’n mooist, maar bij ‘Perfect Sense’ komt alles samen: beklemmend, kwetsbaar en toch ijzersterk.