Als Sjon ‘King’ Mobers het podium betreedt om de avond te openen, dan weet je dat het om een Oefenbunker show gaat. In samenwerking met De Nieuwe Nor worden er optredens geboekt onder de naam van het kleine, sympathieke poppodium dat vorig jaar helaas verloren ging. Elk optreden is een eerbetoon aan de DIY mentaliteit van de Oefenbunker en hoe kun je die mentaliteit beter verwoorden dan met 3 punkbands van eigen bodem. Het werd een avond vol vuige gitaren en een vriendschappelijke energie.

Mono Kids

Twee mannen uit Eindhoven, een ouderwetse bidon met water op het podium en verder niets dat afleidt van wat hier moet gebeuren. Mono Kids heten ze, maar ‘kids’ zijn het allang niet meer. Dit zijn muzikanten die hun kilometers hebben gemaakt, door de wol geverfd, met net genoeg zelfspot om het allemaal licht te houden. Afgelopen jaar traden ze maar liefst 36 keer op in heel Europa en vandaag zijn ze terug in Parkstad, waar ze met verschillende bands al eens stonden in de oude Nor en in de Oefenbunker.

Drummer Roelof van Driel meldt droog dat hij ook te huren is voor bingoavonden en bejaardenfeestjes. De toon is gezet: hier staan geen rocksterren, maar twee mannen die vooral zin hebben om te spelen. Wat volgt is een set die klinkt als een kruising tussen stonerrock, surfrock en punk: groovy, rommelig, vuig. De drums zijn snel en staccato, ergens tussen het lompe beuken en het strakke werk van Meg White in. Het is alsof haar leuke oom achter het drumstel is gekropen. De zang sluit daar naadloos op aan: niet loepzuiver, wel precies goed.

Mono Kids ramt de nummers er zonder omwegen doorheen. Geen lange praatjes, geen bruggetjes. Liedjes beginnen, bouwen op en eindigen vaak abrupt, alsof iemand plots de stekker eruit trekt. Soms voelt het als een veredelde jamsessie, maar dat is precies de charme: no nonsense, gewoon spelen. Het boeit niemand of het perfect klinkt. In de zaal zien we alleen maar lachende gezichten. Tussen de songs door wordt terloops de nieuwe plaat genoemd die in de foyer te koop is voor 15 euro: “Dat is maar twee euro vijftig per liedje.” Alsof het om schroeven gaat bij de bouwmarkt. De set bevat onder meer ‘L.O.V.E.’ en ‘Cherry Kisses’, waarmee ook het nieuwe album Lucky Guys wordt geopend. Het slotstuk is ‘Meat Abstract’ en dit nummer ontspoort in een riff die zo uit een Sonic Youth-nummer had kunnen komen.

Mono Kids bewijst dat je met twee akkoorden en de juiste houding zo op een podium kunt staan. “Iedereen naar de Action, gitaar kopen, twee akkoorden leren en je bent vertrokken”, zo luidt de boodschap van zanger en gitarist Michel Geelen. Qua uitstraling doemt ergens het beeld op van een oude Descendents platenhoes, maar dan met het poppetje zonder haar. Sympathiek, ongepolijst en oprecht. Precies zoals garagepunk hoort te zijn. Less is more.

Mono Kids

Mono Kids

KRAM

Na het sympathieke geraas van Mono Kids schuift de avond een versnelling omhoog. KRAM betreedt het podium alsof er daadwerkelijk iets op het spel staat. Het viertal zet overtuigend in met ‘The Mannikin’. Slicke gitaren, flitsende riffs en branie in zang en houding. Vanaf de eerste maten is duidelijk dat dit geen tussenstop is, maar een band die je bij de strot wil grijpen. Hun basis is alternatieve rock, maar daaronder sluimert iets rauwers, een punkhouding, protest en een onmiskenbare Ierse ondertoon in de stem. Frontman Tristan Gilligan draagt dat accent met zich mee. Hij woont al jaren in Nederland, maar is hoorbaar gevormd door een andere muzikale traditie. Soms doet het denken aan Britpop, soms aan Bloc Party, maar nooit als een kopie van een band in het genre.

De band bestaat in deze samenstelling een dik half jaar, maar speelt alsof ze al jaren op elkaar zijn ingespeeld. Het tweede nummer begint met een soundscape die langzaam overgaat in een spannende opbouw. De melodie schuurt tegen de jaren nul aan, zonder retro te worden. Bij ‘Sex Tape’ valt vooral de bassist op: energiek, beweeglijk en als aanjager van het geheel. Het publiek klapt mee zonder aansporing. Hier gebeurt het vanzelf. Uiterlijk en muziek vormen één geheel. Vintage trainingsjasjes, bijpassende kapsels, goede looks die niet geforceerd voelen. Authentiek, niet omdat het zo hoort, maar omdat het klopt. De muziek houdt het midden tussen oude punk à la The Stooges en de nieuwe postpunkgolf, met voldoende variatie zonder dat de samenhang verloren gaat.

Hoogtepunt van de set is ‘The Crown’. Een golvend begin, waarbij de jaren tachtig even om de hoek komen kijken gevolgd door een opbouw met tempowisselingen, gloomy gitaren en venijnige explosies. Het nummer ademt spanning en laat horen hoe goed KRAM dynamiek beheerst. Met ‘Seize the Mind’ verandert de energie van richting. Gilligan levert een vlammend politiek betoog tegen mensen die anderen hun vrijheid afnemen. De brug wordt gedragen door de basgitaar, waarna hij met microfoon de zaal in stapt. Tussen de mensen in gaat hij op de vloer zitten en ook het publiek gaat zitten. Even is er geen podium meer, alleen een gedeeld moment. In een korte stilte verwijst Tristan naar alle landen waar momenteel oorlog en onderdrukking is. Een boodschap die oprecht overkomt en geen moment gemaakt voelt. De set eindigt met ‘The Game’. Een psychedelische opmaat en een repeterend ritme dat aan Fontaines D.C. doet denken, totdat de noisy explosie aan het eind alles openbreekt. Een heerlijk slotakkoord. Alles klopte tijdens dit optreden: de songs, de dynamiek, de overtuiging. Een eerste EP is in de maak. Na dit optreden is de reactie vanzelfsprekend: bring it on guys. Wat een overtuiging!

KRAM

KRAM

Rats and Daggers

Rats and Daggers: drie muzikanten, samengebracht door een gedeelde drang om alles wat netjes is aan flarden te spelen. De band ontstond in Utrecht en vond tijdens de coronaperiode zijn definitieve vorm nadat eerdere bezettingen uiteen waren gevallen. Imara Speek, Camilo Ulloa en Sander Koene besloten het over een andere boeg te gooien: compacter, harder en compromislozer. Vanavond spelen ze hun volledige repertoire, plus één nieuw nummer. Onder de tonen van Luciano Pavarotti start de show met ‘Kees. Meteen is daar die intensiteit: veel expressie in de zang, een band die geen seconde aftast maar vol erin vliegt. ‘Blind blijkt al vroeg een van de sterkste momenten van de set. Theatrale zang, repeterende drums en basgitaar en een lang uitgesponnen einde dat blijft hangen.

De band speelt met overgave, waarbij vooral Speek alles geeft wat ze heeft. Bij ‘Warning Sign’ kruipt de dreigende sound onder de huid. Het ritme had zo uit een jaren-90-electroplaat kunnen komen; de basgitaar draagt het nummer en maakt het donkerder dan donker. Met ‘Monophobia’ en ‘Vampires’ keren twee songs terug die al meer dan een jaar niet op de setlist stonden. In de zaal verschijnen voorzichtig de eerste dansbewegingen. Dan volgt bij ‘Half Hanged Mary’ een mooi meezingmoment. “I am the witch!” Speek springt van het podium en rent schreeuwend door de zaal. Even is er geen scheiding meer tussen band en publiek. Daarna volgt de première van ‘Sleepwalker’, een nummer dat voor het eerst live wordt gespeeld. Een volgend hoogtepunt is ‘Mississippi’ en ook dit nummer wordt weer gedragen door die dreigende basslijn en een scheurende, repeterende gitaar. Het nummer is dansbaar, bijna exotisch van ritme, maar tegelijk doordrenkt van een passieve agressie die het spannend houdt. Bij ‘Pulp Video’ komt de noise kant sterker naar voren. Het nummer klinkt overstuurd, rafelig en compromisloos.

Af en toe druppelt er een plukje mensen binnen vanuit de grote zaal, waar een U2-tribute speelde. Snel een filmpje voor het thuisfront (“kijk ik heb ook nog een échte band gezien vandaag”) en weer weg. De laatste fase van de set begint met ‘Weary Willy’, een nummer over de waan van de dag en het telkens opnieuw hetzelfde doen. Dansbaar, aritmisch, steeds sneller, steeds opgefokter. Rats and Daggers houdt de spanning vast tot het einde. Bij ‘Dramamama’ volgt een krachtig slot en de eerste (en enige) moshpit van de avond. Die had de band eigenlijk al eerder verdiend. We eindigen met een collectieve oerschreeuw, alsof alle ellende er in één keer uit moet. Rats and Daggers zet een uitstekende show neer: intens, gelaagd en zonder inzinking. Een band die in de Nieuwe Nor en de Oefenbunker al een naam voor zichzelf heeft gemaakt en die hier ongetwijfeld nog vaak zal terugkeren.

Rats and Daggers

Rats and Daggers

Rats and Daggers

Rats and Daggers