Track by track: 10x Steve Rachmad

Een carrière in tien sleutelmomenten

Steve Rachmad

45 jaar. De meeste dj’s zijn het nog niet eens, laat staan dat hun carrière zo lang onderweg is. Maar Steve Rachmad is dan ook een van de pioniers van de techno in Nederland. Zaterdag 18 april viert hij zijn jubileum in de Amsterdamse club Tilla Tec. Dekmantel brengt binnenkort zijn eerste album in twintig jaar tijd uit, en ondertussen ontsluit Rachmad zijn back catalog via Bandcamp. Tijd voor een deepdive in zijn rijke archief, met tien mijlpaaltracks.

  1. Sterac – ‘Astronotes’ (1995)

    ‘Het was mijn eerste echte album, The Secret Life Of Machines, en het voelde alsof het daar begon. Ik zat nog op school, dus muziek maken ging samen met huiswerk en die druk. Mijn vader werkte bij een zetterij waar ook OOR werd gedrukt, en op een gegeven moment liet een collega hem een recensie van mijn plaat zien. Dat was voor hem het moment dat hij zag dat het serieus was. ‘Astronotes’, dat twee delen heeft en bijna een kwartier duurt, voelde meteen speciaal. Tijdens het maken wist ik: dit is anders. Alles moest in één take, alle kanalen zaten vol en ik moest precies onthouden wanneer wat open moest. Het voelde alsof ik een orkest stond te mixen. Op een gegeven moment kreeg ik kippenvel. Misschien is dat wel mijn meest bijzondere track.’

    Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

    cookie-instellingen aanpassen
  2. Sterac – ‘X-Tracks’ (1995)

    ‘Deze track was technisch gezien een ontdekking. Ik gebruikte één geluid op twee kanalen, links en rechts, maar niet identiek. Met de mixer heb ik die tegen elkaar in gesweept. Daardoor ontstaat dat phasing-effect, maar dat heb ik dus handmatig gedaan. Die specifieke mixer kon dat, latere mixers niet meer. In die tijd gebruikten we de mixer echt als instrument, dat besef je nu bijna niet meer. Het ging om ontdekken, om kijken wat er gebeurt als je dingen anders doet. Voor mij was dit zo’n moment van: wow, dit werkt. Niet eens mijn favoriete track, maar wel een belangrijke stap in hoe ik geluid begon te benaderen.’

    Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

    cookie-instellingen aanpassen
  3. Steve Rachmad – ‘A Lot Of Love’ (1998)

    ‘Dit project op Outland was mijn plek voor simpelere, clubgerichte tracks. Niet te diep, niet te ingewikkeld, gewoon direct. Ik samplede bijna nooit, maar bij deze track wel, en meteen extreem: een lange loop uit ‘Haven’t You Heard’ van Patrice Rushen. Dat deed je toen gewoon, zonder clearance. Het bijzondere is dat ik het idee al in mijn hoofd had voordat ik überhaupt een sampler had. In die periode maakte ik enorm veel muziek. Ik zag toen hoe producers als Adam Beyer en Marco Corola met studio’s buiten de deur werkten, allemaal bij elkaar in één gebouw, en dacht: dat ga ik ook doen. Maar dat werkte voor mij totaal niet. Ik moest erheen, en als het regende of ik geen zin had, ging ik niet. Ik heb nog nooit zo weinig gedaan als in die periode. Uiteindelijk heb ik alles weer naar huis gehaald. Ik moet gewoon in mijn onderbroek de studio in kunnen stappen, anders werkt het niet.’

    Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

    cookie-instellingen aanpassen
  4. Sterac – ‘Alastria’ (1998)

    ‘Op mijn tweede album Thera voelde niet alles voor mij zo sterk als bij Secret Life Of Machines. Daardoor kregen sommige tracks minder aandacht, terwijl ze voor mij juist persoonlijk zijn. ‘Alastria’ is daar één van. Het is een emotionele, muzikale track, meer iets voor een opbouw of het einde van een set, niet voor de piek. Te soft voor een grote zaal zoals bij Awakenings, waar ik destijds veel draaide. Dat album was een mix van stijlen: mooie luistertracks en dansvloertracks. Het had niet die natuurlijke flow van mijn eerste album. Misschien heb ik mezelf daarin gestuurd, omdat ik dacht dat er ook clubtracks op moesten. Daardoor is deze track een beetje onderbelicht gebleven, wat een beetje recht gezet is met een rerelease op Delsin een paar jaar geleden.’

    Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

    cookie-instellingen aanpassen
  5. Ignacio – ‘Virton’ (2001)

    ‘Ik krijg elke week wel een bericht van iemand: “masterpiece!” Dan denk ik: huh, waarom nou juist die? Ik heb hem in een uur gemaakt en niet eens perfect afgemixt. Ik heb hem zelf nooit bijzonder gevonden. Hij is spontaan, dat wel, maar te simpel naar mijn gevoel. Toch blijft hij maar terugkomen. Bijna dagelijks sturen mensen hem door of taggen ze me. Dat blijft vreemd, hoe dat werkt. Ignacio ontstond omdat ik die naam zag en dacht: wat een coole combinatie van letters. Ik wist niet eens dat het een normale Spaanse naam was. Het stond voor simpele, serieuze club techno, een beetje Detroit-achtig. Maar juist die track, waar ik zelf weinig bij voel, is voor anderen blijkbaar precies raak.’

    Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

    cookie-instellingen aanpassen
  6. Parallel 9 – ‘Index’ (2001)

    ‘‘Index’ zit dan weer heel dicht bij mij. Die draai ik nog steeds regelmatig. Vooral dat moment waarop de track openbreekt, dat is precies mijn gevoel en mijn manier van denken in muziek. Als ik hem nu terugluister hoor ik wel allerlei technische fouten: klank, balans, dingen die te schel of te hard zijn. Maar het was een live take, alles in één keer opgenomen. Dat moment, dat gevoel, dat kun je niet plannen of later herstellen. Misschien had ik hem netter kunnen mixen, maar dan had hij dat directe effect verloren. Dit is een track die op je afkomt in een club. Dat rauwe, dat ongepolijste, dat is juist wat hem laat werken. Dat was voor mij belangrijker dan perfectie.’

    Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

    cookie-instellingen aanpassen
  7. Sterac Electronics – ‘Tuning Into Frequencies’ (2016)

    ‘Sterac Electronics is mijn electro/disco alter ego en eigenlijk een van mijn belangrijkste projecten. Dat warme, elektronische disco-gevoel uit de jaren tachtig zit diep in me. Daarom heb ik ook die oude machines gekocht, zoals een Minimoog en Oberheim. Electro kan kil zijn, maar ik zit meer aan de disco-kant, warmer en muzikaler. Deze tracks lagen al jaren op de plank. Tom Trago hoorde ze toen hij hier een keer kwam eten en kwam er later op terug. Hij wilde ze uitbrengen, terwijl ik er zelf nog geen plan mee had. Dat maakte het bijzonder: muziek die ik puur voor mezelf maakte, kreeg ineens een plek en betekenis buiten mijn eigen studio.’

    Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

    cookie-instellingen aanpassen
  8. Dam Swindle – ‘Yes, No, Maybe (Sterac Electronics remix)’ (2017)

    ‘Ze verwachtten een techno remix, maar daar voelde ik niets bij. Soms werkt dat gewoon niet. Toen ik de vocals hoorde, ging het bij mij automatisch richting jaren tachtig. Als er zang in zit, trek ik het vaak naar een disco- of Italo-achtige sfeer. Dat zit gewoon in mijn systeem. Ik heb deze remix gemaakt in Thailand, op vakantie, met mijn laptop op schoot. Dat was trouwens de laatste keer dat ik op vakantie ben geweest, in 2017. Erg hè. Alles ingespeeld digitaal, maar met sounds die ik thuis ook heb, zodat ik het later goed kon afmixen. Het is niet iets wat ik standaard draai, maar als ik mijn disco-kant op ga, kan hij ineens perfect werken. Het ontstond buiten verwachting, maar wel heel organisch.’

    Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

    cookie-instellingen aanpassen
  9. Joseph Capriati – ‘New Horizons (Sterac Electronics Italo remix)’ (2021)

    ‘Toen ik die track van Capriati hoorde, viel vooral die stem op: een oudere Italiaanse zanger en saxofonist, James Senese, die trouwens eind 2025 is overleden. Dat bracht me op het idee om er een Italo-achtige remix van te maken. Er zaten ook live elementen in, zoals sax, en die wilde ik behouden. Dat vind ik altijd mooi bij remixen: echte muzikale stukken laten staan en daar omheen bouwen. Ik maak zelden Italo, dus dit was iets bijzonders voor mij. Soms hoor je een remix en voel je niets, maar hier had ik meteen inspiratie. Ook de achtergrondzang vond ik sterk, daar heb ik veel omheen gewerkt. Het werd een natuurlijke richting, niet gepland, maar wel precies goed.’

    Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

    cookie-instellingen aanpassen
  10. Sterac – ‘Score 3.0’ (2021)

    ‘Dit ontstond midden in corona. Niemand wist of we ooit nog zouden draaien. Ik dacht: als dit stopt, wat kan ik nog meer? Toen ben ik filmscore gaan verkennen. Ik maakte deze track als intro voor een set bij een stream in Berlijn, voor Ben Klock’s Photon op ARTE, en draaide toen alleen eigen werk, omdat ik geen nieuwe muziek luisterde. Er was toch geen clubleven, dus ik focuste volledig op mijn eigen tracks. Ik wilde iets maken dat als een orkest klonk. Ik was nog zoekende, dus niet alles is technisch realistisch, maar het voelde goed. Die periode heeft me veel gebracht. Ik heb nog veel meer materiaal liggen met orkestgeluiden. Het is iets wat zeker nog verder gaat komen.’

    Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

    cookie-instellingen aanpassen