Oscar and the Wolf zit in zijn roze discowolkjesfase, en dat is een aangenaam nieuw tijdperk voor de headliner van de zaterdag.

Amai. Dat glittershirt van Max Colombie, daar hebben we al boeken over volgeschreven. Hoe de zwaartekracht eventjes wordt opgeheven wanneer hij ermee over het podium zwiert. Hoe de sterren in zijn reflectie meedeinen. Hoe de aarde om zijn as draait. Hoe het hart van een normaliter zo nuchtere muziekjournalist plots een sprongetje maakt als dat glittershirt in zijn gezichtsveld verschijnt. En Max Colombie heeft vandaag iets nieuws in zijn arsenaal. Discobolhandschoenen. Ze zijn schitterend. Duh.

Op Lowlands zagen we afgelopen jaar hoe de Belgische superster Colombie zijn wederopstand beleefde: de ene na de andere show had hij gecanceld omdat hij in gevecht moest met zijn demonen – een giftige cocktail van depressie en verslaving –, en in Biddinghuizen vierde hij zijn emotionele terugkeer. Wie zijn muziek aandachtig luisterde, wist al dat hij een nogal ongezonde relatie had met de nacht. De nacht als het zwarte gat, met zijn allesverzengende aantrekkingskracht die je opslokt als je te dichtbij komt. En de mannen die je in de nacht kunt tegenkomen, in wiens schaduw je wil veranderen, voor wie je alles wil opgeven, voor wie je wil verdwijnen.

Max Colombie ziet er vandaag niet uit alsof hij is verdwenen, gelukkig. Nee, vandaag drijft Max Colombie op een roze wolkje. Na de wat logge openingssong ‘Warrior’ (dat een anthem werd voor zijn mentale strijd) schakelt hij namelijk over op een nieuwe muzikale liefde: de disco. Nieuwe songs als ‘Donnie’s Dream’ en ‘Dancing Machine’ krijgen vederlichte funkgitaarslagjes mee, pompende baslijnen en een percussionist die niet bang is om chimes te gebruiken, en ook oudje ‘Breathing’ krijgt een Dua Lipa-makeover. Het wordt direct vastgelijmd aan ‘On Fire’, een psych-discotune die wel wat wegheeft van Tame Impala ten tijde van Currents.

Tekst gaat door onder foto.

HET CONCERT:
Oscar and the Wolf, Stage One, zaterdag 11 juni

HET PUBLIEK:
Drijft mee op het roze wolkje, hele vriendengroepen wiegen arm in arm liefdevol mee

WAS HET GOED:
Max Colombie heeft meer starpower dan de rest van Hilvarenbeek bij elkaar opgeteld, en met de discovibes kan Oscar and the Wolf voorlopig prima vooruit

HET NUMMER:
Dit keer een nieuwtje: zwelgzwijmeldiscotune ‘Fever’

HET MOMENT:
‘Who the fuck am I?’, brult Colombie. ‘I’m your nostalgic bitch.’

Dat is natuurlijk een dikke vette worst voor Best Kept Secret op zaterdagavond, de avond om eventjes écht gek te gaan. Hele vriendengroepen haken elkaar in de armen om liefdevol mee te deinen, de glitter-dertigers hupsen van links naar rechts en vice versa en ook de jongere indiekids vooraan zweven mee op het wolkje van Max. Het is niet bomvol op het veld, ook in het voorste vak is er vrij veel bewegingsruimte, maar to be honest: is dat niet de lekkerste manier om een show te beleven?

Zeker wanneer Oscar and the Wolf opbouwt richting het stevigere deel van de show met drietrapsraket ‘You’re Mine’. Hij begint klein, emotioneel. Om een gedempte, moderne housebeat mee te krijgen. En uiteindelijk nog eens tot ontploffing te komen. ‘Exotic’ knakt die spanningsopbouw helaas een beetje, maar de euforische zwelgdisco van ‘Fever’ is dan wel weer te gek, zeker wanneer de visuals (basically het hoofd van Max in extreme close-up, maar er is niets dat we liever zouden zien) steeds verder vervagen, alsof de eerste pil net inklapt.

HET MOMENT:

‘I’m a motherfucking starboy’, citeert Max Colombie The Weeknd in het slot. En zo is het.