Roos van Tuil beleefde in 2020 het ergste jaar uit haar leven. Ze schreef het van zich af op Honey, WTF, het debuutalbum van TAPE TOY. Maar… het team rondom de band vond haar teksten niet goed genoeg, en toen moest ze dat traumatische jaar nóg eens herbeleven. ‘Ik werd echt letterlijk gek.’

Rampjaar 2020

Dacht je dat 2020 voor jóú een kutjaar was? Voor Roos van Tuil (27) was het pas echt een kutjaar. Het ergste jaar van haar leven. Ze valt maar even met de deur in huis, anderhalf jaar later in een koffietent in Amsterdam. ‘Half februari 2020 is mijn broer overleden, hij pleegde zelfmoord. Twee weken later maakte mijn vriend het uit. Hij vond het allemaal te zwaar. Weer twee weken later begon de lockdown. Daar zat ik dan, met een dubbel gebroken hart, met beide benen in een rouwproces op een kamer van vier bij vier meter. Ik werd echt letterlijk gek.’

Honey, WTF Debuutalbum van TAPE TOY, dat gisteren is verschenen, gaat erover. We kenden TAPE TOY als vrolijkere band: Van Tuil zong over FOMO en dergelijke jongvolwassen problematiek in wat ze zelf ‘bubble grunge’ noemen. Stevige gitaarmuziek met een knipoog en af en toe een synthesizer. Maar rampjaar 2020 veroorzaakte een verschuiving in de thematiek van de band. ‘Ik kon niet iets lichts schrijven’, legt Roos uit. ‘Want dat zou een ‘fuck you’ zijn naar alle dingen die waren gebeurd. Ik denk dat ik mezelf voor de gek zou houden als ik een plaat zou schrijven zoals de eerste tracks waren. Ik móest er over schrijven.’ 

Over ‘alle dingen die gebeurd waren’ vertelt ze openhartig, net voor kerst 2021. Het wordt de tweede kerst zonder haar broer. Vorig jaar was het zwaarder, toen waren alle eerste keren. Niet dat ze dit jaar wél halsreikend uitkijkt naar de naderende feestdagen. ‘Kerst is gewoon niet meer zo leuk. Het is heel zwaar. Nog steeds is het gezellig, maar er is nu die extra laag. Dat extra gevoel.’ Het erover hebben met haar familie gaat lastig. Waar Roos deelt, houdt haar gezin de grote emoties binnen. ‘Het zijn niet echt grote praters. En mijn broer was de grootste binnenvetter van allemaal. Hij kon het gewoon niet uiten, hij hield alles binnen. Dat was uiteindelijk het probleem.’ 

Als een schim van zichzelf strompelde Roos door 2020. ‘Ik was gewoon aan het “bestaan”. Dat was het enige wat ik kon: ik kon opstaan, zorgen dat ik at. Einde. Ik voelde me 24/7 continu kut. Ik kon niet eens meer huilen. Soms word ik ook wel een beetje pissig als mensen zeggen: “2020 was echt kut, want corona.” Toen mijn vriend het uitmaakte omdat–ie het niet meer trok, dacht ik echt: “Nou, ik hoop dat je verdrinkt in je misère, zoek het uit.” Is dat heftig om te zeggen? Zeker. Maar ik voelde dat op dat moment volledig.’

Tekst gaat verder onder foto
 

Wandelen, wandelen, wandelen, schrijven, schrijven, schrijven

Daar zit je dan. Met een gebroken hart in het kwadraat, opgesloten op je kamer. Geen afleiding, want al je shows zijn gecancelled en vrienden mag je niet zien. Het leven van Roos lag dus compleet stil, terwijl haar hoofd overspoelde van verdriet. Het enige wat ze kon was lopen. ‘Ik heb me helemaal de pleuris gewandeld. Ik kon alleen maar wandelen, wandelen, wandelen.’ Muziek maken lukte haar nog niet. ‘Ik heb heel lang niet eens muziek geluisterd, laat staan gemaakt.’ 
 
Beetje bij beetje sijpelde muziek terug in het leven van Roos. Ze toverde haar gitaar tevoorschijn en haar quarantainekamer veranderde langzamerhand in een ministudio. ‘Ik heb uren lopen pingelen op bed. Daar rolde toen een ideetje uit waarvan ik het zonde vond als ik het niet zou opnemen. En toen ik eenmaal bezig was, kwam het er allemaal uit. Ik heb echt aan de lopende band demo’s uitgepoept.’ 
 

Of toch niet?

Ze ging door het stof, schreef alles op wat haar dwars zat, goot het in hyperpersoonlijke teksten en vormde daar met de band catchy nummers om heen. Therapie is er niks bij. Zo ging er een jaar voorbij en terwijl Roos er weer bovenop klauterde kreeg Honey, WTF steeds meer vorm. Het album was af, het hoofdstuk afgesloten. Of in ieder geval dat zou je denken. Maar het team rondom TAPE TOY dacht er anders over. De muziek vonden ze wel leuk, maar die teksten? Die waren té persoonlijk, en het was alleen voor Roos duidelijk waar ze over gingen. Mensen konden zich niet vinden in wat ze schreef. Dus alles moest opnieuw. 

Dat viel Roos rauw op d’r dak. ‘Ik had hier een jaar aan gewerkt en iedereen aan wie ik het liet horen vond het gewoon kut’, verzucht ze. ‘Ja, toen was ik wel effe drie weken totaal rock bottom. M’n bed kwam ik niet meer uit.’ Na drie weken gooide ze de dekens van zich af en rechtte ze de rug. ‘Ik ging uitzoomen en met een andere blik naar de teksten kijken. Toen dacht ik: ja kutzooi… ik snap het wel.’ 

En daar ging ze weer. Terug naar de krochten van haar verdriet. Ditmaal met een goede vriend aan haar zijde met wie ze kon sparren. Maar terugkeren naar het kutste jaar van je leven, is niet niks. ‘De lyrics gaan over hele persoonlijke dingen voor mij. En ik moest daar weer doorheen. Het was heel zwaar. Het werd een soort rouwproces 2.0. Uiteindelijk ben ik de hele zomer bezig geweest, echt alsof het mijn werk was. Ik schreef op kantoortijden. Alleen maar schrijven schrijven, schrijven, en nog eens schrijven. Het was echt een bevalling. ’

Geen enkel liedje bleef gespaard, door alles ging een streep. Zoals bij het slowrockige ‘Crushed’. Tijdens de eerste versie van de track wist Roos haar pijn niet te sturen, het vloog alle kanten op. Tijdens de herschrijving-sessies bracht ze het terug tot één situatie. Met terugwerkende kracht is ze blij met die periode, ze noemt het zelfs een ‘cadeautje’. ‘Het werkte als een goede relativering voor mij. Ik heb alles er in kunnen stoppen wat ik er in heb willen stoppen.’

De titeltrack van de plaat werd het meest radicaal omgegooid. In het nummer spuwde ze eerst nare verwensingen naar haar ex, nu gaat het over de deur achter je dicht kunnen trekken na een zware tijd. ‘Ik schreef het toen ik net een goede dag had’, lacht Van Tuil. ‘Het zonnetje scheen en ik dacht: “Godverdomme, ik heb het wel gewoon geflikt.” Ik loop elke dag en iedere minuut met dit verdriet rond. Maar beetje bij beetje leer ik er mee leven. De afgelopen paar maanden gaat het een heel stuk beter met mij. Opeens is er meer ademruimte. Nu de grootste storm is gaan liggen, gaat er een deurtje open naar de leuke dingen. Dingen waar ik over mag schrijven zonder dat het alle heftige dingen bagatelliseert. En dat is ook wel weer een hele leuke vrijheid om te voelen.’