Jett Rebel: “Ik ben geen cover-artiest en ik jaag geen pophits na” Jett Rebel: “Ik ben geen cover-artiest en ik jaag geen pophits na”

Popster in zelfbewuste fase

, Atze de Vrieze

Jett Rebel: “Ik ben geen cover-artiest en ik jaag geen pophits na”

Popster in zelfbewuste fase

Atze de Vrieze ,

Hoe is het mogelijk dat Truck, het nieuwe album van Jett Rebel, zo ruw klinkt? Hij was toch zo’n groot liefhebber van de gestileerde pop uit de jaren zeventig en tachtig? Nou, omdat Jelte Tuinstra doelbewust alle liedjes in zijn eentje met een viersporenrecorder opnam op cassettebandjes. “Het was een heerlijke plaat om aan te werken. Ik wilde laten zien dat ik niet ben wat iedereen van me denkt.”

De rododendrons zijn twee keer manshoog tegenover de ingang van het nieuwe Jett Rebel HQ. Zat hij voorheen in een bescheiden huisje ACHTER een vrijstaande villa in Soesterberg, nu heeft de zanger het rijk voor zich alleen. Overal zocht hij, met als steekwoorden ‘genoeg ruimte voor een studio’, ‘een beetje goede akoestiek’ en ‘als het even kan wat mooie natuur’. Het zoekresultaat is ronduit verbijsterend: een waanzinnig gebouw met open uitzicht op een grote tuin. Het oogt nog een beetje leeg, op het studiogedeelte na, waar gitaren, orgels, snoeren en die befaamde opname-apparatuur over elkaar heen buitelen. En zo hoort het natuurlijk ook. “Het heeft wel iets Versailles-achtigs, vind je niet?”, zegt Jelte, terwijl hij het gordijn voor de openstaande deuren weg schuift. “Die vijver is in de zomer een zwembad.”

Prostitutie, occulte rituelen en landverraad
De mensen zijn over het algemeen vriendelijk op de Veluwe, maar wel een beetje gesloten. Vanaf Soesterberg niet eens zo’n grote stap, en toch weer een beetje verder weg van de oneindige prikkels van muziekhoofdstad Amsterdam. Op tafel ligt een boek dat het allemaal een beetje spannender maakt: Wie Nunspeet Zegt, Zegt Van Vloten. Iets met prostitutie, occulte rituelen en landverraad, belooft de achterflap. “Ik wil dat boek graag lezen”, zegt Jelte, “Het gaat over een schandaal dat hier plaats gevonden heeft.” Hij haalt een pluk wiet uit de familiezak die hij onder zijn dressoir heeft liggen en begint een joint te draaien. “In eerste instantie probeerden we nog wat omfloerst een ruimte te regelen, maar uiteindelijk hebben we gewoon gezegd: het gaat om Jett Rebel, dit is hem, en dit wil hij met de ruimte”, zegt Johan Vosmeijer, de trouwe manager die eigenlijk altijd in de buurt is als je Jett Rebel ergens ziet. “We hebben wel eens een makelaar gehad die waar Jelte bij zat zei: dat gaat de eigenaar nooit goed vinden.” “Ik zat daar dan ook wel in mijn trainingspak met een snor en een joint. Hij was een vervelende bal op een scooter, zo’n Gooische lul.”

Hij kan het zich kennelijk veroorloven, en dat is niet zo gek. De tours van Jett Rebel zijn ongelofelijk succesvol. Succesvoller dan zijn albums, waarop tot nu toe nog geen superhit stond die door elk radiostation omarmd werd. Maar ook de nieuwe clubtour, komend voorjaar, is alweer bijna helemaal uitverkocht, meer dan 15.000 tickets. Des te opmerkelijker dat hij nu met zo’n curieuze plaat komt. Een album dat sommige mensen boos maakt, die vervolgens weer verbijsterd zijn dat anderen er wel degelijk iets in horen. “Het is een beetje raar om boos te worden”, zegt Jelte. “Het is niet per ongeluk ofzo. Ik wilde zeggen: alle muziek die je op de radio hoort en waar jullie me bij scharen, daar hoor ik niet bij. Mensen denken dat ik een pophit najaag, of dat ik een cover-artiest ben. Ik heb bijvoorbeeld een keer Purple Rain gespeeld bij De Wereld Draait Door, en sindsdien heeft iedereen het over hoeveel ik op Prince lijk. Ik heb al jaren geen Prince-plaat geluisterd, en voor mij is de lol er wel vanaf.”

Club van 27
Een mainstream-artiest die zich ineens plagerig overdreven van underground opnametechnieken gaat bedienen, dat is opvallend. Het is ook een knipoog naar die underground zelf, waar de virtuositeit hij ten toon spreidt doorgaans met argusogen bekeken wordt, net als de invloeden waar Jett Rebel tot nu toe mee werkte: slicke, hoogwaardig geproduceerde popmuziek waar je van de muziekpolitie hooguit met een knipoog van mag genieten. Jett Rebel zit in een zelfbewuste fase, waarin hij ideeën die anderen over hem hebben probeert af te schudden. De hits die hij scoorde, ook daarvan hoort hij liever de demo-versies, zegt hij. En oh ja, praten over zichzelf doet hij ook liever niet te veel. “MacGyver… MacGyver!”, zegt Jelte met een vaderlijke stem. “MacGyver wat doe je, doe eens lief.” Hij plukt de jonge kat van de bank. Baby Tiger, zijn andere bijnaam, werd de naam van zijn eigen labeltje. Vier maanden oud is ie, en inmiddels bestaat er al een heus fanaccount van op Instragram. “Ik heb fans die alles van me willen weten”, zegt Jelte. “Ze zijn toegewijd en betrokken, en ik heb me daar heel erg bloot aan gegeven. Maar het is soms gek als je op een kutdag in de supermarkt komt en zomaar iemand je waarschuwt dat je op moet passen dat je niet bij de club van 27 gaat horen. Ik vind het niet erg om af en toe een praatje met mensen te maken. Zulke ontmoetingen ervaren mensen vaak als heel waardevol, maar ik moet het wel allemaal processen.”

De vraag hoe het met hem gaat doet hij dan ook af met ‘creatief gezien goed’. En misschien staat Truck daarom wel vol met ogenschijnlijk onbenullige liedjes. Zo staat er een nummer op met de veelzeggende titel This Song Is Not Suitable For Radio. Een ander nummer heet Feel Like I Can Take On The World Again… Cause I Just Had Dinner. Geschreven toen hij zichzelf na een veel te lange eenzame studiodag trakteerde op wat verse groente, een lekker stukje vlees en een goed glas wijn in een restaurantje verderop in de straat. En dan is er nog Automatic Orange Juice Machine, een haatverklaring aan die handige sinaasappelapparaten die tegenwoordig in elke supermarkt staan. “Te veel schil”, zegt Jelte. “Wij Nederlanders weten niet hoe een goede sinaasappel smaakt. Ik kom toevallig heel graag in de supermarkt. Op sommige dagen was de enige persoon die ik sprak het meisje van het brood. En als ik daar loop zie ik hoe doorgeschoten we zijn. Ieder loopt daar met een zelfscanner en een mobiele telefoon. Dat is waar het liedje eigenlijk over gaat.”

Groetjes van Larry en Tina
Ondertussen is hij het natuurlijk wel, die schrijver van poptunes, en de begenadigde vertolker van andermans werk. En iemand die zo veel en zo lang mogelijk op het podium staat. Op Pinkpop twee jaar terug deelde hij het podium met Larry Graham, de oude bassist van Sly & The Family Stone. Die nodigde Jelte op zijn beurt uit voor zijn shows in Londen en Haarlem. Op de vraag welk nummer hij mee wilde spelen, luidde het antwoord: “Ik zou graag de hele show mee willen doen, als extra gitarist.” Waar het op neerkomt: Jelte kan alle albums van Sly & The Family Stone en de eerste vier Graham Central Station platen prima uit zijn hoofd spelen. Niet voor niets heeft hij het logo van Sly op zijn rechterarm staan. “Zulke lieve mensen, Larry en zijn vrouw Tina”, zegt hij. “Ze werden heel enthousiast toen ik vertelde dat ik kort daarna voor Chaka Khan zou openen op North Sea Jazz. Zij en Chaka sprongen vroeger in de jaren zeventig al bij elkaar op het podium. Ik moest haar de groeten maar doen. In Londen had hij ook nog eens Mark King (van Level 42, red.) uitgenodigd, ook al zo’n hartelijke figuur. Het was heel tof. Je voelt je op een bepaalde manier misplaatst, maar ik laat me ook niet kisten op het podium.”


Met die show van Chaka Khan op North Sea Jazz ging het helemaal mis, omdat haar stem het finaal af liet weten. Jett Rebel werd in allerijl het podium op gestuurd om de show nog een beetje te redden. “Ik vroeg nog: ze heeft zeker Tell Me Something Good al gedaan? Nee, die had ze nog niet gedaan. Dat was de enige die ik zeker kon nailen. Ineens dacht ik: holy shit, nu ga ik Chaka Khan ontmoeten. Gelukkig wist ik wat ik moest zeggen. Ze zei: ‘Thank you for saving my show’. Ik antwoordde: ‘Groetjes van Larry en Tina.’” 

Hij vertelt verder: “Tijdens mijn eigen show een uur eerder was ik van het podium gelazerd, met gekneusde ribben als gevolg. Ik kon eigenlijk nauwelijks meer recht staan. Hoe? Gitaarsolo met mijn ogen dicht. Laatst in Paradiso gebeurde het me weer. Ik speelde door terwijl ik viel, daar was ik wel trots op. Voetballers zouden dat nooit doen. Die blijven extra lang liggen om tijd te rekken of ze laten zich door belangrijke tegenstanders tackelen. Misschien moet ik er de volgende keer ook maar een punt van maken, nu moet ik er elke keer zelf over beginnen in interviews. Het is wel zonde van deze gitaar.” Hij staat op, loopt naar de hoek van de kamer en pakt de bewuste gitaar. “Puntgaaf vanaf 1975”, wijst hij op een buts op de kast. “Ik heb hem een jaar en laat hem van het podium vallen.” Hij zet hem weer terug en loopt de studio in. Gitaren staan hier overal. “Er zijn er ook nog een paar uitgeleend of in gitaarkoffers”, zegt Jelte. Er staat nog ergens een orgel, het accordeon van zijn moeder, de sax van zijn broer. Na jaren aanklooien in zijn eentje, moet het hier nu gaan gebeuren. Het komende jaar wil hij nog twee albums opnemen en uitbrengen, dit keer met hulp van anderen. Het materiaal is al af. “2015 was een goed jaar, behalve dat ik veel te weinig heb uitgebracht. Dat ga ik nu inhalen. Creatief gezien spuit het mijn oren uit.”

 

Nu op 3voor12