PAUW’s grote introductie in de sixties en seventies PAUW’s grote introductie in de sixties en seventies

Band verkent debuutalbum aan de hand van inspiratiebronnen

, Ralph-Hermen Huiskamp

PAUW’s grote introductie in de sixties en seventies

Band verkent debuutalbum aan de hand van inspiratiebronnen

Ralph-Hermen Huiskamp ,

Je kan PAUW bijna niet gemist hebben, het afgelopen jaar. De psychedelische band waren de meest geboekte band bij de Popronde, singles werden gedraaid op de radio, en naar mate de buzz toenam werden de halfvolle cafés, volle cafés en uiteindelijk de popzalen en de grote festivals. En dat terwijl er nog niet eens een album was. Nu, dat debuutalbum kwam vorige week uit. Sterker nog, het is deze week het Album van de Week op 3voor12. Tijd voor een bezoek aan de Achterhoek. Of nee, Twente.

Lange tijd werd PAUW een psychedelische sensatie uit de Achterhoek genoemd. Voor veel Randstedelingen is immers alles in het Zuiden Limburg, alles in het Noorden Groningen, de Randstad eigenlijk vooral Amsterdam, en alles in het Oosten dus de Achterhoek. Ook Twente, waar Haaksbergen ligt. Op een half uur fietsen van Enschede, tussen weilanden vol koeien, mais en om de paar honderd meter een blokje huizen, een kerk of een boerderij. Op een van de boerderijen, heeft PAUW zijn oefenruimte. In een oude varkensstal, van tegenwoordig een kippenhouderij. En dus zijn de wanden van de ruimte geluiddicht gemaakt met oude eierdozen. Amper dertig vierkante meter, tot aan de nok toe volgestouwd met apparatuur en met overal kabels. Er moet wat ruimte gemaakt worden wil er een interview kunnen plaatsvinden, zeker omdat alle vier de bandleden aanschuiven.

Zoals in de Album van de Week bespreking te lezen is, tapt PAUW op hun debuut uit het psychedelica-vaatje van de jaren zestig en zeventig. Een feest van herkenning voor de wat oudere luisteraar, en een nieuwsgierigmakende introductie voor de jonge luisteraar. Juist voor die tweede groep, en misschien ook wel voor de eerste, wordt het interview geen interview, maar een grote 60s/70s snelcursus van PAUW. Als je het album leuk vindt, wat zou je dan ook moeten luisteren volgens de band?

Memories
Brian Pots (zanger, gitarist): "Het Koningslied natuurlijk! Verdomme, wisten wij veel. Het is blijkbaar dezelfde melodie. Toen ik dat hoorde, ging ik googlen, en kwam ik op hele fora over waar het Koningslied het van gejat zou hebben. Het blijkt een van de meest gebruikte melodieën uit de popmuziek te zijn. K-Otic gebruikte hem, een paar Finse bands. Ik kwam al snel op een lijstje van elf nummers. Maar dat reverse geluid dat we gebruiken is heel erg beatlesque, uit de tijd van Revolver, toen ze begonnen te experimenteren. We wilden sowieso ook een beetje de pulse hebben van Tomorrow Never Knows, maar dan met een beetje White Rabbit."

Eszl Du Vois (bassist): "Echt?! Dat hoor ik nu pas. Want ik speel eigenlijk gewoon die baspartij van White Rabbit, maar dan heel erg overstuurd."

Today Never Ends
Kees Braam (toetsenist): "De hele groove van het nummer lijkt wel op Ogdens' Nut Gone Flake, van Small Faces. De akkoorden eigenlijk ook."

Eszl: "Eigenlijk is de ritmesectie behoorlijk prog. Meer zoals de eerste twee albums van King Krimson. Maar dan komt de rest er weer met een blije melodie overheen. Waarschijnlijk scheurt de band na dit album in tweeën. Zij de poppy kant op, wij de heftige prog."

Visions
Brian: "Dit was de eerste song die we in deze formatie opnamen. We hadden al behoorlijk wat tijdsdruk om het album op tijd af te krijgen, en toen werden we gevraagd door De Wereld Draait Door om twee dagen later iets te spelen ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Hubble telescoop. Een goede stok achter de deur om snel door te werken. We hadden al een idee liggen, en hebben toen twee dagen non-stop gerepeteerd om het af te krijgen. Het is een knipoog naar Dark Side of the Moon. De melotron die je hoort, hoor je bijvoorbeeld ook in Breathe."

Eszl: "En toen ik de baspartij schreef, luisterde ik heel veel naar Air's Moon Safari. Je hoort de opener, La Femme D’Argent, er nog wel in terug, denk ik."

Glare
Eszl: Ik heb hier precies dezelfde apparatuur gebruikt als Pink Floyd bij de opname van One of these Days. We kunnen eigenlijk niet spelen, maar hebben heel erg ons best gedaan op het geluid, haha!

Brian: We zijn gearfreaks. Niet dat we er altijd naar op zoek zijn, maar op een of andere manier komen we er altijd wel achter wat toffe artiesten gebruikt hebben.

Intents
Kees: "Deze hebben we echt heel snel geschreven. We zouden eerst een ander nummer op de plaat zetten, maar kwamen er in de studio achter dat we die er allemaal niet echt tussen vonden passen. Vervolgens schreven we in een dag Intents."

Brian: "We sliepen tijdens de opnames bij de drummer van Mozes and the Firstborn, die ook assistent engineer was bij het album. Toen de rest sliep, zat ik nog met een kussen in mijn nek de tekst voor dit nummer te schrijven. Het zou eerst meer The Doors-achtig worden, maar we hebben uiteindelijk alles, op de bas en drums, na weggegooid. Het moest meer dat sprankelende hebben van sixties pop. Meer Elenore of Happy Together van The Turtles. Maar, ik moet zeggen; het is het nummer waar ik het minst tevreden over ben. Bij alle andere nummers hebben we enorm gewerkt aan het geluid, en dit ging heel snel. Het is daarom ook wel cool, je hoort beter hoe het echt was. Maar toch, de verhouding van de bas en de drums is, vergeleken met de rest, wat scheef."

Shambhala
Brian: "Ik luisterde veel Revolver van The Beatles, en The Notorious Byrd Brothers van The Byrds, toen we aan dit nummer werkten. Ik zit op het conservatorium, en was altijd zo dom als het maar kan op het gebied van theorie. Maar nu hoorde ik opeens dat op deze twee albums, en heel veel andere psychedelische albums, ze vooral een bepaalde toonladder gebruikten. De mixolydische. Toen ik het begreep, kwam deze riff eruit."

Abyss
Brian: "Hier hoor je veel The End, van The Doors in terug. Dat voodoo-achtige. En een beetje Paint it Black, van The Beatles. Of nee, de Stones natuurlijk. Dat fucking kazaa he. Vroeger had je geen idee van wie iets was als je iets downloadde. Zo was ik er ook jaren van overtuigd dat Born To Be Wild van ACDC was. In de beginjaren van PAUW speelden we wel eens een cover, omdat we nog weinig eigen nummers hadden. Vanuit Paint it Black zijn we toen gaan werken aan Abyss, dat hoor je nog wel terug in de baspartij. Het heeft bijna iets hoempapa-achtig, net als bij de Stones."

High Tide
Brian: "Je hoort hier heel veel in terug. We begonnen heel dromerig, bijna Beautiful Stranger-achtig, van Madonna. Geen idee hoe dat kan, maar het is wel een heel vet nummer. Uiteindelijk hebben we alles omgegooid, omdat we meer dat sprankelende van zo’n twaalfsnarige gitaar erin wilden. Meer richting de Byrds-cover van Mr Tambourine Man. Door het hele nummer zit een enorme krautgroove, die pas op het einde echt naar boven komt. Eén op één Neu!.

Glare pt 2:
Brian: We hebben het expres in de studio pas laten ontstaan, zodat we maximale vrijheid hadden. We spraken af om het echt een studionummer te laten worden, het hoeft niet per se live te kunnen. In het outro hoor je allemaal rare geluiden. Voor het outro hebben we de microfoons laten lopen. Je hoort ons praten, rare geluiden maken, klooien. Kees is er nogal trots op dat er een scheet van hem in zit, al is die helemaal vervormd. Muzikaal zit er van alles in. Veel Pink Floyd weer, de gitaarpartij doet me wat denken aan While My Guitar Gently Weeps van The Beatles.

Kees: "In het het outro van het outro hoor je zelfs een beetje Hotel California!"

Rens Ottink (drummer, de rustigste van het stel): "En de drums zijn een beetje zoals Ringo Starr dat deed op A Day in the Life!"

nu op 3voor12