Joost van Bellen over zijn roman: "Ik dacht, dat doe ik wel even"
Over Pandaogen, wandelende kerstballen en het angstaanjagende suizen in zijn oren
"Een roze limo, ik schaamde me dood. Het was net zo'n ding als waar ze Manfred Langer in begraven hebben." Joost van Bellen mag dan de vijftig gepasseerd zijn, hij vond het wel eens tijd worden om eens in het huwelijksbootje te stappen. Met de liefde van zijn leven, de man met wie hij al sinds mensenheugenis gaat. Alsof hij nog niet genoeg te doen had deze maand. De dance pionier zit al ruim dertig jaar in het vak, en zijn agenda is voller dan ooit. Afgelopen weekend was de eerste Rauw in Tivoli/Vredenburg, binnenkort begint hij in Amsterdam op de nieuwe locatie Tolhuistuin, 30 april is hij co-host in 3voor12 Radio en deze week komt een einde aan een monsterproject: de roman Pandaogen.
"Ik dacht: dat doe ik wel even, een half jaar, anderhalf. Ik heb zoveel meegemaakt, zoveel mensen ontmoet, als ik dat allemaal bij elkaar gooi, kom ik er wel." Natuurlijk, Joost van Bellen heeft het allemaal meegemaakt. Hij was een van de eersten die house draaide in de RoXY in Amsterdam, werd later zelfs artistiek leider van de club. In Rotterdam werd hij bekend met het concept Speedfreax, de laatste tien jaar richt hij zich op clubavond Rauw in Amsterdam en Utrecht, en op het kleurrijke zomerfestival Valtifest. En die nieuwe tent op Lowlands met paaldanseressen en psychedelische garagerock, de Titty Twister? Juist, Joost van Bellen. 'Dance-dinosaurus', noemt hij zichzelf liefkozen. Legende, noemde men hem massaal toen vorig jaar het 25-jarig jubileum van de house in Nederland gevierd werd. Hij liet zich die heldenjas gewillig aantrekken, bescheiden als hij is. "Laat mij die oude held maar zijn", zegt Van Bellen.
Met alle gekte van dien. Zo vertelt Van Bellen smakelijk over zijn avonturen met diva Grace Jones in New York, die spotte met alle wetten van de modeshow, en over het grote Diesel-jubileum in Italië waaraan hij meewerkte. "Een gigantische show, waarvoor in de stad Bassano de Grappa een compleet pretpark was opgetrokken. Naomi Campbell zou dat openen, de burgmeesters van Bassano en Molvena stonden met hun ambtskettingen om in de brandende zon te wachten, elk een fanfarecorps achter zich. En Naomi Campbell kwam maar niet, pas uren later arriveerde ze. Tienduizend mensen stonden te wachten, er was een man in een bizar pak dat tegelijk een schaar was, waarmee zij het lint door zou knippen. En toen ze er eenmaal was, verboden de mensen om haar heen haar die schaar te gebruiken. Het was echt een bizarre situatie, een hoop gedoe om niets. Toen zag ik voor het eerst echt de gekte van de mode-industrie."
Van Bellen's hoofdpersonage Eva Akkermans is niet gebaseerd op iemand uit zijn directe omgeving, vertelt hij. Hij pakt zijn laptop erbij en begint te zoeken naar een YouTube-filmpje over het 80s topmodel Gia Carangi, een tragisch verhaal over een model dat ten onder ging aan drugs en uiteindelijk overleed aan AIDS. "Haar familie heeft haar begraven, en niemand wist ervan. Toen het weken later naar buiten kwam was iedereen even in shock, maar al snel werd ze vergeten. In dit interview zie je heel veel terugkomen wat uiteindelijk ook in het boek zit." Hij klikt het filmpje aan, schokkerig en zwart-wit, maar de thematiek is onmiskenbaar. Carangi wordt geïnterviewd terwijl ze opgemaakt wordt, en even later wordt ze herinnerd aan de minder florissante momenten uit haar leven. "Als ik niet met die spullen gestopt was, zou ik hier nu niet zitten", liegt ze glashard. "Hier, world of make-believe", zegt Joost. "Dat is het natuurlijk. Ik heb om me heen veel mensen gezien die zich onder druk wenden tot drank en pillen. Geen xtc, maar tranquillizers, uppers, downers."
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.
Zelf is Van Bellen zo'n gigantische inzinking als veel van zijn personages ondergaan naar eigen zeggen bespaard gebleven. Al meer dan dertig jaar zit hij in het vak, ongeveer even lang als een van zijn personages, de dikke alcoholist John van Catwijck, succesvol producer in de jaren negentig, nu uitgerangeerd en dik in een villa op Ibiza. Van Catwijck is Joost van Bellen, maar dan wel het nachtmerrie spiegelbeeld dat hij van zichzelf heeft. "Hij is dikker dan ik en heeft een kale kop, en hij is triest, dat ben ik niet. Hij was producer op het niveau Wessel van Diepen, heeft grote hits geschreven a la Vengaboys, die ervoor zorgen dat het geld binnen blijft stromen. Zoiets is bij mij bij mij nooit gebeurd. Ik heb niet de luxe om in een groot huis alleen te leven. En ik heb niet het ongeluk gehad dat de liefde van mijn leven is overleden, iets dat hem kapot gemaakt heeft. Ik ben trouwens zelf nog een dag lid geweest van de Vengaboys. Ik speelde de matroos op Valtifest. Dat is een zwarte bladzijde uit mijn carrière, want ik kreeg de choreografie niet onder de knie. We hebben een hele dag hier in de keuken staan oefenen. "
Het is de prijs die hij betaalt voor zijn grote liefde: de nacht. De nacht, die keihard is, "maar voor mij toch vooral vrij. De nacht is Mr Hyde naast Dr Jeckyl, door de eeuwen heen heeft het gestaan voor het duivelse, het slechte. Het is losbandig, er zijn hoerenkasten. Ik ben altijd op de vlucht geweest voor de werkelijkheid, en op een gegeven moment heb ik daar mijn beroep van gemaakt. Veel mensen zien de nacht zo. Je kunt een kant van jezelf laten zien die je overdag misschien een klap voor je kop kost. Ik weet nog hoe mooi ik de travesties vond die vaak in de RoXY kwam, een vrachtwagenchauffeur uit Zaandam. Een lange kerel, met een Tante Sidonia achting mimiek en een blonde, stijve pruik. 's Nachts kon hij die kant naar buiten laten."
Joost van Bellen is woensdag 30 april in 3voor12 Radio op 3FM te gast om de gehele uitzending van 22.00 tot 01.00 uur te presenteren met Roosmarijn Reijmer.
Joost van Bellen in Miami: nazi helmen, Star Islands, casa Diddy
Dagboek WMC: dag 7
Joost van Bellen in Miami: Mythologische proporties en gefermenteerd mosterdgas
Dagboek Joost van Bellen Miami WMC: dag 4