Editors: ‘We wilden weer een band worden’

Over kerstmuziek, de moeilijkste tijd en terugkeer van het groepsgevoel

  • Atze de Vrieze

Al jaren is Editors een stabiele factor in het festivalcircuit. Ze zijn niet weg te denken en leveren altijd, met aan de horizon een nieuw hoogtepunt: in februari speelt de Engelse band in Ziggo Dome. Toch ging het halverwege dit avontuur achter de schermen bijna mis.

Soms begint een interview net even anders dan je verwacht, en dan neem je het zoals het komt. Zo sta ik onderweg naar de livebox van Radio 2 plotseling met een plastic kerstman in mijn armen, een tamelijk freaky exemplaar als je het mij vraagt. Vraag me niet hoe, maar hij staat me wel. Hij is een centimeter of veertig groot en er staat een leus op zijn buik van de Top 2000, dus zijn aanwezigheid bij Radio 2 is niet zo gek. Maar dat weten de drie leden van Editors die om de hoek zitten te wachten niet. Tom Smith, zanger en songwriter van de band. Russell Leetch, bassist van het eerste uur. Elliott Williams, gitarist en toetsenist die zich bij de band voegde na het vertrek van Chris Urbanowicz. 

Nou, zullen we dan maar beginnen over kerstmuziek in plaats van over het achtste Editors-album dat deze week verschijnt? Tom Smith heeft immers ook een kerstnummer op zijn naam staan, ‘When The Thames Froze’ van Smith & Burrows (met Andy Burrows van Razorlight) uit 2011 alweer. ‘In het begin is de houdbaarheid van een kerstliedje heel kort, maar wat wel mooi is aan die plaat: er is een kleine groep mensen die zich één keer per jaar meldt om te zeggen dat ze hem echt geweldig vinden. Ze luisteren ernaar, hij komt elk jaar terug, en dat is wel fijn. Het is alsof er oude vrienden langskomen.’

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.

cookie-instellingen aanpassen
Surface, Echo & Sound

Creative differences

De vriendschap met Burrows kwam op een moment dat het bij Editors niet goed ging. Na een enorme run met de eerste platen liep de band vast. ‘Je zit in je twintiger jaren, en ineens ben je dertig,’ zegt Leetch. ‘Dan denk je: wat gebeurt er nu? Het is gewoon anders dan toen we de band oprichtten, toen we nog studeerden.’ Daarbij kwam de vraag welke kant ze als band op wilden. ‘We hadden een nogal vastberaden gitarist, en de rest van ons dacht: je moet een beetje meebuigen, want dit is waar wij staan. En daar werd het lastig.’

Hoe ze daaruit kwamen? Volgens Leetch was daar maar één oplossing voor: ‘We moesten hem vragen te vertrekken.’ Smith zegt hetzelfde. ‘Met die bezetting was er geen nieuwe Editors-plaat meer gekomen. Nee, dat zou niet gebeurd zijn. We hadden met Flood van alles geprobeerd, opnemen, schrijven, repeteren, en het was geen fijne plek. Het was een sombere tijd. Dus maakte ik een droevige kerstplaat.’ Creatieve verschillen dus, zoals dat bij zo’n vertrek altijd heet? ‘Nou, het was wel een beetje dat,’ zegt Smith. ‘Dat klassieke verhaal. Het is een gevoelig onderwerp.’ Leetch: ‘We waren al heel lang bevriend. Daar maak je ook een einde aan. Dat is niet niks.’

Het is achteraf een cruciaal moment in het bestaan van Editors. Er moest geschakeld worden, het was alles of niets. En daar kwamen Elliott Williams en Justin Lockey in beeld. Williams was geen onbekende. Hij speelde in Airship, een band die met Editors had getourd. ‘Chris had onze Airship-plaat gemaakt, dus dat was ingewikkeld,’ zegt hij. ‘Het was denk ik voor iedereen een ingewikkelde tijd.’ Er was ook meteen een concrete aanleiding. Toen de breuk rond de jaarwisseling kwam, stond Editors al geboekt als headliner van Rock Werchter, die zomer erna. ‘Dat hadden we aangenomen,’ zegt Smith, ‘en toen kwamen Elliott en Justin erbij om ons te helpen die show te doen. Dat was in eerste instantie de opdracht.’

Buitenlichamelijke ervaring

Volgens Williams werd het al snel meer dan dat. ‘Die show was de eerste aanzet om te proberen iets te laten werken. Maar toen we echt met z’n allen in een ruimte stonden, begonnen te repeteren en nieuwe nummers uitprobeerden…’ Op Werchter speelden ze al ‘Sugar’, een nummer dat pas later zou uitkomen. Smith weet nog precies hoeveel er die avond op het spel stond. ‘Het hangt tot op de dag van vandaag zo in mijn geheugen. In al onze herinneringen, denk ik. We wisten niet zeker of we dat podium wel verdienden. Het was een groot slot, Depeche Mode stond er ook, en in België is het zo groot als het maar kan. En we wisten niet of we de mensen in die nieuwe bezetting konden overtuigen. Je weet niet eens of je het kunt. Je hebt het nog nooit gedaan. Er stond echt iets op het spel. Nou ja, het ging goed.’

Williams: ‘Het was voor ons allemaal waarschijnlijk een van de meest buitenlichamelijke ervaringen die we live hebben gehad.’ Smith: ‘Het was een beetje als een droom, hè?’ Williams knikt instemmend. ‘Wat er na die show gebeurde, dat verhaal vertelt zichzelf. Het was een ervaring die ons vijven echt aan elkaar smeedde, zodat we verder konden. Die show wordt ons ook nog steeds vaak genoemd door mensen uit ons publiek die erbij waren.’

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

cookie-instellingen aanpassen

Foutjes laten zitten

Dus ja, waar staat Editors nu? Wat hebben we nu voor onze neus? Surface, Echo & Sound, het achtste album. Het keerpunt van de dertig dat een breuklijn vormde onder Editors is al ver in de achteruitkijkspiegel verdwenen. Zelfs de veertig is voorbij, de mannen zijn al halverwege op weg naar de vijftig. Hoe staat de band er voor?

Het antwoord is verrassend eenvoudig: ‘We wilden weer een band worden.’ Dat klinkt vreemd voor een groep die al ruim twintig jaar samen op het podium staat, en dat beseft Williams ook. ‘We gaan nooit zitten om een masterplan te maken. Het is meer dat we geleidelijk allemaal voelden: oké, we gaan weer samen in een ruimte staan en proberen gewoon weer een band te zijn. Wat misschien stom klinkt voor mensen, want we zíjn een band en we staan samen op het podium.’

De vorige plaat, EBM, was het tegenovergestelde. ‘Voor mij was dat het sluitstuk van drie platen die steeds elektronischer werden,’ zegt Smith. ‘Die maakten we met Ben, en veel van het creatieve werk gebeurde tijdens corona, toen we allemaal geïsoleerd zaten. Het werd een heel unieke combinatie van omstandigheden die die brute, elektronische, robotachtige Editors-plaat tot leven bracht.’

Toevalstreffer

Dat EBM er kwam, was eigenlijk een toevalstreffer. Er lag een aanbod voor een liveshow waarin Ben Editors-nummers zou remixen. ‘Toen kwam de lockdown. De show werd geannuleerd. Het was zo van: misschien komen er nooit meer concerten,’ zegt Williams. Ben begon aan een cover van ‘Killer’ van Adamski en stuurde daarna nog een idee op. ‘Binnen de kortste keren hadden we vier of vijf tracks, gewoon omdat we thuis niets te doen hadden en iedereen enthousiast was.’ Was corona dan een zegen voor de band? ‘We hebben er platen uit gemaakt. Dus ja, een zegen, denk ik.’

Maar na drie elektronische albums wilde de band iets anders. ‘Ik denk dat we allemaal voelden dat we weer contact wilden maken met onze instrumenten,’ zegt Smith, ‘met gitaren en een normaal drumstel in plaats van drumcomputers, en samen wilden spelen en schrijven.’ Volgens hem zit het verschil in de wisselwerking. ‘Als je zo speelt en schrijft, werk je aan een idee en zegt iemand: dat middenstuk is wel mooi, maar het eindigt raar. Oké, probeer het anders. En dan kaats je op elkaar, het gaat echt direct. Het is echt iets collectiefs. Het kan hard werken zijn, soms heb je het gevoel dat je nergens komt, maar de momenten dat je iets verder brengt, die zijn echt bevredigend.’ Williams: ‘Het voelde alsof we elkaar in die zin al heel lang niet meer hadden horen spelen.’

Dat hoor je terug op de plaat, en dan vooral in wat ze hebben laten staan. ‘Bij de opnames gingen we vaak voor de eerste of tweede take,’ zegt Williams. ‘Zat er een onvolkomenheid in? Laat staan. Zo heb je het gespeeld. Zo ben je.’ Het album opent met Smith en Lockey die tegenover elkaar zitten, compleet met het geluid van de ruimte en een paar nootjes die Lockey verknoeit. ‘We hadden het nog drie keer kunnen spelen en het zonder [die foutjes] kunnen hebben,’ zegt Smith. ‘Maar het had kracht in het moment dat we vastlegden.’ Williams: ‘Er zijn waarschijnlijk momenten op deze plaat die we vroeger tien keer bombastischer of groter hadden gemaakt. Ik denk dat we nu meer op ons gemak zijn met gewoon zijn wie we zijn.’

Nothing hurts like the rush

Dat het album klinkt zoals het klinkt, heeft ook met de tijd te maken. Smith vindt de wereld zwaar, en dat sijpelt door. ‘Ik denk dat het vrij lastig is om die shit niet door te laten dringen, om je er geen zorgen over te maken. Of de wereld er echt slechter voor staat, is moeilijk te zeggen als je midden in de storm zit. Maar de manier waarop we het ervaren, hoe we ermee gebombardeerd worden, hoe moeilijk het is om het uit te zetten. De verdeeldheid die het digitale bestaan veroorzaakt, dat is vrij uniek voor nu.’ En deze plaat? ‘Die is daar het tegenovergestelde van.’

Neem ‘The Rush’, misschien wel de meest aanstekelijke single die Editors ooit maakte. ‘Misschien,’ zegt Smith. ‘Hij is in ieder geval melodieus en open en helder.’ Een vrolijk nummer is het niet. ‘Ik zing: nothing hurts like the rush. Voor mij is the rush gewoon leven, of dingen doen die de moeite waard zijn, of dat nou een avondje uit is of een relatie met iemand. Als je je hele leven in je slaapkamer zou blijven en nooit naar buiten zou gaan, kom je waarschijnlijk zonder liefdesverdriet door het leven, maar dan bouw je ook geen relaties op. Het kan ook trivialer. Dat ene extra biertje op een avondje uit, dat je de volgende dag hard gaat raken. Of het stuk taart waarvoor je harder moet werken in de sportschool.’

Broers in de band

Toch kiest hij voor de rush. ‘Ik heb me gerealiseerd dat die momenten, die verbindingen, die mensen, mijn familie, mijn vrienden, mijn broers in de band… De wereld is heftig. Ik besef dat het dagelijkse contact met mensen een medicijn is.’ Somber vindt Smith zijn werk zelf niet, ook al zeggen mensen dat al twintig jaar. ‘Als ik ga zitten om te schrijven, voelen de dingen waarover ik zing gewoon natuurlijk. Het is eigenlijk vrij simpel. Ik weet dat ik niet zo goed ben in zingen over auto’s en dansvloeren.’ Hij lacht. ‘Eerlijk gezegd was zingen over kerst al een stretch. Maar er zat nog steeds somberte in.’

Die ‘broers’ in de band zijn geen loze woorden. De vijf wonen verspreid over het Verenigd Koninkrijk, maar zoeken elkaar steeds op. ‘We hangen samen rond, we gaan naar concerten,’ zegt Leetch. ‘Afgelopen zomer, toen we de plaat aan het maken waren, zagen we met z’n allen Bruce Springsteen op Anfield.’ Williams: ‘We hebben waarschijnlijk elke dag contact via WhatsApp. Als we op tour een vrije dag hebben, gaan we vaak samen uit eten, bier drinken, voetbal kijken. We zijn uiteindelijk gewoon vrienden. Het is niet alleen een werkrelatie, het is ook een vriendschap.’