Aafke Romeijn's monster is niet te verslaan, wel te temmen

'Ik denk dat ik me gelukkig mag prijzen dat ik in deze tijd leef'

  • Atze de Vrieze

In alles wat ze doet - zingen, schrijven, Twitteren, podcasts maken - is Aafke Romeijn op zoek naar een kwetsbare positie. Op het obsessieve af, zou je kunnen zeggen, soms met alle gevolgen van dien. ‘Ik denk dat het een soort exhibitionisme is’, zegt ze. ‘Maar ik kan me ook werkelijk niet voorstellen dat je je anders voor wilt doen dan je bent.

Meestal schakelt Aafke Romeijn haar hele familie in als ze een plaat opneemt. Gewoon dicht bij huis houden, en als het uitkomt de studio in sleuren. Maar deze keer ging het anders. Dat kwam door de twijfel, waar ze lang in bleef hangen. Zou het niet te kitscherig worden? Zouden mensen in Nederland het wel begrijpen? Maar waarom zou je je keuze daardoor laten bepalen? Het zat al een tijdje in haar hoofd: eigenlijk verdiende ‘Stad’ zo’n vet aangezette, voluit geblazen saxofoonsolo. Hij kwam er, op het laatste moment, besteld bij een anonieme Roemeense sax donor. ‘Ik vond het heel maf. Ik heb doorgegeven wat ik wilde, en een half uur later had hij het ingespeeld. Zo gaat dat. Ik weet hoe hij heet en in welk land hij woont, verder weet ik niets.’

De stad in Aafke Romeijn’s liedje is precies wat je ervan wilt. Bruisend en levend. Het is een song waarin de stukjes allemaal even op hun plek vallen. Dat is bepaald geen gegeven in het werk van de Utrechtse zangeres. Helemaal niet op Godzilla, het zeven songs tellende nieuwe album. Ze gaan bijna allemaal over haar depressies. We horen Aafke mijmeren als ze over de Zuidas loopt. ‘Op de Zuidas wordt gebouwd aan constructies om vanaf te springen.’ En we horen het dreunen van Godzilla, het megamonster uit Japanse films. Een mythisch wezen dat met ontzag en eerbied afgebeeld wordt. 

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.

cookie-instellingen aanpassen
Godzilla

‘Toen ik in de kerstvakantie van 2019 kampte met een zware depressie, hebben mijn man en ik met zijn tweeën stapels oude Japanse films gekeken. Een ervan was klassieker Godzilla uit 1954, een zwart-wit-film met hele slechte special effects. Die Godzilla is denk ik dertig centimeter groot, en hij stampt van die miniatuurhuisjes plat die Tokio voorstellen. Het was een tijd waarin ik weer bezig was met die ene vraag, die altijd weer terug komt: hoe ga ik om met deze ziekte? Je gaat elke depressie weer door een soort rouwproces heen, dat het je toch weer niet gelukt is om er uit te blijven. Vooral als je jong bent hoop je dat je er overheen groeit. Dan zeg je: als ik nou maar geld had, of een stabiele relatie, dan zou het vast beter gaan. Maar ik ben nu 34 en heb alles in mijn leven keurig op orde. Het idee dat je er iets aan kunt doen wordt steeds fragieler.’ 

‘Toen zag ik die film, en het viel me op hoe ze omgaan met dat monster. Men beschouwt het beest niet als kwaadaardig, niet als iets dat je moet verslaan. In Hollywood zou het monster aan het eind van de film sterven, maar de Japanners geven het een plek waar het zijn gang kan gaan. Een eilandje voor de kust wordt omgebouwd tot een soort resort waar Godzilla in zijn eentje naar de maan kan krijsen. Ik vind dat een mooi beeld voor hoe je met een ziekte als depressie om kunt gaan. Het is niet iets dat je kunt verslaan. Het is een zwakte die steeds de kop op steekt, zoals Godzilla ook in iedere film - er zijn er minstens dertien - weer ontsnapt van dat eilandje.’

© Bibian Bingen/Aafke Romeijn

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.

cookie-instellingen aanpassen
#7 - 5. Een graf

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.

cookie-instellingen aanpassen
chill the fuck out

Als zulke triviale gedachten al konden leiden tot de meest gruwelijke levenskeuzes, wat zou dan de impact zijn van een instabiele geest? Als ‘je leven op orde hebben’ al niet genoeg is om depressies buiten de deur te houden, want gebeurt er dan wel niet met je als de hele wereld om je heen instort? ‘Ik denk dat ik me gelukkig mag prijzen dat ik in deze tijd leef. Er is nu meer begrip, er zijn betere medicijnen, er zijn veel manieren om het leven dragelijk te maken. Als ik kijk naar mijn eigen familie, hoe die er bij hingen. Hoe vervelend die mensen ook waren, je krijgt toch een soort medelijden. Jeetje, je zal maar schizofreen zijn geweest in de jaren twintig. Er was helemaal niks.’

Ook anno 2021 zijn nog steeds bepaalde diagnoses taboe, zoals borderline of schizofrenie. Sowieso krijg je de volle laag als je open bent over je depressies en het vervolgens waagt ‘dingen te vinden’. Dan krijg je te horen dat je het moederschap niet waard bent, dan achtervolgen anonieme trollen je en bestellen ze racistische spandoeken op jouw rekening. Het gebeurde uiteindelijk zo vaak dat Aafke Romeijn haar Twitter account verwijderde. Dat kwam overigens niet alleen door de drek en de bedreigingen, vertelt ze nu. ‘Twitter ging meer over mij als persoonlijkheid, terwijl ik op zoek was naar manieren om over mijn werk te vertellen. Het groeide zo snel, de aandacht van mensen die om mijn grappen lachten, maar ook de haat. Ik was veel te veel tijd kwijt aan het blokkeren van mensen en aangifte doen, maar ook aan smalltalk. Even cru gezegd was de conversie van mensen die mij grappig vinden naar mensen die mijn boeken lezen of naar mijn muziek luisteren bijna nihil.’

Oh ja, terug naar de muziek. Godzilla is er dus nu, een album van ‘slechts’ zeven tracks, maar zo gaat dat tegenwoordig. Ze zijn het resultaat van lockdown-opdrachten op livestreams, en dit voelde simpelweg als een set songs die bij elkaar hoorden. Dat klopt wel, het is Aafke Romeijn’s meest geslaagde werk, met als hoogtepunten de luchtigheid van ‘Stad’ (geïnspireerd door de Franse electropop waar Aafke Romeijn zich suf naar luistert) en openingstrack ‘South Park’, waarin de zangeres eindeloos redenen blijft verzinnen waarom ze nog niet kan ‘weggaan’. Ik heb Tolstoi nog niet gelezen. Er is een nieuw seizoen van South Park. De planten willen water en mijn stekjes groeien net. Als ik nu verdwijn zijn er vast veel mensen boos. Het lied is gebaseerd op een gedicht, dat met een net wat directere zin begint: ‘ik kan nog niet doodgaan’, in plaats van ‘ik kan nog niet weggaan’. ‘Mijn ervaring is dat je in muziek beter iets vager of algemener kan blijven dan in poëzie. Waarom? Ik denk om een paar redenen. Allereerst: bij een popliedje heb je ook de muziek, die al zo veel sfeer en informatie bevatten. Het tweede is: poëzie kun je in je eigen tempo tot je nemen. Je kunt een bladzijde open doen en dertig minuten over de eerste twee regels nadenken. Bij muziek bepaald ik de tempo. In drie minuten duw ik het door je strot.’

En dus is ‘South Park’ een luchtig liedje over suïcidale gedachten. ‘Als je midden in een depressie of angstaanval zit, zoek je redenen om te blijven leven. Dat is dagelijks werk, en echt niet makkelijk.’ Het klinkt misschien als onbenullige alledaagsheden, maar dat is nu juist het punt. ‘Die redenen moeten klein genoeg zijn om niet overweldigend en beangstigend te zijn.’ En een liedje schrijven over dat proces kan dan ook weer een afleidingsmanoeuvre op zich zijn. Gelukkig komt er altijd nog een nieuw seizoen van South Park.