Toen ik onlangs de deur van de Stadstuin uitliep na anderhalf uur gesproken te hebben met Aafke Romeijn stonden twee gedachtes centraal. Ten eerste was ze zo open en eerlijk dat het gesprek meer leek op een ontmoeting met een boezemvriend die van wal steekt over een onlangs stukgelopen relatie dan op een interview. En daaruit kwam meteen die volgende gedachte voort: we hadden eigenlijk nauwelijks gesproken over haar nieuwe plaat! Maar waarom zou je zwammen over nieuwe albums als je vrijuit kan spreken over belangrijker zaken? Zoals daar zijn: zwangerschap, artistieke autonomie, depressies, en de moeder van alle angsten: bang zijn voor je eigen hoofd.

“Als ik ermee stop word ik binnen tien dagen zo suïcidaal als een konijn onder een auto. Dat is niet te handhaven”, zegt Romeijn, met de toon van iemand die een portie kaasstengels bestelt in een frietkot. Even daarvoor hadden we het over doping in de wielersport. Weinig subtiel maakte ik het bruggetje naar antidepressiva – Romeijn wordt al vanaf jonge leeftijd geteisterd door hevige depressies. Het bruggetje bleek niet nodig: in dit gesprek mag alles gevraagd worden. Onbesmuikt en op de man af.

“Het is een fysieke angst die zich uiteindelijk op concrete dingen prikt”, vervolgt Romeijn. “Die dingen zijn willekeurig. Dat heb ik altijd al: toen ik kind was, kon ik bang worden als ik een sok kwijt was. Dan was er ergens een andere sok die eenzaam was, die het koud had en waarvoor ik moest zorgen. Daar kon ik me wekenlang over opvreten.” 

Een rijk bestaan

We spreken elkaar in het café van de Stadstuin in Kanaleneiland, waar Romeijn haar kantoor heeft. Onlangs rondde ze haar nieuwe album af, een mix tussen electro en singer-songwriter, dat op 13 februari uitgebracht wordt. Ons gesprek waaiert alle kanten op. Trots zijn op je vader, de titel Spinvismeisje, PVV’ers die je stenigen op Twitter, en haar literaire probeersels (door Romeijn omschreven als ‘moeilijk toegankelijke sciencefiction shit’) die tot op heden verborgen blijven voor het publiek.

Kortom, Romeijn heeft een rijk bestaan. Naast haar muzikale carrière schrijft ze als freelance journalist voor de Elle en de Vrij Nederland. Onlangs stopte ze met Nederlands geven op middelbare scholen om zich vol te richten op de muziek en de journalistiek. Als alles goed gaat bevalt ze in juni van haar eerste kind. 

De duistere kant van de ziel

In tegenstelling tot wat bovenstaande uitspraak over suïcidale konijnen doet vermoeden, gaat het goed met Romeijn. Ze leidt een gebalanceerd bestaan waarin ze met rust, regelmaat en de juiste medicatie de depressies grotendeels buiten de deur kan houden. Maar als je haar spreekt voel je meteen dat dit anders is geweest. Achter haar grote ronde brillenglazen gaan de ogen schuil van iemand die de schaduwkant van de ziel kent.

Als kind sliep ze slecht en had ze angstaanvallen. Ze is altijd al een existentiële denker geweest. Gedachten over de oneindigheid van het universum, gevangen zijn in je bewustzijn en de dood plaagden haar. Als volwassene transformeerde dit naar de angst om niet te functioneren. “Ik ben dan bang om nooit meer uit een depressie te komen”, legt Romeijn uit. “Ik kom in cirkels waarin ik denk: mijn man gaat bij me weg als ik me nog langer zo gedraag, ik ben iedereen tot last, ik kan maar beter verdwijnen. Het zit dan zo vast in mijn hoofd dat ik denk: ik kom hier niet uit, ik moet dood.” 

Radiofähig

Romeijn is een open boek. Ze spreekt vrijuit over taboes waar de meeste mensen met een boog omheen lopen. Depressies, angsten en zelfafwijzing. Maar ook over de mate van exhibitionisme die je nodig hebt als artiest. Of de illusie van het volledig autonoom en los van je publiek kunnen functioneren. “Als je een goede hit hebt gehad vraagt iedereen wanneer je weer zoiets gaat maken. Als je een experimenteel album maakt zal je publisher vragen om iets te maken wat ‘radiofähiger’ is.”

Het idee dat je als artiest los zou kunnen komen van de verwachtingen en oordelen van je publiek veegt ze van tafel. “Dat bestaat niet volgens mij. Bovendien kan je ook autonoom kunstenaar en publieksvriendelijk tegelijk zijn. Ik sta achter de nummers die ik nu uitbreng en toch zijn ze een stuk toegankelijker dan wat ik hiervoor uitbracht. Alleen voor jezelf iets maken is misschien wel een heel romantisch ideaalbeeld – maar ik vind mijn nummers vijf keer leuk en dan begin ik me vreselijk te irriteren aan mijn stem.” 

Oprecht, exhibitionist, allebei?

Terugkerend onderwerp in ons gesprek is de spanning tussen artiest en publiek – tussen je eigen innerlijke leefwereld en alles daarbuiten. De geneugten van jezelf transparant maken, alles laten zien wat in je leeft. Je binnenwereld blijven toetsen aan de buitenwereld, als zoektocht naar veiligheid. Iets wat Romeijn graag doet in gesprekken, in artikelen en op sociale media. “Als je alles laat zien, weet je, als mensen je waarderen, ook precies waarom ze je waarderen. Dat het niet is omdat je de schone schijn ophoudt.”

Toch zijn er voor Romeijn ook grenzen aan het openlijk delen. Ze is terughoudend over haar seksleven, omdat dit naast haarzelf ook betrekking heeft op een ander. Ze zal straks ook niet iedere dag een foto van haar kind op Facebook plaatsen. Toen ze in het verleden opgenomen werd en onder de medicatie zat, twitterde ze bewust niet: ze was zichzelf niet en kon niet achter haar woorden staan. Ook haar ergernissen over de grote ego’s die je in de muziekindustrie tegenkomt, houdt ze voor zich, omdat ze haar carrière niet wil schaden en haar boeker niet wil opzadelen met ongemakkelijke gesprekken.

Al voel ik dat Romeijns intenties oprecht zijn, ik moet het toch vragen: is ze een exhibitionist? “Heel erg ja en heel erg nee”, antwoordt ze meteen. “Ik hou ervan mezelf te laten zien op een podium, maar kan het er tegelijkertijd benauwd van krijgen. Je krijgt als artiest af en toe naar je hoofd geslingerd dat je alles doet om in de spotlights te staan. Ik vind dat een nasty verwijt – omdat het waar is. Als artiest is je werk niet alleen dingen maken, maar ook om je werk onder de aandacht te brengen en daarmee jezelf. Tegelijkertijd is alles wat te maken heeft met jezelf in de spotlight zetten negatief geconnoteerd. Dat is ook iets Nederlands, dat je daar niet mee bezig mag zijn. Het is part of my job, en ik vind het niet erg.” 

Moeder Aafke

Over een klein half jaar zal Romeijn bevallen van haar eerste kind. Ze kijkt uit naar het moederschap, maar vind de radicale veranderingen die het lijf tijdens de zwangerschap ondergaat moeilijk te verkroppen. “Ik wil heel graag een kind, maar ik vind verandering het engste wat er is. Heel dubbel.” De laatste woorden van haar nummer ‘Karakter’ (‘Als je toch eens wist hoe het is om jouw kind te zijn’) zijn ook aan de orde van de dag. Ze speculeert druk over de gelijkenissen die ze nu al heeft met haar ouders. “Ik mocht van mijn vader geen commerciële tv kijken, en alleen Villa Achterwerk. Vreselijk vond ik dat. Maar ik voel nu al dat ik mijn kind ook niet ga toestaan om de hele dag Piet Piraat op Nickelodeon te kijken – flikker op!”

Wat voor moeder ze wil worden? “Een acceptabele moeder in de ogen van het kind. Ik ga me niet laten fokken door de mensen van het consultatiebureau of door andere ouders. Er zijn allemaal regels over wat wel en niet mag waar je doodmoe van wordt. Je kan ook niks plannen met een kind. Je kan wel bedenken dat je het zus en zo gaat doen, maar who knows? Ik kan alleen maar hopen dat mijn goede intenties landen en later tegen me gezegd wordt dat de opvoeding prima was.”

Bang voor je eigen hoofd

Het is alweer even geleden dat Romeijn in een depressie zat. Ze kan wennen aan dit bestaan. Weinig ostentatieve rock ’n roll en, clichématig als het klinkt, vooral intens genieten van de kleine dingen. Op de bank zitten en televisie kijken met haar man en Henk, haar kat. Haar geluk is niet afkomstig van een pil: ze moet ervoor werken. Yoga, goed eten en slapen, weinig drugs of drank. Soms is het wel even lastig om gelukkig én creatief te zijn. “Depressie is zo’n onderdeel van mijn bestaan en wie ik ben, dat ik het niet los kan zien van de albums die ik heb gemaakt. Toen ik dit album aan het schrijven was, was ik al drie jaar lang non-stop heel gelukkig. Toen dacht ik wel: ‘fuck waar ga ik over schrijven?’ Dat is een gek probleem. Toen was het album net af en werd ik kneiter depressief. Dat was dus net te laat…”, lacht ze. 

‘Ik ben niet bang voor god of muizen. Alleen voor de dingen in mijn hoofd’, zingt Romeijn in haar nummer ‘A2.’ Zijn er nog dingen in haar hoofd waar ze bang voor is? “Mijn grootste angst is weer depressief worden. Vooral nu ik moeder word. Ik heb ervaren dat ik mezelf tijdens een depressie wel in leven kan houden – soort van. Maar als ik een baby heb om voor te zorgen heb ik geen tijd meer om depressief te worden. Voor bepaalde angsten kan je je wapenen: angst voor andere mensen of voor een oorlog. Je kan een fort om je heen bouwen. Het is anders als je bang bent voor je eigen hersenen. Er is vrij weinig in het leven enger dan het niet kunnen vertrouwen van je eigen hoofd.” 


Te zien: release-show, zaterdag 13 februari 2016 @ EKKO