#NZON14 Jagwar Ma kent twee gezichten

Introverte electropop laat steigers trillen

Tekst: Jilt Jorritsma Foto's: Jan Westerhof ,

Het gaat de Australische psychedelische, dance-pop band Jagwar Ma voor de wind. Recensies van debuutalbum Howlin' (2013) zijn lovend, Noel Gallagher heeft de drie Aussies als "next big thing" aangewezen en de band gaat de hele wereld over. Op podium Het Dok op Noorderzon sluit Jagwar Ma een periode van anderhalf jaar touren af. Wat eens begon met een optreden tijdens de Vierdaagse in Nijmegen, eindigt voorlopig in Groningen. De band gaat namelijk werken aan zijn tweede album.

Hypnotiserend

Wanneer Jono Ma zich achter zijn beatmachines nestelt, is het voor het publiek nog even afwachten wat er gaat gebeuren. Degenen die zich hebben ingelezen weten zelfs niet precies wat er van Jagwar Ma valt te verwachten. Wat de combinatie van psychedelica, sixties pop, electro, trance en rock precies inhoudt, wordt duidelijk wanneer Jono de beats hun werk laat doen. Snel daarna komt leadzanger en gitarist Gabriel Winterfield al zwaaiend met bassist Jack Freeman op het podium. De avond begint net als album Howlin’ met What Love; een nummer dat cirkelt rond de tekst: "Waiting for tomorrow brings another day to another sun." Hoewel het geen literair hoogtepunt is, zorgt het repetitieve van de tekst en de beat ervoor dat er een bepaalde flow ontstaat.

De flexibele knieën van Freeman buigen mee op de beat en versterken het gevoel van de trance-staat. Ook Uncertainty centreert rond een steeds herhaalde hook: "How can ya, how can ya look so gloomy?" In de repetitieve nummers komen steeds meer lagen te zitten die soms geheel wegvallen zodat alleen de zang en de beat overblijven. Het werkt hypnotiserend. 

Trillende steigers

Na het sterke begin valt het optreden een beetje stil. Een nummer als Exercise mist live de energie die het publiek bij de les kan houden op een festival. Pas bij Let Her Go komt de energie van het begin van de set terug. Het publiek begint te springen en de steigers rond het Dok beginnen te trillen. Wanneer de hit Come Save Me voorbij komt, raakt ook Winterfield opgewarmd. Hij laat zijn gitaar en synthesizer even voor wat het is en verkent met zijn microfoon het hele podium. De introverte zanger wiens zang erg afwisselend is (het ene moment doet zijn stem denken aan Kurt Cobain, het andere moment aan Michael Jackson), blijkt een ware frontman.

Toch ontstaat het gevoel dat er meer uit de set is te halen. De band sluit af met zijn meest bekende nummer The Throw en krijgt overduidelijk niet de reactie van het publiek waarop het had gehoopt. Het zorgt voor een anti-climax van een verder zeer goede avond. De aanblik van de gitaar naast Jono die gedurende de hele set onbespeeld blijft, versterkt het gevoel dat er meer in het optreden had gezeten.