Zandstorm van Fu Manchu bedelft Doornroosje

Met de stofzuiger op vol vermogen blazen De Staat en Fu Manchu een stevige bak woestijngruis in het gelaat der talrijke aanwezigen

Tekst: Jasper Konijnenbelt / Foto's: Theo Keijzers, ,

Een fijn avondje woestijnrock in Doornroosje met de stoners van De Staat en grootheden in het genre Fu Manchu. Buiten was het koud. Binnen dampte het, waaiden de tumbleweeds voorbij, en zoog bovenal de stofzuiger van de stoner. Hárd.

Met de stofzuiger op vol vermogen blazen De Staat en Fu Manchu een stevige bak woestijngruis in het gelaat der talrijke aanwezigen

Stonerrock. U kent het wel: dat genre waarbij men begin jaren negentig een stroomaggregaat, geestverruimende middelen en kratten vol lauwe Budweiser de woestijn in sleepte om daar tot in de vroege uurtjes lange uitgesponnen groovende rockjams te spelen. Van de vele bands die toen opereerden - waaronder Fu Manchu - heetten de opperste woestijngoden toen nog Kyuss, welke later op zouden gaan in Queens of the Stoneage, een ontwikkeling die uiteindelijk zou culmineren in dé rockplaat van het huidige decennium. In die zin zijn we allemaal schatplichtig aan de stoner, want wees eerlijk, 'Songs for the Deaf' vonden we allemaal een vette plaat. Fu Manchu had 'back in the nineties' met culthit 'Evil Eye' op zak overigens de beste papieren om tot rockgrootheden uit te groeien. Helaas besloten de heren in de tien er op volgende jaren één keer per jaar dezelfde plaat uit te brengen, hetgeen een vrij saai oeuvre opleverde. De live-reputatie van de heren snelt ze echter vooruit, dus snel kijken wat ze er vanavond van bakken. Maar allereerst De Staat, onze eigen Nijmeegse stonies. Openen voor een grootheid als Fu Manchu heeft natuurlijk zijn voor- en nadelen. Voordeel is dat de zaal al lekker vol liefhebbers is als de mannen beginnen. De heren kunnen dan ook rekenen op een prima publieksreactie. Eerder door een collega afgedaan als 'saaie stoner' zie ik een band die het muzikaal prima voor elkaar heeft. De groove hebben ze in elk geval lekker te pakken. Bij een bepaalde track trillen werkelijk de testikels uit m'n broek. Een blik op het podium verklaart een boel; twee basgitaren op een podium veroorzaken nu eenmaal het nodige laag. Vooral in het slotakkoord wordt er stevig uitgepakt met het nodige bezwerende gitaar- en drumgeweld. Wat uitstraling mist het gezelschap wel en een vleugje expressie zou de stoïcijnse koppen ook geen kwaad doen. Heupwiegen blijkt bijzonder in zwang binnen de landsgrenzen van De Staat en dit blijft de gehele show de favoriete danspas van de heren. Eén uitzondering daargelaten: links in de hoek staat een bandlid de koebel en het keyboard te beroeren, maar doet dit per nummer met bescheiden mate waardoor het idee van het vijfde wiel op de loer ligt. Alsof 'ie mijn gedachten leest krijgt het Vijfde Wiel het op z'n heupen en begint halverwege de show druk in het rond te swingen, wandelt zelfs even het podium op en neer en begint daarna direct weer een fijn stukje koebel te spelen, hetgeen ook een prima toevoeging aan de totaalsound is. Het Vijfde Wiel, dat trekt stiekem de hele wagen. Prima show! Maar dan het nadeel voor de jongens van De Staat: de kans volledig weggespeeld te worden door de hoofdact. En ja - sorry jongens - dat is volledig het geval. Al vanaf het eerste nummer laat Fu Manchu zien waarom ze al een dik decennium lang de stonerste band van deze aardkloot zijn. Hoe klinkt zoiets? Nou, het is lomp, het is hard, het zuigt, het is gruizig, het bevat meer THC dan de beste nederwiet, het kraakt, piept, stompt, brengt in vervoering. Sodeju, de allersterkste hennepplant zou er naar vernoemd moeten worden. 'Doet u mij maar een grammetje Fu Manchu', dat idee. Hoe beleef je zoiets live? Nou, als iedere afzonderlijke korrel woestijnzand uit de Gobi-woestijn die door je strot wordt gegoten."Godfried van Bouillon!" roep ik (uit respect voor mijn christelijke buurman). "G#dverredomme!" roept mijn christelijke buurman extatisch (kun je nagaan). Ja lieve mensen, Fu Manchu laat er geen gras over groeien (het is dan ook woestijnrock). Al snel bevinden we ons gebroederlijk in de bescheiden pit die vooraan ontstaat in het bomvolle Doornroosje. Alle registers van de Marshall-amps staan open en produceren een bak gruis die alleen Fu Manchu zelf weer kan opzuigen. De band is strak, enthousiast en staat kraakhelder afgesteld. Een flink slotapplaus resulteert in een toegift waarbij de mannen nog eenmaal alle bagger boven pompen. Na het zand uit mijn haren geveegd te hebben, vier ik op de fiets naar huis een van de betere maandagen van dit jaar. Godfried van Bouillon, wát een band.