#ETN16: The Fire Harvest stevent ieder nummer af op voltreffers

Special guest Paul Hoek prettige variatie in de set

Tekst: Chiel Schilder | Foto's: Ronald de Jong ,

“Als ik zeg dat ik uit Friesland kom, komen jullie dan naar voren?'' Leadzanger Gerben Houwer van The Fire Harvest wekt vanaf het begin sympathie bij het publiek. Met zijn gezonde dosis humor en een goede interactie met de toeschouwer houdt hij de gemoederen wakker, want ja: de tempi van The Fire Harvest liggen nogal laag. De band maakt post-rock/altcountry/slowcore. Dat klinkt best interessant, maar bij een tempo onder de 75 bpm, is het moeilijk om het hoofd koel te houden.

Dat geldt niet alleen voor het publiek, maar ook voor de band. In de grote zaal van Neushoorn laten de Utrechters hier en daar wel een steekje vallen in het gitaarwerk. Omdat dichter Paul Hoek de band versterkt met gitaar als gastoptreden, bestaat het arrangement opeens uit drie verschillende gitaarpartijen. Om dan nog foutloos te blijven is een hele opgave. Tja, het is ook niet niks: strak spelen op zo’n tergend laag tempo is doorgaans veel moeilijker dan op een gemiddeld of hoog tempo.


Gelukkig heeft de band ook nog een troef achter de hand. Creatieve duizendpoot Paul Hoek staat niet voor niks in het centrum van de groep. Met enige onzekerheid laat hij zijn eigen werk horen, als een prettige variatie. In een soort spoken words vertolkt Paul zijn werk in het Nederlands, wat heel direct en scherpzinnig overkomt. Hij presenteert zich als een man van het experiment: een loopstation, een trompet afgewisseld met gitaarwerk en dichtkunst. Hoek is duidelijk van alle markten thuis en laat zich van zijn beste kant zien, ondanks dat hij weinig met de band gerepeteerd heeft. Bovendien beschikt hij net als Gerben over een droge humor die makkelijk is weg te slikken.


Gerbens broer, Gibson Houwer, maakt The Fire Harvest tot een geoliede machine. Zelden zie je een drummer zó fanatiek meetellen op de maat. Hij moet wel; als hij de draad kwijtraakt, valt de slow bang feel helemaal uiteen. Zijn knie fungeert als een soort drumpad om iedere maat uit te tikken, zonder extra geluid te produceren. Sowieso is zijn manier van drummen bijzonder minimalistisch en passend bij de soundscapes die zijn bandgenoten maken op gitaar. Gibson vertegenwoordigt daarmee een drumstijl die best eigen is en in dienst staat van ieder nummer.