Cross-Linx 2016: Andrew Bird en zijn eenmansorkest dat het duet niet schuwt

Optreden zorgt voor flashbacks naar optreden Pekka Kuusisto op Cross-Linx 2015

Tekst: Patric Muris / Fotografie: Hanneke Wetzer ,

Er zijn weinig artiesten die zo min voor één gat te vangen zijn als Andrew Bird. Niet alleen bestrijkt hij muzikaal een ontelbaar aantal genres, hij verstaat ook de kunst vele instrumenten te bespelen. En dan moet zijn warme, innemende stem zeker niet onbenoemd blijven. Doordat Bird zo multi-muzikaal is past hij bijna overal. En is hij ook direct overal op zijn plaats. Soms met band, dan weer solo. Vanavond staat hij alleen op het podium, maar wie de ogen dicht doet zal dat niet snel doorhebben.

HET CONCERT
Andrew Bird, in het Muziekgebouw tijdens Cross-Linx, op 25 februari 2016.

DE ACT
Hij begon zijn huidige tour vorig jaar op Down The Rabbit Hole, in een tent op een warme zomerdag. Vandaag staat hij tijdens wintertijd in het Muziekgebouw voor een ware luistersessie. Bird is als een kameleon en bekent direct kleur, maar zal in de basis altijd een avontuurlijke singer-songwriter met een voorliefde voor een onorthodox gebruik van zijn viool blijven. Stond hier vorig jaar niet een soortgelijke act die toen met Andrew Bird (en de lente) vergeleken werd, wordt hardop en retorisch verwonderd.

HET NUMMER
Het nummer waarin Bird met zijn eenmansorkest een duet zingt. Met zichzelf. Hij legt het uit: zij staat daar, ik sta hier. En dit is wat er gebeurt. En dan komt het nummer waarbij hij zijn hoofd, ook al ligt dat strak op de viool, draait. Naar hem en haar. Een meeslepende dialoog, gebracht door een beetje onhandige romanticus. Hij sluit af met de woorden dat hij eigenlijk helemaal geen liefdesliedjes moet schrijven. Omdat hij dat zogenaamd helemaal niet kan. Nou Andrew, doe jezelf nou niet te kort.

HET MOMENT
De eerste keer dat Bird zijn vioolspel loopt, de viool draait, hem als gitaar gebruikt en er vervolgens doodleuk (zo oogt het echt) eroverheen fluit. En weer opnieuw zijn viool bestrijkt. Bird is hier echt een miniorkest. Waanzinnig. Achteraf gezien blijkt het geen eenmalig hoogtepunt van de set te zijn, maar zorgt de loopstation voor het orgelpunt van zijn set.

HET PUBLIEK
Dat klapt en joelt, vooral in het begin wanneer Bird echt versteld doet staan. En dat is in deze setting extra leuk, want dat gedrag is eerder te verwachten bij een optreden van Kensington ergens in een grote tent op een festival. Maar het is duidelijk te zien dat Bird zijn best doet, muzikant in iedere vezel van zijn lichaam is en geen andere taal spreekt dan die van muzieknoten. De ietwat klunzigheid waarmee Bird er als een verstrooide scheikundeleraar bij staat doet het natuurlijk ook goed op de gunfactorbarometer. 

HET OORDEEL
Bird zelf is soms wat stijf, maar zijn vioolspel en zang zijn lenig en niet zelden weelderig. Zijn band wordt niet gemist, Bird kan prima in zijn eentje een vol geluid neerzetten. Alsof er een klein strijkkwartet op het podium staat. Doordat grotendeels gewerkt wordt met enkel een viool, zijn stem en wat gefluit wordt het – en dat is haast onvermijdelijk – op een gegeven moment toch wat langdradig en veel van hetzelfde. Hoe bijzonder knap het ook is wat Bird doet. De spaarzame momenten waarop de elektrische gitaar wordt gepakt zijn dan ook niet alleen erg welkom, maar ergens ook broodnodig. Voor sommige mensen duurt het iets te lang voordat die variatie wordt aangebracht; die mensen is Bird dan ook verloren iets na de helft van de set.