Bij het nieuwe Moss-album Strike ‘is het verhaal dat we in de studio van dEUS hebben opgenomen. En dat we een positief album wilden maken. Dat is het hele verhaal. Meer niet.’

De Amsterdamse rockband Moss vierde afgelopen najaar het koperen jubileum met een concertreeks waarin een mooie doorsnee van de vier albums werd gespeeld. De band van zanger, gitarist en gear-freak Marien Dorleijn trakteerde zichzelf op een nieuwe bassist en de fans kregen de belofte dat een nieuw album in de pen zat. Komende week verschijnt Strike, een poprock-album met een perfect, positief geluid. ‘Alles moet altijd maar een verhaal hebben,’ verzucht Marien Dorleijn. En hoe vreemder het verhaal, hoe beter. ‘Vaak denk ik: oké, het is een verhaal en ik snap dat je het vertelt om je nieuwe album te verkopen. Maar wat mij betreft hoeft het allemaal niet op die manier. Het gaat uiteindelijk alleen om de muziek. Bij Strike is het verhaal dat we met de jongens in de studio van deus hebben opgenomen met Arne van Petegem van Styrofoam als producer en met Jan Schenk achter de knoppen. En dat we een positief album wilden maken. Dat is het hele verhaal. Meer niet’  

Marien spreekt altijd over ‘de jongens’ als hij het over zijn bandleden heeft. De afgelopen twee jaar liep het aanvankelijk niet zo lekker tussen Marien en zijn jongens. Moss-bassist Koen van de Wardt maakte onder de naam Klangstof een vliegende start met zijn eigen muziek en leende drummer Finn Kruyning en bassist Michiel Stam uit de boedel van Moss. En daar zat Marien ineens in zijn eentje in zijn nieuwe werkruimte, een smalle pijpenla zonder ramen in de Utrechtse broedplaats Kytopia.

 

'Wordt dit wel een Moss-album? Misschien is het wel een Marien-album'

Zeventien goede schetsen

Doordat er een tweede kind op komst was, had hij zijn werkruimte thuis in Boskoop moeten opgeven. En zelf had hij eigenlijk al niet meer zo’n zin om met Moss verder te gaan. De rek was er uit, de koek op. Na het verschijnen van het – voor Moss-begrippen – rauwe We Both Know The Rest Is Noise in 2014 werkte de band een moordend toerschema af terwijl de albumverkoop haperde. Dorleijn reed nu dagelijks via het kinderdagverblijf naar Kytopia en zette om acht uur ’s ochtends de versterkers aan. Er gebeurde op zo’n dag weinig, inspiratie bleef uit maar het gewicht op Mariens schouders nam toe. Om vijf uur schakelde hij de boel weer uit en reed vervolgens weer via het kinderdagverblijf terug naar Boskoop. 

Het is een donkere periode in zijn leven. Zeker toen ook nog eens zijn vader overleed. Marien was de veertig gepasseerd, had vrouw, kinderen plus een hypotheek en niet te vergeten een platenbaas die had gezegd dat alles best was ‘als het maar een goede plaat wordt.’ Misschien was dit wel zijn laatste kans. Het was erop of eronder. Terug naar een deeltijdbaantje bij de bouwmarkt was geen optie. Maar goed, dit soort gedachten had hij rond zijn dertigste ook gehad. En toen was het toch ook allemaal goed gekomen. Sterker nog, de afgelopen tien jaar had hij de wind behoorlijk mee gehad! Het had de band vier mooie, gevarieerde albums vol melodieuze rock – soms meer akoestisch, soms elektronischer – opgeleverd, plus een hit, ‘I Apologise (Dear Simon)’ uit 2009, die in alle uithoeken van de wereld gedraaid werd. Of beter: wordt.

Maar na een maand in die donkere pijpenla begon het te komen. De eerste drie maanden van 2015 werden de vruchtbaarste van zijn leven en Marien schreef meer dan hij ooit had gedaan. Ineens had hij 27 voorzetjes voor nieuwe nummers waarvan er zeker zeventien erg goed waren. Het werken op commando tijdens kantooruren bleek ineens te werken. Vroeger had hij altijd een recorder gepakt om, waar dan ook, even een ideetje op te nemen. Soms neuriede hij even iets in zijn telefoon, ook al was het midden in de nacht. In die tijd stuurde hij dat soort ideetje meteen door naar zijn jongens die er dan mee aan de slag konden. Maar nu, met minstens zeventien goede schetsen in de pocket, deed hij dat niet. Want werd dit wel een Moss-album? Misschien werd het wel een Marien-album. Zelf wist hij ook niet welke kant het opging. Zeker niet nu Koen, Finn en Michiel zo druk waren met Klangstof. Marien wilde het liefst meteen de studio in, maar Koen was afhoudend en hield ongemerkt de andere jongens bij Moss vandaan. Klangstof kreeg een Amerikaanse platendeal. Marien baalde.

In één keer live

‘Ik heb nog ergens een brief, gericht aan de jongens, waarin ik ze vertel dat ik met Moss stop,’ vertelt Marien nu. ‘Ik heb hem nooit aan ze laten zien. Ik las hem laatst zelf weer eens door en moest er eigenlijk heel hard om lachen. Ik zie aan mijn woordkeuze dat ik enorm boos was op dat moment. Ik voelde het misschien niet eens echt als verraad van hun kant maar ik had ineens 27 liedjes en wilde er keihard tegenaan gaan. Maar ik wilde ook niet weer de hele kar in mijn eentje trekken.’
Die pikzwarte periode duurde niet langer dan drie weken en die brief werd nooit verstuurd. Afstand nemen en loslaten was het devies. Koen stopte bij Moss en de andere jongens verzekerden Marien dat Moss juist wel altijd op de eerste plaats zou staan en beloofden op tijd voor de plaatopnames terug te zijn.
De opnames van Marien, Finn en Michiel begonnen aanvankelijk in Amsterdam in Studio Schenk aan de Oude Houthaven, maar na zeven nummers werd al het materiaal overboord gekieperd. Het klonk allemaal te plichtmatig: als het zoveelste Moss-abum. En dus moest Marien nog meer loslaten. Want alleen zo kon een andere benadering van het nieuwe materiaal een kans krijgen. Er kwam een nieuwe bassist, Daniel Rose-Tran en Moss ging terug de oefenruimte in en zou er pas uitkomen als alle nummers bij iedereen helemaal in de vingers zaten zodat het album in een korte tijd in Antwerpen in één keer live kon worden opgenomen. Marien: ‘Zonder poespas en gewoon straight forward.
Strike klinkt als de muziek uit de jaren negentig waar het voor mij allemaal mee begon. We hebben alle ongeschreven Moss-regels losgelaten en nooit meer gezegd: maar we doen het altijd zo.’

En de jongens?
‘Die vonden het uiteindelijk de fijnste Moss-plaat om te maken. Ik ook.’