ESNS26: C’est qui? hult zich in feministische woede 

Girls, gays en queers maken de grootste moshpit

Veel ruimte om te spelen met de omgeving is er niet in de benauwde Marathonzaal, maar gelukkig vindt bassist Otje van Utrechtse postpunkband C’est Qui? een verhoging waar die vanaf kan springen. Deze keer is het geen trappetje, nee, het is de basdrum. Gebogen over de drummer speelt de lange bassist in regenlaarzen geweldige partijen in ‘Beard’. En dan, met een onhandige sprong, springt ie er vanaf. De show is nog maar net begonnen, maar zodra zangeres Jazz het podium op komt (met een nieuwe haarkleur) is de moshpit geopend.

Maar de grootste moshpit van de show barst los als Jazz met haar hese stem zegt (of eerder schreeuwt): ‘I have one request: all the girls, the gays, the queers, to the motherf*cking front!’ Sluit perfect aan bij het album Girls to the Front (een verzamelaar waar verschillende girl-punkbands op staan), waarop C’est Qui? hun enige single ‘Filthy Hands’ uitbrachten. Het zweterige jonge publiek gaat los op de woorden: ‘Why do we live in a world that hates women?’ De band ragt niet zomaar op hun gitaren, er is nagedacht over elk geluidje dat de versterker uitblaast.

C’est Qui? klinkt als een jongere versie van Amyl and the Sniffers, maar dan donkerder en ruiger. Dat is vooral duidelijk in ‘Filthy Hands’, een nummer over femicide en misogynie. Hoewel haar microfoon wel wat harder had mogen staan, brengt Jazz haar woorden over door het publiek direct aan te spreken: ‘It’s a f*cking man problem isn’t it?!’ Er zijn bijna geen punkartiesten die zich níet uitspreken over de genocide in Palestina, maar een nummer schrijven over specifiek een genocide, dat gebeurt niet vaak: ‘This is a genocide, how can you be nonchalant, how can you not care?!’ 

Het oordeel: Met alle woede eruit gedanst, het zweet op het voorhoofd en boos over alle stomme dingen in de wereld kan iedereen voldaan naar huis. 

Het nummer: ‘Filthy Hands’
 

#news
Laatste nieuws en artikelen van 3voor12