ESNS26: plonki is koningin dynamiek
folkrock met psychedelisch randje en grote contrasten
In het post-Big Thief-tijdperk lijkt folkrock enigszins verzadigd te raken, tot je een band als plonki tegen het lijf loopt. Het project van Pleun Stork was een van de uitblinkers van de Popronde vorig jaar en maakte indruk met hun gruizige, Unknown Mortal Orchestra-achtige indierock. De kern van wat plonki onderscheidt: contrast. Van zacht naar keihard, van gecontroleerd naar complete chaos, van clean naar smerig, en van ontspannen jammen naar voluit scheuren en rondspringen. En met zo’n sterke band blijft de onweerstaanbare groove (zoals die in ‘Quiet Life') altijd fier overeind.
Leadgitarist Anthony Koenn is de onmisbare rechterhand. Hij voorziet Pleuns riffs van een extra laag, zingt de harmonieën mee en is tegelijk haar persoonlijke hypeman (‘Motherfucking plonki!’ is echt een heel grappige zin). De twee zoeken elkaar keer op keer op in scheurende, psychedelische gitaarsolo’s.
Ook qua expressie zit het goed. Na jarenlang vooral andermans muziek te hebben gespeeld (Pleun was eerder actief in THAMES, Fuzzy Teeth en Tape Toy) moesten die opgehoopte emoties er een keer uit. In haar soloproject krijgen ze alle ruimte: ze draagt haar teksten voor alsof ze alles opnieuw beleeft.
Afsluiten doet de band met een special guest: een extra drummer..? Heel veel voegt dat nou ook weer niet toe, maar de drumkit stond er toch al – Grote Geelstaart mag hierna aantreden – dus waarom ook niet.
Het oordeel: Contrasteren kan je leren, doseren blijkt net iets lastiger. Alsnog is plonki even intrigerend als catchy.
Het nummer: ‘Quiet Life’