Interview met The Cosmic Carnival Interview met The Cosmic Carnival

"We hebben een breed geluid waarmee we veel kunnen".

, Tekst: Linda Wimmenhove Foto's: Marcel van Leeuwen

Interview met The Cosmic Carnival

"We hebben een breed geluid waarmee we veel kunnen".

Tekst: Linda Wimmenhove Foto's: Marcel van Leeuwen ,

The Cosmic Carnival is een band met een duidelijke sixties sound. De band gaat momenteel heel goed. Ze werken hard aan een EP en staan in de finale van de Grote Prijs van Nederland. Tijd voor een interview met Nick Schuit, de zanger van deze jonge band.

"We hebben een breed geluid waarmee we veel kunnen".

Geef een korte omschrijving van The Cosmic Carnival

The Cosmic Carnival is, zoals de naam al zegt, een bonte verzameling mensen en karakters, die samen een bonte verzameling stijlen samen smelten tot een passend geheel, zonder in te boeten op melodie. Ieder bandlid speelt zijn of haar rol binnen het geheel, we vullen elkaar aan en hebben elkaar nodig. Soms levert dit botsingen op, maar ook uit deze botsingen vloeien nieuwe dingen voort.

Wat is jullie achtergrond?

Zelf speelde ik op de middelbare school al in een bandje, maar ‘just for fun’, waarbij ik noodgedwongen basgitaar moest spelen en tabs uit mijn hoofd leerde, een kwestie van vakjes drukken. Op jonge leeftijd kwam ik bij de jongens van The New Shining (nu samen met The Cosmic Carnival in de finale van de Grote Prijs van Nederland) over de vloer, door een hechte vriendschap met hun jongere broertje.  Op mijn twintigste kon ik nog steeds geen fatsoenlijk instrument bespelen. Toch pakte ik op een goede dag de gitaar van mijn moeder en leerde mezelf wat akkoorden. Toen ik daar meteen melodieën bij hoorde, ben ik als een gek liedjes gaan schrijven. Eenvoudig, simpel en alleen maar op gevoel, maar dat allereerste begin was essentieel.

Toen ik Gerben (toetsenist, medecomponist) ontmoette, klassiek geschoold en daarmee een totaal andere achtergrond, leerden we al snel op een goede manier samen te werken. De combinatie van zijn technische kennis van muziek en mijn gevoel, leverden de eerste liedjes op van The Cosmic Carnival. Natuurlijk was ik nog erg onzeker, en ik stuurde de liedjes op naar de Rockacademie om te kijken wat ze er van zouden vinden. Na een selectie en een auditie werd ik, samen met nog twee jongens, aangenomen als songwriter, gekozen uit een grote groep kandidaten uit het hele land. Erg onwerkelijk allemaal en de Rockacademie periode was dan ook erg wennen voor mij. Uiteindelijk werkte het ook niet en ben ik gestopt. Het was wel een te gekke en leerzame tijd, bovendien essentieel. In Tilburg kreeg ik, door mijn medestudenten en Ton Engels, de bevestiging om door te gaan met muziek.

Waar laten jullie je door inspireren?

Je kunt je natuurlijk laten inspireren door andere artiesten, maar ook door alledaagse, of minder alledaagse situaties uit het leven. Uit leed wordt kunst geboren, zei een wijze vrouw ooit eens. Dat is helemaal waar, probeer maar eens een goed, vrolijk liedje te schrijven, die zijn het moeilijkst. Veel makkelijker is het om de pijn te bezingen, of je lot, de situatie waar je in zit. Gerben gaat momenteel door een zware periode, waarbij hij voor een aantal maanden beperkt bij de band aanwezig kan zijn. Het is logisch dat hij zijn gevoelens zal omzetten in tekst en muziek en dat het daarin allemaal terug te horen is, maar zwartgallig zullen hij en ik nooit zijn. Daar zijn we te levenslustig voor. Onze thema’s zijn daarom vaak vrijheid en verlossing, de hoop op en drang naar een positieve afloop, een betere wereld. Klinkt heel cliché, maar ik denk dat iedereen daarnaar op zoek is.


Muzikaal gezien hebben we veel met het vroegere werk van Bruce Springsteen, zeg maar tot 1978. Ook hij bezong de vrijheid meer dan eens, en hij doet dat op zo’n manier dat het ons weer inspireert. Ook hebben wij veel met de jaren zestig, vanwege diezelfde elementen, plus de vrijheid die de popmuziek toen kende. Alles was mogelijk en dat deed men dan ook, zonder extremen op te zoeken en het gevoel voor melodie kwijt te raken. Het moeten natuurlijk wel liedjes blijven, vind ik persoonlijk. De trend die je nu ziet is omgekeerd, men denkt ten onrechte dat elk liedje al geschreven is en daarom gaan veel bands op zoek naar grenzen en extremen, daarmee gaat volgens mij het doel van muziek verloren. Geef mij maar een band als My Morning Jacket. Prachtige, originele melodieën, een hemelse stem en schitterende arrangementen. Of The Bees uit Engeland, je stapt regelrecht in een tijdmachine naar de jaren zestig en zeventig, maar zo’n goede band was er in die tijd helemaal niet! The Redwalls idem dito. Jammer dat deze stijl nu geen mainstream is, maar een ondergewaardeerd subgenre. Niks mis met underground, maar ik denk dat deze bands meer verdienen en dat er ook een groot publiek is dat van deze bands zou kunnen genieten, als het maar eens op de radio werd gedraaid!

Welke song had je zelf willen componeren en waarom?

“It Makes No Difference” van The Band. Dit is het meest hartverscheurende nummer dat ik ken. Het is geschreven door Robbie Robertson en heeft een schitterende opbouw. Rick Danko mocht het nummer zingen, omdat zijn stem er volgens mij voor gemaakt is. Hij bezingt de pijn heel toepasselijk. De wisselwerking aan het eind tussen gitaar en saxofoon is ook schitterend. Ik was bij de theatershow van Leo Blokhuis en Ricky Koole, en Leo vroeg het publiek naar een liedje dat te weinig gehoord werd, en absoluut niet vergeten mocht worden. Ik dacht aan ‘It Makes No Difference’, fluisterde het tegen mijn vriendin, maar durfde niet op te staan en door de zaal te schreeuwen. Anderen deden dat natuurlijk wel, en het ene dramatische jaren tachtig nummer na de andere hoorde ik voorbij komen. Goed, zei de professor vervolgens, liep van het podium, en Ricky, Wouter Planteydt en Eric van Dijsseldonk begonnen aan de beste cover die ik ooit van ‘It Makes No Difference’ heb gehoord, kippenvel. Niet de beste vertolking aller tijden, dat weten ze zelf ook, als ze The Last Waltz hebben gezien. 

De band staat in de finale van de grote prijs van Nederland, wie zien jullie als grootste concurrent?

NeWax zien we als de voornaamste concurrent. Zij doen iets vernieuwends met de sound van de 80's, zoals wij dat doen met de sound van de 60's. Anni-K en The New Shining hebben we in de halev finale al verslagen, maar staan met een wildcard alsnog in de finale. Extra druk bij ons natuurlijk, maar het moet mogelijk ze zijn ze nog eens te verslaan.

Hoe worden de eigen kansen ingeschat?

We doen gewoon waar we goed in zijn. Er zijn zes bands, allemaal totaal verschillend. Ons voordeel is denk ik dat we veel stijl verenigen en ons niet toeleggen op één specifiek iets. We hebben een breed geluid waarmee we veel kunnen. Ook in de finale zullen we dat weer laten zien.

Hoe denk je over de muziekscene in Rotterdam?

Zeker heel tof! Ik ben er trots op hier deel van uit te maken. Postmen vond ik een te gekke, typisch Rotterdamse act. Dit had een sensatie moeten zijn in Amerika, maar helaas mocht het niet lukken. Ook Postmen combineerde diverse stijlen met elkaar en creëerde daarmee een eigen geluid, hun afscheid in Nighttown was werkelijk fantastisch. El Pino and the Volunteers vind ik ook geweldig, ben benieuwd naar de nieuwe plaat. En The Madd natuurlijk, te gek, ook lekker sixties!

Wat zijn de plannen en wensen voor de toekomst?

Allereerst een vaste drummer vinden, daarmee natuurlijk de Grote Prijs winnen. Ongeveer tegelijkertijd moet er een EP uitkomen, eindelijk, met gloednieuw materiaal. En daarna hopen we op tour te gaan, zo lang mogelijk, en zo ver als we kunnen!
 

nu op 3voor12