Kapers op de kust hebben grote plannen met Nighttown Kapers op de kust hebben grote plannen met Nighttown

Ted Langenbach: "Nighttown is het mooiste dat me kan overkomen"

Kapers op de kust hebben grote plannen met Nighttown

Ted Langenbach: "Nighttown is het mooiste dat me kan overkomen"

Middagprogramma's, nachtconcerten, een gastvrijere uitstraling. De potentiële nieuwe kopstukken die Nighttown nieuw leven willen inblazen, smeden druk plannen. Ted Langenbach heeft als investeerders twee horeca-bonzen achter zich, bierbrouwer Grolsch heeft Ronald Molendijk benaderd en ook Dick Pakkert (Rotown) praat met geldschieters. Het doel: Nighttown dit jaar nog open.

Ted Langenbach: "Nighttown is het mooiste dat me kan overkomen"

Ongeduldig zijn ze. Liever vandaag dan morgen maken ze van Nighttown weer dé bruisende pop- en danstempel van Rotterdam. ”Ik ben ongeduldig, ik wil in september open”, zegt Ted Langenbach, alsof de buit reeds binnen is. “Ik heb een visie op Nighttown en daar wil ik graag mee aan de slag”, vertelt Ronald Molendijk, die er jaren lang residentie-dj was. “Ik wil er aan de slag met vers bloed”, laat Rotown-eigenaar Dick Pakkert weten. Bijna een jaar na de sluiting lijken zij met stevige investeerders achter zich de belangrijkste kapers op de kust om Nighttown weer te laten opbloeien.

Langenbach heeft als investeerders de Rotterdamse horeca-broers Tieleman achter zich staan. “En ik heb net gehoord dat zij er heel dicht bij zitten, maar het potje Stratego is nog volop bezig.” De broers zijn onder meer eigenaars van het restaurant in de Euromast. Bierbrouwer Grolsch ziet ook brood in Nighttown en voert gesprekken met Ronald Molendijk over de toekomst van de zaal. Ook Dick Pakkert is in gesprek met potentiële investeerders, maar wie dat zijn wil hij nog niet zeggen. En dan is er volgens de geruchtenmachine nog een kaper op de kust die het pand wil ombouwen tot een gokhal. Binnen enkele weken moet bekend zijn wie Nighttown koopt, zodat het podium dit jaar nog open kan. De afkoopsom aan bierbrouwer Heineken voor de naam, de inventaris en de goodwill bedraagt circa een half miljoen euro.

Ted Langenbach zegt heilig te geloven in Nighttown als ijkpunt in het uitgaansleven van Rotterdam. “Nighttown zou het mooiste zijn dat me nu kan overkomen”, zegt hij. Mochten de gebroeders Tieleman het pand aan de West Kruiskade kopen, dan ziet het dance-boegbeeld een rol als creatief directeur voor zichzelf weggelegd. “Een soort mentor met een duidelijk criterium voor zowel pop als dance: kwaliteit.” Een ander stokpaardje: popconcerten moeten weer vaker de nacht in. “Waarom moeten concerten tegenwoordig om acht uur ’s avonds beginnen? Net als de danceavonden moet dat ook om middernacht kunnen, zodat er bij optredens niet alleen meer mensen uit de provincie met de armen over elkaar komen kijken.”

Waar Langenbach mikt op nachtdieren, ziet Ronald Molendijk juist kansen voor meer dagprogrammering, waaronder popconcerten. “’s Middags staat zo’n zaal altijd maar leeg. Zonde van de ruimte vind ik dat. Ik wil het begrip popzaal zo ver mogelijk oprekken, zo laagdrempelig mogelijk en met meer dan pop en dance alleen. Verder zou ik in de zaal overal camera’s willen ophangen om ieder concert op te nemen en uit te zenden via de website. Ik riep dit jaren terug al, maar men geloofde er niet in. En moet je nu het succes van Fabchannel eens zien.” De plannen heeft hij kortom, maar Molendijk weet nog niet zeker of hij aan de slag kan als Grolsch definitief de koper wordt. “Als het ze lukt, bellen ze mij meteen voor een nieuw praatje. Maar in een eerder gesprek heb ik mijn visie op Nighttown al uiteen gezet, en daar waren ze erg content mee.”

Dick Pakkert is iets voorzichtiger: “Om te zeggen dat ik sta te trappelen, is overdreven. Er zijn nogal wat hindernissen. Maar ik wil het graag doen.” Meer spannende concerten in Nighttown: dat is zijn voornaamste doel. “Met spannend bedoel ik optredens waarvan je zegt: “hé, daar moet ik bij zijn!” Concerten als die van Arcade Fire zijn er de laatste jaren te weinig geweest. Je moet niet alleen Van Dik Hout of De Dijk willen.” Een gastvrijere uitstraling kan volgens Pakkert ook geen kwaad. “Met vriendelijker mensen voor de deur dan tot vorig jaar het geval was. Die lieten soms personeelsleden niet eens binnen en weigerden om op de gastenlijst te kijken.” Of Pakkert met de Stichting Live At Nighttown (LAN) verder zou gaan, weet hij nog niet precies. Programmeurs van Rotown zouden er immers ook hun werk kunnen doen. “Maar als we verder gaan met LAN, dan moet er vers bloed in en dan moet de stichting ook het horecadeel voor zijn rekening nemen.”

Langenbach en Molendijk willen onvoorwaardelijk door met LAN, al onderschrijven zij dat schoon schip maken onvermijdelijk is. Of de scheiding tussen programmering en exploitatie onder zijn hoede opgeheven zou worden, weet Langenbach nog niet. Dit terwijl de verliezen van de horecatak juist de stichting mee de afgrond in trokken naar het faillissement van Nighttown. Toch houdt de gemeente Rotterdam vooralsnog vast aan deze constructie. “Ik sluit op dat punt niets uit”, zegt Langenbach. “Maar als het op dezelfde manier verder moet, zullen er hele goede afspraken gemaakt moeten worden.”

Voor Molendijk en Pakkert moet het na het faillissement van vorig jaar beslist anders. “Ik begrijp niet dat wethouder Kaya die constructie verdedigt”, zegt Molendijk. “De winst gemaakt op een concert naar een aparte stichting en de centen van de verkochte biertjes naar de uitbater, dat is funest.” Ook voor Pakkert is het een duidelijke zaak. “Als je het goed wilt doen, moeten de exploitatie en de programmering onder een vlag vallen. Anders krijg je een commerciële en een culturele tak, en die gaan niet samen. Het podium moet te allen tijde voorop staan, daarna pas de horeca.” Intussen vraagt Molendijk zich af of de gemeente Rotterdam Nighttown werkelijk een warm hart toedraagt. “Waarom heeft de gemeente geen poging gedaan om Nighttown te kopen?”, vraagt Molendijk zich hardop af. Ook Pakkert vindt dit een gemiste kans. “Op dat moment kun je als gemeente ook de stichting waar je subsidie gaan geeft, zoals LAN, beter in de gaten houden. Die legt dan verantwoording aan je af.”

Wie straks ook de scepter mag gaan zwaaien in Nighttown: samenwerkingen tussen de kandidaten behoort tot de mogelijkheden “Ik sluit niets uit”, zegt Pakkert. Langenbach en Molendijk hebben al samen gepraat over wat Nighttown moet worden. Een concurrentiestrijd is tussen hen niet gaande, benadrukken ze allebei. Langenbach: “We zitten behoorlijk op een lijn.” Molendijk: “Wie het straks ook wordt, Ik denk dat de een de ander eerst feliciteert en meteen informeert naar de mogelijkheden tot samenwerking.”

nu op 3voor12