De aftrap is voor LÖRK. De reggae ska band mengt luchtigheid met een scherp randje en brengt meteen beweging in de zaal. Met eigen nummers als ‘Delulu’ en ‘Poen’ zetten ze een toon die tegelijk ontspannen en maatschappelijk is. Hun geluid schuurt soms tegen dat van Doe Maar aan, een vergelijking die ze zelf niet uit de weg gaan. Wanneer ze ‘Zoek het zelf maar uit’ en ‘Smoorverliefd’ inzetten, hoor je duidelijk waar die liefde vandaan komt.
Wanneer Fokko Mellema en zijn band beginnen, verschuift de sfeer meteen. De gitaren klinken steviger, de drums voller. Wat vooral opvalt is hoe relaxed het allemaal voelt. Mellema praat makkelijk tussen de nummers door, maakt droge opmerkingen over zichzelf en over de band, en trekt het publiek zonder moeite mee in zijn wereld.
Die wereld bestaat grotendeels uit waargebeurde verhalen. Niet groots of heroïsch, maar klein en pijnlijk herkenbaar. ‘Wendy’ blijkt eigenlijk over iemand anders te gaan. ‘Anna’ over een meisje dat hij daarna nooit meer zag. Geen epische liefdesverhalen dus, maar situaties die net ongemakkelijk genoeg zijn om echt te voelen. De relationele onhandigheid waar Fokko om bekendstaat, wordt niet verstopt maar juist uitvergroot. Met zelfspot, maar zonder alles weg te lachen.