Albumrecensie: Lookapony – Ha-Satan Albumrecensie: Lookapony – Ha-Satan

Eindhovense branieschoppers lossen eindelijk belofte in op debuutalbum

, Rens Peters

Begin 2016 werd al een voorproefje gegeven met de aanstekelijke single ‘Forty Four’, maar het duurde uiteindelijk nog een jaar tot de officiële release van ‘Ha-Satan’. De verwachtingen voor het eerste volwaardige album van Lookapony zijn dan ook hooggespannen. Niet in de laatste plaats veroorzaakt door deze branieschoppers zelf. Op Valentijnsdag is het dan eindelijk zover; wordt het lange wachten op het debuutalbum beloond?

Sinds Lookapony in 2012 voor het eerst van zich liet horen met debuut-EP ‘√4’ geldt de band als grote belofte. Er volgde nog een EP en een paar singles en iedere nieuwe release was de groei van het viertal hoorbaar. Deze ontwikkeling zet zich ook door op het debuutalbum. Neem bijvoorbeeld het up-tempo ‘Bedroom Pictures’. Het is duidelijk een bewerking van het oudje ‘Dangermoves’ uit 2013, maar de nieuwe compositie zit stukken beter in elkaar. Die groei in songschrijverschap is ook te horen op de pakkende albumopener ‘Bored and Lonely’ en single ‘Forty Four’. Het is eveneens de verdienste van producer Raven Aartsen, die dicht op het schrijfproces zat en erin is geslaagd Lookapony eenzelfde rauwe, doch heldere sound te geven als zijn eigen band Mozes and the Firstborn.

De titel van het openingsnummer ‘Bored and Lonely’ vat de thematiek van het album goed samen. Zanger-gitarist Jasper Grave schrijft vooral over het losmaken van de plek van waar je vandaan komt, met alle worstelingen van dien. Verveling, liefde, kleinburgerlijkheid en de dood – deze onderwerpen worden gebracht in simpele bewoordingen, maar wel treffend: “You got it all / A brick house and car / But oh, you are so bored” omschrijft de frontman op ‘Forty Four’ het burgerlijk bestaan waar de band duidelijk een afkeer van heeft.

Muzikaal heeft Lookapony een goede balans gevonden tussen Amerikaanse garagerock en 90’s Britpop. Soms rockend als together PANGEA, dan weer melodieus à la Oasis (of recenter DMA’s). Lookapony staat bekend om zijn energieke, springerige stijl, maar melancholie is nooit ver weg. Met de ballad ‘In Space’ durft de band zelfs een stapje verder te gaan. Hier klinkt Lookapony zoals we hen sinds ‘Red Wine’ niet meer gehoord hebben: ingetogen en kwetsbaar. Over spaarzame drum, een warm basgeluid en sprankelende gitaar zingt Grave over zijn gebroken hart: “I will never be your guy / I will never be the only one.”

Ondanks dat ‘Ha-Satan’ een aantal ijzersterke nummers bevat, is dit debuut niet helemaal vrij van gebreken. Het bereik van Grave is beperkt en zijn lijzige zang gaat door een gebrek aan dynamiek soms wat vervelen. En wanneer Lookapony zich op postpunk-terrein begeeft (‘Richie White’, ‘In My Head’) komen de nummers niet zo goed uit de verf. Nee, dan liever een anthem als ‘In Space’. Een fijne meezinger met wederom een serieuze ondertoon: “But I don’t wanna be like them / And I don’t wanna lose my friends / Oh my God I hate this town.”

Het hoogtepunt van deze eerste langspeler (ja, hij komt ook op vinyl uit) is echter ‘Hate Me, I’m Weird’. Alles wat tot dan toe voorbij kwam op het album komt samen in dit lied: een ronkend basintro, de kenmerkende wisselwerking tussen de gitaren en Grave’s zang en als climax een heerlijke gitaarsolo. Vooruit, het zijn akkoordenschema’s en melodieën die je al vaker gehoord hebt, maar wanneer het zo goed gespeeld wordt blijft het genieten. Dat geldt ook voor de rest van het album, dat het niet zozeer moet hebben van originaliteit maar wél weet te raken. Een knappe prestatie, waarmee Lookapony eindelijk het stempel ‘veelbelovend’ van zich afschudt en definitief een plek probeert te veroveren in de bomvolle poel van gitaarbands in Nederland.

Tags

nu op 3voor12