Wazo Bean: een knokpartij tussen jazz-cats
Amsterdamse band kruipt in de huid van octopussen, cheeta’s en glimwormen

Voor hun eigenaardige ‘feline hyperpop’ kruipt de Amsterdamse band Wazo Bean in de huid van allerlei dieren. Het resulteert in superoriginele muziek met flarden jazz en folk. ‘Hoe zou de muziekscene van kwallen eruitzien? Wat voor muziek zouden ze maken?’
Een nitwit zou de Amsterdamse band Wazo Bean – die z’n roots heeft op de jazz-afdeling van het conservatorium – waarschijnlijk een jazzband met folkinvloeden en strijkersarrangementen noemen. Bij zo’n beschrijving verwacht je waarschijnlijk: gepolijst, sierlijk, vooral niet te rafelig. Wat je niet verwacht: de storm van ‘red biting fight’ van hun deze week verschenen EP ways of being. Zangeres Carolina Gemmell gaat gillend en schreeuwend ten onder tussen de drumroffels en felle cello-halen. De muziek heeft het vurige van Fiona Apple, mysterieuze akkoorden die wel wat aan Department Of Eagles en Grizzly Bear doen denken. ‘Zelf noemen we dit katachtige hyperpop’, vertelt ze bloedserieus.

Pardon? ‘Nou, dit nummer is geschreven door een cheeta. Die heeft een ontzettend fel gevecht gehad met een andere cheeta, vanwege een territoriumconflict, en dat inspireerde hem om deze muziek te schrijven. Vooral in de onderwaterwereld is het nummer ontzettend populair. Ribkwallen en potvissen zijn er dol op, en die noemen het dus feline hyperpop.’ Aha. En dat gevecht hoor je dus letterlijk terug in de muziek? ‘Precies! Je moet je twee cheeta’s voorstellen die om elkaar heen cirkelen, klaar om toe te slaan. Op de momenten dat je die agressieve kreten hoort, waarbij alle instrumenten als het ware tegelijkertijd van zich afbijten, vindt de aanval plaats.’
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.
Welkom in de wonderlijke belevingswereld van Wazo Bean, waarin dieren niet alleen de hoofdrol spelen, maar ook hun eigen muziekgenres, scenes en artistieke uitingsvormen hebben. Dat klinkt als een uit de hand gelopen fantasie, maar voor Gemmell zit er een oprechte fascinatie achter. ‘Ik houd ontzettend van de natuur en alle levensvormen die op aarde bestaan. Iedere keer als ik iets leer over een nieuw dier, vraag ik me af: hoe zou het zijn om dat wezen te zijn? Hoe zou het voelen om over zijn zintuigen te beschikken?’
Neem de octopus, waarover Wazo Bean ook een nummer schreef. ‘Dat is zo’n ongelooflijk complex dier, met een enorm brein en ontzettend veel zintuiglijke informatie die voortdurend binnenkomt. Misschien maken octopussen op hun eigen manier ook wel kunst. Natuurlijk kunnen wij die niet zomaar vertalen naar onze eigen kunstvormen, zoals poëzie. Maar misschien is de manier waarop zij de wereld ervaren op zichzelf al een vorm van kunst.’
En muziek, redeneert Gemmell, is bij uitstek geschikt om dat perspectief invoelbaar te maken. ‘Muziek is zo abstract dat je er misschien wel heel dicht mee kunt komen bij hoe het voelt om een ander wezen te zijn. Je ervaart muziek immers bijna met je hele lichaam. Dus ons idee is eigenlijk: op dit moment bén jij een octopus die de wereld ervaart. Zo voelt dat.’

Dat de muziek van Wazo Bean daarbij voortdurend van vorm verandert, is geen toeval. De vijfkoppige band ontstond op het Amsterdamse conservatorium, waar Gemmell haar medemuzikanten leerde kennen. Met één uitzondering: haar vriend Pablo Gonzalez, een arrangeur die ze al acht jaar kent uit Spanje en met wie ze de muzikale kern van de band vormt. Toch is Gemmell naar eigen zeggen niet bepaald de typische conservatoriumstudent. ‘Voordat ik naar Nederland kwam, had ik helemaal geen muziek gestudeerd. Als zangeres kun je veel intuïtiever te werk gaan, en dat is eigenlijk altijd mijn benadering geweest. Ik heb mijn docenten ook nooit gevraagd wat ze van mijn eigen muziek vinden. Misschien haal ik daardoor niet alles uit mijn opleiding, maar ik voel me wel helemaal vrij. Ik maak me totaal niet druk om de goedkeuring van het instituut.’
Bovendien voelt Wazo Bean zich niet helemaal thuis in de jazzwereld. ‘Als we in jazzkringen optreden, vinden mensen onze muziek juist heel poppy. Maar zodra we in de popwereld terechtkomen, roept iedereen: jeetje, dit is jazz! We passen eigenlijk nergens helemaal tussen.’ Toch hoor je de Amsterdamse jazzscene wel degelijk terug in hun muziek. Gemmell noemt drummer Sun-Mi Hong en bassist Alessandro Fongaro als belangrijke inspiratiebronnen, net als gitarist Reinier Baas. Niet vanwege hun technische virtuositeit, maar juist vanwege hun speelse, soms bijna agressieve omgang met hun instrumenten. ‘Hun muziek kan ontzettend verfijnd en prachtig zijn, maar tegelijkertijd ook heel rauw. Er zit iets bijna kinderlijks in de manier waarop ze spelen. Je ziet hoeveel plezier ze beleven aan hun instrumenten. Dat vind ik ontzettend inspirerend.’ Daarbij haalt Gemmell haar inspiratie net zo gemakkelijk uit West-Afrikaanse volksmuziek, de experimentele improvisaties van zangeres Sanem Kalfa en de Australische zangeres Nai Palm van Hiatus Kaiyote. ‘Zij heeft me op ontzettend veel manieren beïnvloed. In mijn manier van teksten schrijven, in mijn composities en ook in mijn liefde voor dieren.’
De EP ways of being is het eerste deel van hun debuutalbum, dat in maart volledig moet verschijnen. Gemmell werkte er zo’n drie jaar aan, maar ondertussen is ze alweer druk bezig met de opvolger. En nu ze haar muzikale universum steeds verder heeft uitgewerkt, lijken de mogelijkheden eindeloos. ‘Ik kan nu bijvoorbeeld denken: hoe zou de muziekscene van kwallen eruitzien? Wat voor muziek zouden ze maken?’ Of neem de glimwormen die in grotten in Nieuw-Zeeland leven. Daarover schrijft ze momenteel een nieuw nummer. ‘Ik stel me voor dat die glimwormen haiku’s schrijven. Onder de grond creëren ze met z’n allen een enorme lichtshow. Maar hoe communiceren ze eigenlijk met elkaar? Zou het kunnen dat ze met het pulseren van hun licht een gedicht maken?’
Het klinkt behoorlijk absurd, maar wie zich eenmaal overgeeft aan de muziek van Wazo Bean, hoort ineens een hele wereld opengaan. ‘Ik heb het altijd heerlijk gevonden om de wereld vanuit een ander perspectief te bekijken’, zegt Gemmell. ‘Je kijkt dan bijna met de verwondering van een kind naar de dingen. Het laat me telkens opnieuw beseffen hoe ongelooflijk bijzonder het eigenlijk is om te leven.’