Rachel Chinouriri neemt afscheid van de fles: 'Ik haatte mezelf'

Van tranen in de club tot een dansbaar tweede album

Rachel Chinouriri
  • Eline Oppewal

Toen ze voor de zoveelste keer in het vroege ochtendgloren stomdronken in de taxi stapte richting het vliegveld voor een promotour, wist de Britse popster Rachel Chinouriri het zeker: nu is het klaar met al dat gezuip. Voor de zoveelste keer had ze het het veel te laat gemaakt, voor de zoveelste keer zat ze met een dikke vette kater bij een interview, en voor de zoveelste keer had ze zich straalbezopen de club uit gesleept. ‘In de taxi dacht ik echt dat ik het loodje zou leggen.’

Inmiddels is Chinouriri al anderhalf jaar nuchter en gaat ze een stuk vrolijker door het leven. En die vrolijkheid neemt ze mee naar de Tolhuistuin in Amsterdam, waar ze met een aanstekelijk enthousiasme over het podium springt. Moeiteloos tovert ze de popzaal om tot haar eigen glitterdiscotheek, inclusief megadiscobal, windturbine en op het podium gegooide knuffels. It ticked all the boxes: deze vrouw is voor het podium gemaakt. Niet zo gek ook, want ze heeft het kunnen leren van de allergrootsten. Haar debuutalbum What A Devastating Turn Of Events, vol met openhartige indiepop, bracht haar al in het voorprogramma van Sabrina Carpenter, Florence and the Machine en Wolf Alice. 

Nu is er een tweede plaat, I Think I Spoke Too Soon. Het is een goudeerlijk en melancholisch synthpopalbum, waarop de 27-jarige zangeres terugblikt op haar early twenties. Een tijd waarin ze veel dronk en veel ging feesten, maar waarin ze eigenlijk niet gelukkig was. Het verdriet overviel haar vaak aan het eind van de avond, als ze alleen naar huis liep of thuiskwam in een leeg huis. ‘Ik probeerde altijd vrolijk te doen, terwijl ik van binnen dacht: ik haat mezelf’, vertelt Chinouriri een kleine maand na die show in de Tolhuistuin via Zoom. ‘Mijn probleem was dat ik ging feesten, terwijl ik een paar uur later moest werken. En ik was dan niet alleen boos op mezelf, maar ook megachagrijnig tegen de mensen met wie ik werkte. Bijvoorbeeld bij interviews kon ik niet wachten tot het voorbij was.’ Eén van die knelpunten was de beruchte taxirit naar het vliegveld toen ze besloot dat het genoeg was geweest. 'Ik was stomdronken, had een uur om in te pakken, en in de taxi dacht ik echt dat ik het loodje zou leggen.’

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.

cookie-instellingen aanpassen
I think I spoke too soon

Een bubbly en vrolijk persoon

Die zelfhaat is lastig te rijmen met de vrolijke en authentieke vrouw die zowel in Amsterdam op het podium stond als hier op het Zoom-scherm verschijnt. In haar zonnige Londense appartement oogt ze relaxed en ratelt ze aan één stuk door, alsof we elkaar al jaren kennen. ‘Ik ben eigenlijk een bubbly en vrolijk persoon, maar als ik ging drinken, gedroeg ik me heel cool en edgy om erbij te horen. Het helpt ook niet mee als je ex in de mode werkt. In die wereld lacht niemand. Maar eigenlijk hou ik van dansen en gek doen, dat is gewoon wie ik ben. En daarnaast: ik ga gewoon graag vroeg naar bed.’

Het hart heeft ze niet alleen op de tong via Zoom, maar ook in haar songteksten. Op de eerste tune die ze schreef voor het albumThe Good Fight,valt de Britse maar meteen met de deur in huis: 'I’m with friends I fucking hate, I’ve come to realize that what I say is unimportant, and what they say is fucking boring’. Die neppe vrienden, die onzekerheid, dat gepieker, het vormt de rode draad van de plaat. Op de dansbare tuneParasitevat ze haar onzekerheid in een zin: ‘Now i'm out of wine, gotta make sure we have a good time’, en op single Broken Chair zingt ze hopeloos 'you all love me till i’m sober’. Want ja, als de gezelligheid ophoudt als de flessen leeg zijn, wie ben je dan eigenlijk echt? Als je hele sociale leven is gebouwd op feesten mét alcohol, wie blijft er dan over als je stopt met drinken? 

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

cookie-instellingen aanpassen

'Wanneer begin je weer met drinken?'

De rotte appels heeft de zangeres dan ook uit haar sociale kring gesneden. ‘Het waren van die vrienden die je op de dansvloer de liefde verklaren, maar die je niet meer uitnodigen voor een feestje zodra je besluit nuchter te worden. Toen besefte ik: oh, ik vind deze mensen eigenlijk helemaal niet aardig’, vertelt de zangeres. ‘En als ik ze dan vertelde hoe ik me voelde, stelden ze voor om wat te gaan drinken of vroegen ze me wanneer ik weer zou beginnen met drinken. Dat waren echt de momenten waarop ik het liefst door de grond wilde zakken.’ 

Een schone, sociale lei dus. Want hoewel Chinouriri op dit album vooral huilend op de dansvloer doorbrengt (we hebben geturfd: op vijf van de twaalf songs laat de zangeres tranen in de club), houdt ze wel degelijk van uitgaan. Al heeft ze die liefde wel opnieuw moeten ontdekken. ‘Ik heb moeten leren ervan te genieten op een heel andere manier, maar nu kan ik tot drie of vier uur ’s ochtends op stap blijven. Een beetje frisdrank is genoeg, dan kom ik er wel.’ En die liefde voor dansen, die hoor je terug op het album. Want I Think I Spoke Too Soon is een dansbare synthpop meets discoplaat. Zo klinkt er op het kwetsbare, maar schattige, Baby Steps een retro eighties disco beat, en het aanstekelijke Pretty Girls kan zo in het repertoire van Jessie Ware. Een nieuw era, aldus Chinouriri zelf. Voor zowel haar muziek, als voor haar mentale gezondheid. 

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

cookie-instellingen aanpassen