‘Kleine dorpen zijn soms als een stolp’, zegt Jelle Denturck. Hij is met zijn band op weg naar Nantes, morgen door naar Parijs. Afgelopen weekend nog Groningen, waar hij indruk maakte op ESNS en in onze festival top tien belandde. ‘Een stolp, ja. Alles dat ertoe doet bevindt zich eronder, erbuiten bestaat niets. Niet omdat mensen kwaadaardig zijn, meestal juist het tegenovergestelde: omdat de wereld overzichtelijk blijft zolang iedereen ongeveer hetzelfde leven leidt. Wie vertrekt, verbreekt dat evenwicht. Dat kan voelen als verraad, of op z’n minst als ondankbaarheid.’
Jelle Denturck groeide op in zo'n dorp in West-Vlaanderen, net buiten Kortrijk, dicht bij de Franse grens. Hij beschrijft het als een warme plek, met goede en zorgzame mensen, maar ook als een plek met duidelijke grenzen. Cultureel, sociaal, emotioneel. Er was weinig ruimte om af te wijken van het verwachte pad. Hij voelde al jong dat hij daar niet zou blijven, zonder precies te kunnen uitleggen waarom. Pas later viel alles op zijn plaats. ‘Ik was letterlijk die only gay in the village’.
Dat ongemak, de afstand tussen waar je vandaan komt en waar je heen wilt, vormt de onderlaag van ‘Pinnacles’, een van de kernsongs op het debuutalbum van Dressed Like Boys, het soloproject van Jelle Denturck. Het nummer - een pianoballad met een Elton John flaire - is geen afrekening met het verleden, maar het gaat over de moeite die het kost om jezelf toestemming te geven om verder te kijken.
Gentenaar Jelle Denturck vierde successen met de energieke, geestige band DIRK. Maar ergens schuurde het. De zanger keek zichzelf scherp aan in de spiegel, maakte een nieuwe plaat onder de naam Dressed Like Boys en ging eindelijk écht leven. Een verhaal over zelfbevrijding, queer liefde en polyamorie. ‘Tegenwoordig gaan we met zijn drieën naar familiegelegenheden.’
Geen ruimte voor kwetsbaarheid
Een debuut dus, maar een debutant is Jelle Denturck met zijn 36 jaar allang niet meer. Hij begon zijn loopbaan in een indiepopband met de illustere naam Protection Patrol Pinkerton, vervolgde zijn weg met een poppunkband die simpelweg DIRK. heette. Slimme teksten, veel vaart, een zekere baldadigheid, het werkte. De band speelde veel, gooide hoge ogen in de HUMO Rock Rally (in tegenstelling tot onze Grote Prijs een wedstrijd met aanzien), kreeg behoorlijk wat aandacht over de grens. Maar tegelijk begon er iets te schuren. Niet zozeer muzikaal, maar persoonlijk.
De teksten die hij voor DIRK. schreef waren geestig en raak, maar niet echt persoonlijk. Hij schreef ze namens de band, niet voor hemzelf. Er was weinig ruimte voor twijfel of kwetsbaarheid. En hoe verder de band kwam, hoe duidelijker het werd dat hij een deel van zichzelf parkeerde als hij muziek maakte. ‘Ik was toen zelf nog niet actief bezig met mijn queer identiteit. Ik wist wel wie ik was, maar ik deed er weinig mee. Ik heb een enorme neiging om me aan te passen, om erbij te horen. Dat heb ik heel lang gedaan.’
Wat is een zinnig leven?
Zijn twintiger jaren waren een periode van zoeken, vertelt hij. ‘Met vallen en opstaan. Soms vooruit, soms twee stappen achteruit.’ Er waren momenten waarop hij zichzelf compleet kwijt was. ‘Dat je je afvraagt of er eigenlijk wel een plaats voor jou is in deze maatschappij.’ Dat gebeurde onder andere toen hij zich vestigde in een piepklein dorpje terug in West Vlaanderen. Hij ging er wonen om praktische redenen. ‘Er was een huis met een studio ingebouwd. Ik dacht: als ik daar een jaar ga zitten, kunnen we bijna gratis een plaat opnemen.’
Het pakte anders uit. ‘Ik verkommerde daar. Echt. Vrienden ver weg. Werk ver weg. Ik werd heel eenzaam. Financieel liep het ook mis. Dat huis was eigenlijk veel te duur.’ Hij noemt het zonder omwegen ‘een zeer slechte levenskeuze’. ‘Ik ben daar echt de dieperik in gegaan. Ik had het gevoel dat het gewoon niet meer goed ging komen. En mijn ouders ook, die hadden slapeloze nachten. Oh, onze jongen, hij is zo slim en heeft zoveel talent.’
Enfin, terug naar DIRK.: In het najaar van 2022 besloot hij bewust te stoppen. ‘Ik had een mooie parttime job, speelde nog met DIRK., en toch voelde ik dat er iets ontbrak.’ Hij zegde zijn werk op en nam tijd vrij. ‘Even geen verplichtingen. Ik wilde mezelf echt de grote vragen stellen: wat is een goed leven? Wat is een zinnig leven? Wat wil jij er nu eigenlijk van maken?'
Hij las veel filosofie en literatuur en begon te mediteren. ‘En gaandeweg kwamen er wel antwoorden, maar er begon ook spontaan muziek te komen.’ Muziek die anders klonk dan wat hij gewend was te maken. ‘Meer piano. Minder gitaar. Minder lawaai. Het vloeide er gewoon uit.’ Dat werd uiteindelijk Dressed Like Boys. ‘Niet omdat ik dacht: ik ga nu een soloproject starten. Het was eerder: dit is wat er gebeurt als ik mezelf even niet corrigeer.’ De naam kwam pas later. ‘De noodzaak was er eerst.’
Kakkerlak
Wat opvalt aan de plaat is het contrast tussen vorm en inhoud. De teksten gaan over rouw, schaamte, angst, over bedreiging op straat en het ontwijken van de confrontatie. Over queer zijn in een wereld die daar nog altijd moeite mee heeft. Muzikaal blijft alles licht. ‘Als je over zulke zware dingen schrijft, moet de muziek niet ook nog eens loodzwaar zijn’, zegt Denturck. ‘Dan wordt het niet meer behapbaar.’ Ruimte is belangrijk. ‘Die songs hebben zuurstof nodig.’
Je hoort en ziet wel een en ander terug van de boeken die hij verslond. Laatste nummer ‘Gregor Samsa’ bijvoorbeeld is vernoemd naar de hoofdpersoon uit Kafka’s Die Verwandlung, over een man die op zekere dag in een insect verandert. ‘Ik las her en der al dat het liedje dan wel gaan over mijn eigen transformatie, maar het is veel simpeler: bij mij in de buurt zat een boekenwinkeltje dat Gregor Samsa heette, het had een kakkerlak op het raam. Je kon er boeken kopen, maar ze ook weer terugbrengen. Het was geen al te best businessplan. Het liedje omschrijft het zwarte gat dat de dood van mijn mama achterliet, zeven jaar geleden. Het gemis zoog alle energie uit mijn leven, ook uit de mensen om me heen. Het was de donkerste periode in mijn leven.’
Een ander liedje heet ‘Stonewall Riots Forever’, een verwijzing naar de rellen die in 1969 plaatsvonden rond een homobar in New York. Denturck dook er diep in en vertelt het zonder romantisering. ‘Stonewall was een van de weinige plekken waar queer mensen zich relatief veilig voelden, maar we spreken over de jaren zestig. Gay zijn was letterlijk illegaal. Het was zelfs verboden om alcohol te serveren aan homoseksuelen. Alles wat daar gebeurde was strafbaar. Die bar werd gerund door de maffia. Niet omdat die zo progressief was, maar omdat ze er geld aan verdienden. Ze lieten mensen binnen die nergens anders terecht konden. Af en toe vergaten ze de politie om te kopen en dan viel die binnen. Mensen werden opgepakt, gewoon omdat ze daar waren.’
‘Op 28 juni 1969 gebeurde dat opnieuw, maar dit keer kwamen mensen voor het eerst in opstand. Ze zeiden: wij pikken dit niet meer. Wij zijn geen tweederangsburgers. Dat protest duurde dagen, en het is eigenlijk het begin geweest van wat later Pride zou worden.’ Hij benadrukt hoe uitzonderlijk dat moment was. ‘Je moet je voorstellen dat mensen geen mobiele telefoons hadden. Toch kwam er steeds meer volk. Via telefoontjes, via pamfletten, via mond tot mond. Mensen sprongen op treinen, zelfs van de andere kant van het land, om daar te zijn.’ Voor Denturck is Stonewall geen mythe, maar een anker. ‘Het herinnert je eraan dat rechten niet vanzelf komen. En ook niet vanzelf blijven. De bar bestaat nog steeds en is nog altijd een plek waar mensen samen komen.’
Natuurlijk was er ook muziek als inspiratiebron, waarvan je de echo's van Elton John en Sufjan Stevens het duidelijkst terughoort in zijn eigen liedjes. Niet toevallig allebei ook homoseksuele mannen.. Net als Jelle Denturck was Sufjan’s geaardheid lange tijd geen deel van zijn publieke persoon. ‘Ik ben al jaren een enorme fan van Sufjan Stevens,’ zegt Denturck. ‘Ik had zelfs ooit die kerstbox van hem gekocht. Daar zat een poster bij van Sufjan met een vrouw en kinderen rond een kerstboom. Ik dacht oprecht: dat is zijn gezin.’ Hij lacht zacht. ‘Later bleek dat helemaal niet zo te zijn. Toen hij publiek vertelde dat hij gay is, viel alles ineens op zijn plek. Maar tegelijk vertelde hij ook dat zijn levenspartner net was overleden. Dat vond ik echt heftig. Het maakte het verhaal tegelijk heel helder en ongelooflijk verdrietig.’
Relatie met vrijheid
Het bleef niet bij boeken en geschiedenisverhalen, Denturck ging ook in het echte leven op avontuur. 'Ik zit nu bijvoorbeeld sinds een half jaar in een polyamoureuze relatie. Wij zijn met drie. Dat is een ongelofelijk ervaring. Echt, ik heb het gevoel dat ik de lotto gewonnen heb. Dat we met drie mensen tegelijkertijd op elkaar verliefd zijn, en dat er ook geen hiërarchie in is. Ik heb lang gedacht dat uit de kast komen het eindpunt was. Dat je er dan bent. Maar zo werkt het niet. Er zijn gradaties van out zijn. In het begin was ik vooral opgelucht dat ik niet werd afgewezen. Dat familie en vrienden mij bleven zien zoals ik was. Maar aanvaard worden is iets anders dan vrij zijn. Tegenwoordig gaan we met zijn drieën naar familiegelegenheden.’
‘Wij willen ook wel echt een relatie waarin we veel vrijheid hebben, individueel. En waarin we elkaar alles kunnen gunnen. Wij zien een relatie niet als elkaar zo stevig mogelijk kwast houden, om elkaar niet kwijt te geraken. Wij bekijken het meer als, hé, ik vind jou een ongelooflijke persoon en ik wil op elke mogelijke manier jou kunnen bijstaan en vooruit helpen in het leven. En wil dat op een bepaald moment zeggen dat wij uit elkaar gaan, omdat de een pakweg droomt van wonen in het buitenland en de ander niet, dan is het ook ok. Dat is een soort losheid die er eigenlijk ironisch genoeg voor zorgt dat het veel makkelijker is om samen te leven.’
‘Ik lees graag dikke filosofieboeken,’ zegt hij bijna verontschuldigend, ‘en bij Jean-Jacques Rousseau kwam ik een zin tegen die is blijven hangen: de mens wordt vrij geboren, maar overal ligt hij in ketenen. Dat besef is echt binnengekomen. Wij mensen zijn heel goed in onszelf vastklampen aan overtuigingen, aan angst, aan ideeën over wie we zouden moeten zijn.’ Hij pauzeert even. ‘Maar als je die angsten echt onder de loep neemt, als je ze durft te bevragen, dan merk je dat ze soms afbrokkelen. Dat is zo’n beetje mijn hele queeste geweest de afgelopen jaren: zelfbevrijding. Bevrijd jezelf. Ik kan het iedereen aanraden.’
Dressed Like Boys speelt 28 januari in Rotown, Rotterdam, 31 januari in Merleyn, Nijmegen, 11 maart op The Pride Express in Haarlem, 15 maart in Nieuwe Nor, Heerlen en 7 mei op Any Minute Now in Bergen Op Zoom.