Hij produceerde mee aan het laatste album van Dua Lipa, schreef twee alt-popmeesterwerken met Caroline Polachek, staat in de credits bij Florence + The Machine, bij oklou, shygirl en zelfs FKA Twigs. Op zijn “debuutalbum” brengt de Britse popproducer Danny L Harle een absolute sterrencast van vocalisten samen, én verzoent hij de werelden van klassieke muziek en cheesy trance en eurodance. ‘Nu realiseer ik me dat ik mijn eigen plekje moest creëren.’

Wie de afgelopen jaren niet heeft opgelet , schrikt misschien een beetje van de alt-popgirl-supersterrencast die de Britse producer Danny L Harle op zijn “debuutalbum” heeft verzameld: we horen het heliumstemmetje van PinkPantheress, niet één maar twee epische trancepoptunes met Caroline Polachek. We horen de stemmen van Clairo, Oklou en supersongwriter Julia Michaels (die naast megahits voor Sabrina Carpenter, Justin Bieber en H.E.R. ook flinke hits op eigen naam scoorde). En we horen één van de allergrootste sterren in het popuniversum: Dua Lipa.

De afgelopen jaren werd Danny L Harle namelijk hofleverancier van frisse popproducties voor de alternatieve popzangeres: hij werkte samen met Charli XCX, shygirl, Rina Sawayama, Florence + The Machine, FKA Twigs (en, gek genoeg, Liam Gallagher). Hij schreef samen met Caroline Polachek twee alt-popmeesterwerken, Pang en Desire, I Want To Turn Into You. En nadat Dua Lipa de frisse popproducties van dat album hoorde, nodigde ze hem uit om met een A-team van songwriters en producers (waaronder Tame Impala) te werken aan de opvolger van het monsterlijk succesvolle Future Nostalgia.

‘Yeah yeah, dat was geweldig,’ zegt hij vrolijk. ‘Er was geen labeldruk, niks van de clichés over samenwerken met zo’n grote ster. Toen ik hoorde dat we een sessie hadden, heb ik onmiddellijk de instrumental gemaakt waarop ik haar stem wilde horen. Aan het einde van het albumproces, toen ze eigenlijk al wist dat het niet op Radical Optimism zou passen, hebben we het nog afgemaakt.’ Toen durfde hij de stoute schoenen wel aan te trekken. ‘Ik vroeg: “Mag ik hem op míjn plaat zetten?” “Maar natuurlijk!”, zei ze, terwijl ik eigenlijk had verwacht dat ze zou zeggen: “Sorry, maar dat kunnen we gewoon niet doen. Achteraf denk ik dat dit vanaf het begin haar bedoeling was.’ Dat was ‘Two Hearts’, een bijna Robyn-esque dancepoptune. ‘Het past zo goed, alsof Dua met de pure kracht van haar stem de modulatie vooruitduwt.’

Popsnob

Geloof het of niet, maar ooit was Danny het type snob dat pop geen ‘serieuze’ muziek vindt. Of zoals hij het zegt: ‘Ik infiltreerde pop van buiten.’ Zijn vader, John Harle, is een gevierde saxofonist, componist en dirigent die werkte met jazzlegendes als Herbie Hancock en met het London Philharmonic. Danny groeide ermee op, werd basisst, ontwikkelde al snel een fetisj voor ‘hele technische jazz’ en ‘extreme avant-gardistische muziek’ om vervolgens een studie klassieke muziek te doen in Londen: de Elizabethaanse periode en de Renaissance in het bijzonder, maar dan wel met nogal, eh, onconventionele compositietechnieken (zijn afstudeerproject was een kamermuziekstuk gecomponeerd voor videogameconsoles!).

Ondertussen maakte hij wel elektronische popbeats, die hij op Soundcloud uploadde. Maar heel serieus nam hij dat niet. Totdat hij als dj in clubs ging draaien, met o.a. SOPHIE en A.G. Cook. ‘Daar stónden mensen! Terwijl bij de klassieke concerten waar ik heenging een handjevol muziekstudenten waren. Ik snapte: de club is de concertzaal van het moderne tijdperk.’ Grinnik. Dat legitimeerde het wel.’

Extreme, dwarse popmuziek

Toen hij popmuziek écht begon te bestuderen, realiseerde hij zich: ‘Het is de meest extreme muziek die er bestaat!’ Toen werd hij weggeblazen door het werk van Max Martin, de architect van de moderne pop, die hits schreef voor Britney Spears, de Backstreet Boys, maar ook The Weeknd en Taylor Swift. ‘Door de hoeveelheid easter eggs: een willekeurig modulerende sequens, een klavecimbel in het arrangement. Mensen hebben het vaak over ‘pop’, over de Max Martin-formule, zonder te weten wat ze daarmee bedoelen. Maar… die is er niet, hij is de eerste die dat zou toegeven. Luister naar dat nieuwe liedje dat hij schreef met Lisa en ROSALÍA, dan hoor je dat hij zo’n beetje alle regels uit het zogenaamde popregelboek breekt. Als er al één regel is, dan is het directheid: iets moet onmiddellijk binnenkomen. That’s it.’

Neem het liedje dat Danny schreef met PinkPantheress. “Je hoort me in realtime dingen uitproberen, tegen het einde blijf ik maar nieuwe secties toevoegen. Vanuit de typische popsongstructuur slaat dit nergens op. Je moet niet denken: “Wat hoort hier te komen?”, maar: “Wat wil ík hierna horen?” Volg die logica, en je breekt automatisch alle formele regels.’

Dat popmuziek ‘serieuze’ muziek kan zijn? Daarvoor breekt hij al tien jaar een lans, sinds zijn betrokkenheid bij PC Music. Dat muzieklabel, aangevoerd door A.G. Cook en SOPHIE, legde de basis voor hyperpop: over-the-top sentimentele muziek vol suikerzoete pophooks, groteske leadsynths en motiefjes uit de trance en eurodance, muziek die werd gezien als een intellectuele, “high-brow” parodie van platte popmuziek. ‘Ik denk dat mensen het label verkeerd begrepen,’ zegt hij erover. ‘Het was geen parodie of pastiche, we hielden oprecht van pop. Maar het idee dat je muziek kunt maken met elementen van pop, die niet per se bedoeld is voor de mainstream? Dat voelde RADICAAL, op een manier die nu eerder lachwekkend is.’

Monteverdi én Eiffel 65

Die clash tussen high- en lowbrow komt weer totaal samen op Cerulean, zijn ‘definitieve artistieke statement’. Officieel debuteerde Danny in 2021 al met Harlecore, ‘een liefdesbrief aan de Britse hardcorescene’. ‘Maar ook een heel specifiek hapje van wat ik doe, geen allesomvattend project.’ En toen had hij een openbaring in The Barbican, bij een uitvoering van Monteverdi’s Vespers.Het kwam zo direct binnen: de akkoorden, de melodieën. En opeens zag ik de rode draad tussen die muziek, en alle Italiaanse dance die ik obsessief luisterde: Gigi D’Agostino, Eiffel 65, italodance uit de jaren negentig en trance uit de zeroes, de euforische melancholie van de twee. Die twee werelden samen, die vatte precies wat ik zoek in muziek.’

Op Cerulean laat hij klassieke invloeden opbotsen tegen extreme dancepop. ‘Het is te makkelijk om een viool op een kickdrum te zetten, dan krijg je the worst of both worlds.’ Dat was wel even puzzelen. ‘De Renaissance-harmonieën die ik zo mooi vind zijn voortdurend in beweging, dancemuziek vraagt om herhaling. Op dit album probeer ik dat te verzoenen: in ‘Laa’ vervalt een modulerende sequens uiteindelijk in herhaling, in ‘Te Re Re’ speel ik ook met die balans. De harmonieën in ‘Oh Now I Am Truly Lost’ zijn direct geïnspireerd door Monteverdi, door Duo Seraphim uit de Vespers.’

Waar hij zijn plek ziet in de popwereld? ‘Ik was in iedere wereld altijd een outsider: in de popwereld word ik geassocieerd met klassiek, in de elektronische wereld zien mensen me eerder als een popschrijver. Ik vond het altijd lastig om te snappen wat mijn plaats is, nu realiseer ik me dat ik mijn eigen plekje moet creëren. En als ik dat doe, dan moet ik eerlijk zijn: wat vind ik eigenlijk mooi? Tja, dat is Monteverdi… én ‘Eiffel 65’.