Jarenlang verliep de relatie moeizaam. Hij raakte haar amper aan, ze verloren elkaar zelfs uit het oog. Maar Jiri Taihuttu is weer smoorverliefd. Luister maar eens naar het debuutalbum van zijn band De Nachtwacht, vol slicke yachtrock en vernuftig in elkaar gestoken jaren zeventig-tunes a la Steely Dan en The Allman Brothers. Het vlammetje brandt weer, hij kan nauwelijks van haar afblijven. En in het openingsliedje zingt hij haar direct toe. ‘Ik tel nog steeds de dagen sinds ik jou verliet. Ik heb je ziel beschadigd, en nu ik jou weer zie, speelt de geur van cederhout in mijn hart een melodie.’
Dat gaat natuurlijk niet om een vrouw, maar om zijn stormachtige relatie met de gitaar. ‘Op zijn tijd was het wel gecompliceerd’, vertelt hij lachend. ‘Ik zat al heel jong op het conservatorium, op mijn tiende. Het werd meteen heel serieus, en die opleiding was best wel bekrompen. Toen ik met ANBU begon, wilde ik even niks meer weten van de gitaar, ik was het zat. Maar nu voelt het bijna alsof ik mijn kinderliefde weer opnieuw heb ontdekt.’ Of eigenlijk zijn het er twee. Sinds kort heeft hij zijn ‘droomgitaar’, een roomwitte SG met drie gouden humbuckers en een vibrola. ‘Ik was altijd al een Gibson-mannetje, al mijn helden spelen Gibson. Ik ben een grote Led Zeppelin-fan.’ En dan is er nog die Les Paul uit ’88, die Jiri al heeft sinds-ie tiener is. Jarenlang lag hij met een gebroken nek stof te vangen. ‘Maar ik heb hem drie dagen geleden weer laten fixen. Het is mijn wederhelft, zo voelt het.’