Lady Aïda: techno-heldin van het eerste uur Lady Aïda: techno-heldin van het eerste uur

30 Jaar Dutch Dance, zaterdag op NPO3

, Robert Lagendijk

Dansen is van alle tijden, maar als vaste waarde binnen de popcultuur is het een relatief jong fenomeen. Dit jaar vieren we dertig jaar dance en techno-dj Lady Aïda maakt vanaf het begin al deel uit van deze cultuur.

‘De kinderen die ik tegenwoordig les geef, denken allemaal dat het ooit met Tiësto begonnen is,’ vertelt de zestigjarige, Eindhovense Aïda Spaninks, al dertig jaar beter bekend als Lady Aïda. Zij maakte de opkomst van de wereldberoemde dj uit Breda mee en gaat er nog altijd prat op dat de grote Tijs ‘Tiësto’ Verwest ooit in haar voorprogramma stond. Wat had ze een hekel aan zijn slappe trance. Ze schreef er vaak over op haar weblog ‘Rebelbass’ bij vpro’s 3voor12. ‘En dan is daar nu de allesverwoestende EDM [electronic dance music, red.].’ Ook geen visitekaartje voor dancemuziek vindt Aïda. ‘Dat gaat al helemaal niet meer over muziek. Het is marketing geworden, handel.’ En dus begint ze in haar dj-klas steevast met een lesje Dick Raaijmakers. ‘Knip-en-plakmuziek uit de jaren vijftig.’

Voor wie de wereld van de hedendaagse dansmuziek slechts vanaf de zijlijn volgt, is dance een plat fenomeen waarbij een volksmenner op een podium achter een halve witgoedwinkel aan apparatuur staat en duizenden uitzinnige mensen bestookt met beats, lichtsalvo’s, papiersnippers en rooksignalen. Maar rockmuziek is ook meer dan het stadionconcert en dance is in dertig jaar tijd eveneens uitgegroeid tot een volwassen muziekstroming die rijk en breed is. 

Hoe anders was dat dertig jaar geleden. Een hoorbaar startschot voor deze nieuwe stroming was er niet. De een zegt, toen de Amsterdamse Roxy in 1987 haar deuren opende, de ander zal een jaar later noemen toen er werd gesproken van een heuse Summer of Love en geheime feesten in pakhuizen schering en inslag werden. En danstrack ‘I Feel Love’ van Donna Summer stamt uit 1977. Aïda : ‘Hoe dan ook, het is altijd mooi om even terug te blikken en te kijken waar we staan.’

Voor Aïda begon de epoque in 1985, toen de eerste 12 inch-singles uit Detroit opdoken in de platenbakken van Bullit in Eindhoven en usa Import in Antwerpen. Ze zaten vaak in blanco hoezen. ‘Natuurlijk wilde je meer weten over die tracks en dus ging je op zoek naar telefoonnummers die in de groef geperst waren: 313 was Detroit. En dan ging je bellen.’

’s Avonds stond Aïda in Cul du Sac achter de bar om haar studie modevormgeving te financieren. Tussen het tappen door zette ze ook de plaatjes op. Ze leerde het vak zonder pitchcontrol en zonder snelstartknop. De mensen dansten op het biljard. ‘Techno mocht nog niet, maar al snel werd ik ontslagen als barkeeper en aangenomen als dj.’ Vervolgens ging Aïda via Café Sands naar de Berlage, begrippen in Eindhoven. Muziek werd in de Berlage in blokjes geserveerd: een blokje disco, blokje hiphouse, blokje dance. En natuurlijk moesten altijd tafels en stoelen eerst aan de kant gezet. De Berlage was immers tot negen uur gewoon een restaurant. Het was de tijd dat meiden nog in een kringetje rond de eigen handtas dansten. Een plaatje aanvragen was de gewoonste zaak van de wereld.

De tijd dat meiden nog in een kringetje rond de eigen handtas dansten

Ze kocht van een vriend twee Technics SL1200-draaitafels zodat ze thuis kon oefenen met mixen. Ze gebruikt ze nog altijd. Aïda kreeg van de tenten waar ze draait zakgeld om platen ‘voor de zaak’ te kopen. Dan ging ze een dag naar Rhythm Import in Amsterdam om de nieuwste releases te kopen. Voorzichtig keek ze ook over de stadsgrenzen en kreeg een residency bij onder meer Fellini, een club onder het Utrechtse stadhuis aan de gracht. Duizenden platen heeft ze door de jaren heen met zich meegezeuld. Ze heeft liefde voor het vinyl. Haar favoriete weetje: één meter vinyl weegt honderd kilo. ‘Nu komen dj’s met een stickie aanzetten met daarop veel te veel muziek. Ze kunnen de tracks nauwelijks terug vinden. Ik moest het doen met twee zwarte kisten met zestig platen.’ Tien procent van wat ze meenam waren de floorfillers, met de rest wilde ze haar publiek verrassen. ‘Zo van: dit hoor je alleen bij mij en misschien zul je mij er ooit dankbaar voor zijn.’ Het laat zien waarom de Eindhovense het niet opheeft met het spervuur van vermurwende hoogtepunten tijdens EDM-shows. ‘Ik kom uit de tijd dat je niet bang werd van een lege dansvloer. Ik wist dat er altijd nog een plaat was waarvoor de mensen terugkwamen. Ik hield altijd goed voor ogen waar het op het eind van de avond naar toe moest.’

In de Effenaar in haar eigen Eindhoven duurde het lang voor dance een plek kreeg. De plaatselijke jeugd bliefde geen dance. ‘En eind jaren tachtig werd de dienst uitgemaakt door de vrijwilligers, zwarte kraaien die naar rock en new wave luisterden. Dance werd geboycot.’ Pas in 1993 kreeg Aïda daar haar eigen clubavond: Fluid, een technofenomeen dat eens in de twee maanden plaatsvond. Het was haar antwoord op de arrogantie van dj’s en journalisten uit de Randstad die weigerden naar de popzalen van de provincie te gaan. ‘Daar haalden ze hun neus voor op. Maar ondertussen stonden bij mij Jeff Mills, Ro­lando, Andrew Weatherall en Dave Clarke.’ 

30 Jaar Dutch Dance, zaterdag om 22.50 te zien op NPO 3.

advertentie
#nieuws
Laatste nieuws en artikelen van 3voor12