Anthony Parasole: New Yorkse hustler vindt het rechte technopad Anthony Parasole: New Yorkse hustler vindt het rechte technopad

Veteraan bracht nu pas debuut uit bij Dekmantel

, Atze de Vrieze

Dekmantel is niet alleen een succesvol festival, maar ook een superproductief label. Dit jaar alleen al zijn er releases van onder andere Marcel Dettmann, Fatima Yamaha en Deens talent Central, plus een debuutalbum van Amerikaan Anthony Parasole. Een nieuw talent kun je die laatste niet noemen, want hij draait al sinds de jaren negentig. Toch zegde hij pas vier jaar geleden zijn baan als hulpverlener bij gaslekken op. ‘Ik had nooit verwacht dat ik ooit de wereld rond zou vliegen als dj.’

Infrared Vision. Zo heet het eerste volledige album van Anthony Parasole, een 41-jarige geboren New Yorker. De ‘e’ in zijn achternaam spreekt je ‘hard’ uit, op zijn Siciliaans. Parasole heeft een voorliefde voor rauwe, maar zeker niet puristische techno. Infrarood dus, gebruikt in nachtkijkers die warmte registreren om bijvoorbeeld mensen te detecteren. Het is een beeld dat Parasole gebruikt als beeld voor het nachtleven, in clubs waar warmte doorgaans synoniem is aan een geslaagd feest. Maar ja, het is ook een overblijfsel aan het werk dat de Amerikaan zo’n tien jaar deed. Hij werkte veertig tot vijftig uur per week als ‘first responder’ bij gaslekken. Een belangrijke taak in een stad als New York, vertelt hij. ‘Er zijn zeker 30.000 meldingen per jaar, en elk incident kan resulteren in een instortend gebouw. In feite is het gevaarlijker dan het verkeer.’

Een zware, verantwoordelijke taak dus, waarbij je op de raarste uren van de dag beschikbaar moet zijn. Parasole zag het als een voordeel, want zo kon hij het combineren met alle andere dingen waar hij zich volop voor inzette: het runnen van zijn eigen label The Corner (letterlijk: de hoek van de straat) en zijn carrière als dj en producer. Op de lange termijn een onmogelijke opgave natuurlijk, en dus zette Parasole vier jaar geleden eindelijk de stap. ‘Ik meldde me bij boekingskantoor Ostgut Ton, een meer op techno gefocust roster dan mijn toenmalige boekingskantoor. Daarna ben ik begonnen aan mijn exitstrategie.'

Je kunt rustig stellen dat die keuze een keerpunt in de muzikale carrière van Parasole was. Hij werd resident in Berghain en vond aansluiting bij de Dekmantel-posse, waardoor zijn naam in Europa gevestigd kon worden. Maar een paar jaar eerder lag er ook een breekpunt in zijn carrière. Of eigenlijk: in zijn leven. ‘Eind jaren negentig verloor ik mijn interesse in house en techno, het werd me te eenvormig, te veel alleen maar progressive house. Ik hou er juist van om allerlei stijlen met elkaar te mengen. Bovendien kwamen de mp3’s op en sloot de ene na de andere platenzaak. Je kunt in New York ook lang niet zoveel optreden als in Nederland. Iemand als Benny Rodrigues kan elk weekend twaalf keer draaien, alleen in Nederland. Ik was blij als ik een gig per maand had. Ik raakte mijn liefde kwijt, en bovendien raakte ik verstrikt in ‘gekut’ op straat.’

Concreet: drugshandel. Het begon in de club met xtc, het eindigde met vijftien maanden cel in 2001. Hij was in die tijd zelfs alweer gestopt met de clandestiene handel, maar toen hij gepakt werd wist hij: dit wordt een paar maanden zitten. ‘Net voordat ik de cel in ging, kocht ik twee platenspelers, een CDJ, een mixer en een kratje platen. Ik dacht: ik moet weer beginnen, en als ik straks vrij kom staat dit voor me klaar. Toen ik vrij kwam kreeg ik een baan als inkoper bij platenzaak Halcyon, waar ik vrienden werd met Levon Vincent en Fred P. Ik vond mijn liefde weer terug, startte mijn eigen clubnacht in een supercoole club genaamd APT. Die club wordt gerund door Sal Principato, een van de leden van Liquid Liquid, een van de coolste bands die ooit in New York bestaan heeft en bovendien een superinspirerende man.’

'De stad was ruw, maar ik had voor geen goud willen ruilen'

In die hoek van het spectrum moet je Parasole’s muziek plaatsen: in een slingerende lijn vanaf de hoekige postpunk van Liquid Liquid, via de hiphop block party’s in leegstaande panden in Brooklyn tot aan de house en techno van begin jaren negentig. ‘Ik groeide op in de buurt van Coney Island, een gevaarlijke buurt in die tijd. Wat je in films ziet over die tijd gebeurde echt zo. Er was veel gang-geweld, zoals je in de film The Warriors ziet, maar er was ook muziek, altijd en overal. Hiphop en house waren op de radio, je zag mensen op straathoeken met grote boomboxes, er was niet aan te ontsnappen. Ik weet nog hoe ik in 1992 voor het eerst Wu-Tang Clan hoorde op straat. Ik luisterde niet naar de raps, maar alleen naar de beats van RZA, die zo hard aankwamen. De stad was ruw, maar ik had voor geen goud willen ruilen.’

Een album bij Dekmantel voelt voor Parasole als een logische stap. Hij was wel klaar met het kortere werk, de EPs en losse tracks. De Amsterdammers delen dan wel niet het straatgevoel dat voelbaar is in zijn tracks, maar hun visie op techno matcht honderd procent. Parasole vindt op het label gelijkgestemde producers als Joey Anderson, Randomer en Voiski. Op Dekmantel Festival past hij uitstekend in de inmiddels befaamde UFO-tent. Je hoort daar enkel techno dj’s en producers die de clichés schuwen en rauwe, hardere elektronische muziek op het scherp van de snede brengen. ‘Ik wilde ook voor dit album om de clichés heen werken. Geen droney ambient intro bijvoorbeeld, dat is al te vaak gedaan. Ik heb uit mijn collectie instrumenten een paar synths gekozen. Die heb ik midden in mijn kamer gelegd en toen heb ik tegen mezelf gezegd: hier moet je het mee doen. Op een kladblok heb ik precies uitgetekend hoe ik het album wilde hebben, dus toen ik eenmaal echt aan de slag ging wist ik al waar ik heen wilde.'

Infrared Vision eindigt met een straightforward banger die ‘So Alive’ heet. Techno heet vaak mechanische muziek te zijn, robotachtig, onmenselijk. In het geval van Anthony Parasole is niets minder waar. Zijn techno leeft en broeit, ook volgende week op Dekmantel Festival. ‘Weet je wat ik nog wel het allerbelangrijkste vind aan Dekmantel?’, vraagt Parasole. ‘Dat ze elektronische muziek beschouwen als een community die je moet binden en onderhouden. Je moet nooit vergeten hoe deze muziek gebouwd is op een gemeenschap. Via word of mouth, via platenzaken. Alle grenzen zijn vervaagd, alle muziek is beschikbaar, ik praat nu met jou alsof we in Minority Report zitten, maar het draait om bouwen aan een stevige, lokale basis. Je moet iets toevoegen aan de community.’

nu op 3voor12