Blaudzun: ‘Het is zo rauw als het is, daar moet je niet voor weglopen’ Blaudzun: ‘Het is zo rauw als het is, daar moet je niet voor weglopen’

Drieluik Jupiter markeert een nieuwe start

, Atze de Vrieze

Blaudzun: ‘Het is zo rauw als het is, daar moet je niet voor weglopen’

Drieluik Jupiter markeert een nieuwe start

Atze de Vrieze ,

In het leven van Blaudzun gebeurde de afgelopen vier jaar zoveel dat een enkel album geen recht zou doen. Het roer in zijn leven ging om, met een totaal ontspoorde avond op Terschelling als katalysator. ‘Mijn laatste smsje was “help”.’

Johannes Sigmond begint de dag met een glaasje bubbels. En waarom ook niet. Het is een stralende zomerochtend bij De Klub in Utrecht, om de hoek bij de studio waar hij de hele week repeteert, een week voor hij vier avonden op rij in poppodium EKKO zijn nieuwe werk zal dopen. ‘Zonde om het niet te doen, toch? Het is zo’n mooie dag’, zegt Sigmond. ’Ik weet nog de eerste keer dat jij me interviewde. Ik bestelde een glas rode wijn, waarop jij direct suggereerde dat ik meer een schrijver was dan een muzikant.’ 

Dat interview destijds vond plaats in aanloop naar Seadrift Soundmachine, een jaar of twee voor de grote doorbraak. Nou is natuurlijk niet iedere rode-wijn-drinker meteen een schrijver, dat zou te makkelijk zijn. Het was dat, plus Sigmond’s karakteristieke uiterlijk - zwart-geverfde lok, dik brilmontuur - dat hem het uiterlijk van de hard-werkende schrijver gaf, plus natuurlijk zijn liefde voor archaïsche beelden en klassiek-literaire technieken in zijn songteksten. Heel veel is er niet veranderd aan het uiterlijk van de zanger (nog steeds die bril en die zwarte kleren), en toch ziet hij er nu veel meer uit als de gevierde muzikant die hij inmiddels is, doorgebroken met derde album Heavy Flowers, onderstreept met Promises Of No Man’s Land.

‘Het zijn nadrukkelijk geen try-outs in EKKO’, zegt Sigmond. ‘Natuurlijk gaan we dingen uitproberen, maar het moet er wel echt staan. Of mijn band wel in EKKO past? Nee, natuurlijk niet, er moet een stukje podium bij. Dat maakt het alleen maar gezelliger.’ 

In elk geval nieuw bij de EKKO shows: twee nieuwe bandleden en een nieuw instrument. Drummer Wouter de Waart, sinds 2010 bij de band, werd vervangen door Simon Levi (ex The Black Atlantic, Kim Janssen), en Linda van Leeuwen (Bombay Show Pig, Sue The Night) neemt de plaats in van Laurens Palsgraaf. ‘Linda is super getalenteerd, ze was in de running voor verschillende dingen, en ik heb haar gevraagd onze creatieve linksbuiten te worden. Wouter speelde heel lang drums voor mij, heeft fantastisch werk geleverd, maar ik had behoefte aan nieuwe prikkels. De muziek werd ritmischer, dat stelt andere eisen. En Jan Dekker heeft de bariton sax moeten leren. Een jaar geleden zei ik tegen hem: Jan, de bariton gaat belangrijker worden in de arrangementen. Hij heeft een week zo’n ding gehuurd om te kijken of ie er wat mee kon. Aan het eind van die week kreeg ik een filmpje via WhatsApp. “Gaat lukken.” Het is een geil instrument, die bariton sax, het is rauw, sexy, dansbaar, precies de extra kleur die ik nog niet had. De arrangementen zijn heel ritmisch, ik denk dat je nooit zo goed op mijn muziek hebt kunnen dansen als nu. Er zit een heftig soort levenslust in. Aftikken en gaan. De zwaarte is er een beetje vanaf, net als het archaïsche dat veel van mijn platen hebben.’

Nou, het archaïsche zie ik wel, maar de zwaarte? Zo zitten er nogal wat verwijzingen naar je scheiding in je liedjes, in nummers als Everything Stops en Between A Kiss And A Sorry Goodbye. Wanneer werd je je bewust dat het een hele, hele persoonlijke plaat zou gaan worden?
‘Op een gegeven moment merkte ik dat in alles wat er uit kwam mijn leven van de afgelopen vier jaar doorsijpelde. Het moest kennelijk uit mijn systeem. Het begon aan het eind van de Heavy Flowers tour, toen het helemaal niet goed met mij ging. Elke avond stond ik met veel plezier te spelen, en ’s ochtends wilde ik dood. Dat klinkt zwaar, maar zo was het gewoon. Depressief. Koud, dat is het beste woord, ik was koud.’

Hoe kwam dat?
‘Dat had met vermoeidheid te maken, met de liefde, maar het was zonder twijfel meer dan een dipje. Ten diepste wilde ik natuurlijk helemaal niet dood, het was meer een gevoel van zwakte. Wat ik echt wilde is dat dingen anders gaan. Twee jaar geleden op Oerol was voor mij een nieuw keerpunt, waardoor ik zeker wist dat ik helemaal niet dood wilde. Ik was daar op een illegaal feestje, zo een waar niemand de locatie van weet, en waar iedereen eigen drank meeneemt. Daar heeft zeer waarschijnlijk iemand GHB in mijn drankje gedaan. Ze hebben me om half zes blauw op het strand gevonden. Ik gebruik wel eens wat, maar dan weet je wat je doet, hoeveel je gedronken hebt, etcetera. Dit voelde als een aanslag. Mijn laatste smsje was “help”, maar dat is door gebrek aan bereik nooit aangekomen.’

Hoe liep het af?
‘Ik ben door lieve vrijwilligers naar mijn hotel gebracht, waar iedereen zich over me ontfermd heeft. De dokter heeft me onderzocht en tegen mijn broer Jakob gezegd dat hij naast me moest gaan slapen. Het ziekenhuis is niet de eerste optie daar, want dan moet er meteen een helikopter komen. Jakob heeft letterlijk de hele nacht lepeltje-lepeltje met me gelegen. Toen ik wakker werd begon hij heel hard te huilen. Hij dacht dat ik er geweest was. Ik had geen idee. Ik wist nog precies vijf minuten van het feest, daarna is het licht uit gegaan. Het was heel naar, maar het heeft een goede impact op me gehad. Je kunt na zo’n gebeurtenis voorzichtiger gaan leven, maar ik deed het tegenovergestelde. Ik dacht altijd dat ik mijn leven leefde zoals ik wilde, maar die dag concludeerde ik dat het nog scherper, nog harder kon. Ik ben in de zesde versnelling gegaan.’

Je kwam thuis als een ander mens? Is de beëindiging van je relatie daar een gevolg van?
‘Het speelt wel mee ja, maar het is niet doorzaak. Het was een trigger waardoor dingen in een stroomversnelling komen.’

Er zit een verwijzing naar een bijna-dood-ervaring in Rotterdam, een liedjes dat zich heel ergens anders plaats vindt. Je zingt daar: ‘Keep me alive!’ Gaat dat zo, dat een gebeurtenis in je leven in een andere context in een liedje terecht kan komen?
‘Ja, dat klopt. Dat liedje heeft de stad Rotterdam als back-drop, een stad die ooit volledig kapot gebombardeerd is, maar vervolgens weer opgebouwd. Dat zit in het DNA van de mensen, in de mentaliteit. Het is iets dat je niet ziet in Amsterdam of Utrecht, maar wel in Berlijn. Op het moment van zo’n bombardement denk je waarschijnlijk: dit is het einde van de stad, maar er ontstaat een nieuw soort vibe, die als een echo in de stad hangt. Het nummer gaat over het koesteren van groot verlies en de nieuwe energie die daarbij vrij komt. Ik vind Rotterdam een prachtige stad en kom er graag, mijn broer Jakob woont er.’

Zo groeit een hele heftige gebeurtenis in je eigen leven dus uit tot een liedjesmetafoor.
‘Er zit zoveel in die plaat, ik geloof in lagen en wissel graag van perspectief. Van klein en intiem naar macro, naar de grotere dingen die in Europa of de wereld gebeuren. Ik zou het jammer vinden als dit gezien wordt als enkel een break-up plaat. Dat is ook een van de redenen dat dit album slechts deel 1 voor mij is. Aan track nummer 10 wordt gewerkt, dat is de opener van Jupiter 2.’

Je gaat drie albums maken. Waarom niet twee of vier?
‘Dat heb ik met mezelf afgesproken, ik vind het mooi. Toch dat archaïsche ja. Maar het moet al met al een document worden van de tijd die ik nu meemaak. Ik wil niet alles in 1 plaat moeten zeggen, daar wordt het zo zwaar van. Zoals veel filmmakers denken: ik kan een film van 1,5 uur maken waarin alles moet kloppen, of een serie van twaalf afleveringen die misschien ook nog wel een vervolg krijgt. Jupiter komt uit als een hoes met drie schijfjes en twee lege plekken. Het is nadrukkelijk gepland: tussen de tours door heb ik een strakke deadline om nieuwe muziek op te nemen. Veel werk, maar wel heel erg leuk. Het is niet zo dat ik dertig liedjes klaar heb liggen die ik gefaseerd uitbreng. Wel ben ik van plan zinnen uit Jupiter 1 in deel 2 uit te werken tot volledige liedjes, elementen terug te laten komen.’

Nick Cave zegt in een nieuwe film over zijn nieuwe album en over de dood van zijn zoon: ‘Mensen denken dat het een zegen is voor een songschrijver, maar zo’n trauma is vernietigend voor het creatieve proces. Onder andere omdat mensen je haast dwingen dit soort gebeurtenissen in platitudes te vangen.’ 
‘Misschien vond ik het daarom ook zo moeilijk om deze liedjes te schrijven. Je kunt wel proberen een mooi verhaal te maken, maar het is zo rauw als het is, daar moet je niet voor weglopen.’

Zijn er nu liedjes uit je verleden die een andere betekenis krijgen?
‘Ik zei laatst tegen iemand: het lijkt wel alsof ik ineens in mijn eigen liedjes rond zwem. Nummers als We Both Know en Solar waren gebaseerd op observaties over mensen om me heen die in stukgelopen relaties zaten bijvoorbeeld.’

Je hebt altijd een obsessie gehad met grote veranderingen, met mensen die het heft in handen nemen. Waren je liedjes dan een uiting van je eigen verlangen daartoe?
‘Ja, grote veranderingen en dingen die stoppen. Ik zat eergisteren nog op de racefiets. Het is nog zomer, maar je ruikt al de herfst. Dat vind ik fantastisch, dat je dat ook in het echte leven voelt. In relaties, in groepen mensen, het gevoel: dit gaat stoppen, maar er komt gelukkig weer iets nieuws. Of mijn liedjes hiernaar vooruit wezen, vind ik lastig te zeggen. Misschien achteraf wel.’

De natuurlijke tegenhanger van die drift om het roer om te gooien is een gigantisch schuldgevoel. Kun je daarmee omgaan?
‘Ja, omdat ik het kan uitleggen. Ik denk dat kinderen er ook het meest bij gebaat zijn als hun ouders het leven leiden dat goed voor ze is. In the end komt het echt wel goed.’

Maar dat zullen je kinderen vast niet tegen je zeggen als je het ze vertelt. ‘Pap, ik hoop dat je gelukkig bent.’
‘… Nee… Ik weet even niet wat ik daarop moet zeggen. Het voelt wel ok. Ik kan helder uitleggen waarom ik de keuzes maak die ik maak. Als we er zo over praten, voelt het als best wel zwaar allemaal, terwijl ik zelf het gevoel heb een luchtige plaat gemaakt te hebben.’

Zit dat niet vooral in de arrangementen?
‘Jawel, en die zijn heel belangrijk. Er zijn genoeg mensen die nauwelijks naar de teksten luisteren. Dan luistert het als een zonnige, opgewekte plaat. Ik word er ook vrolijk van als ik het speel. Er zitten ook knipogen in songs als Everything Stops, het hoeft niet zwaar te worden. Dat is de energie die vrij komt bij zo’n beslissing. Ik zie Promises Of No Man’s Land als een streep onder wat ik deed. Het werd steeds bombastischer en voller, met Born To Run als bijbel in de studio. We namen heel veel kanalen op en probeerden dat gedisciplineerd terug te brengen, maar het bleek een brok sound. Dit voelt als een nieuw begin.’

Zijn al die zware gevoelens uit de Heavy Flowers tijd verdwenen?
‘Ja, al heel lang. Ik heb het eruit gespeeld en eruit geleefd. Ik ben heftiger gaan leven, mijn intuïtie is belangrijker geworden dan mijn hoofd. Met alle risico’s van dien misschien, maar so be it.’

nu op 3voor12