Death Alley: “Vuist in de lucht, pik in je hand” Death Alley: “Vuist in de lucht, pik in je hand”

Maand van de Underground: klassieke hardrock in Praxiskarretjes

, Atze de Vrieze

Death Alley: “Vuist in de lucht, pik in je hand”

Maand van de Underground: klassieke hardrock in Praxiskarretjes

Atze de Vrieze ,

Ze waren een van de sensaties van Noorderslag, diep in de nacht: Death Alley, een band uit Amsterdam die smerige klassieke hardrock speelt waarbij de meisjes maar al te graag vooraan staan. Hun muziek is zo'n beetje de definitie van underground als magisch paradijs waar alleen de eigen regels gelden, en dus zijn ook zij onderdeel van 3voor12’s Maand van de Underground.

“Zijn jullie Death Alley?” De Vlaamse tongval rolt door de nacht. De vier leden van Death Alley hebben hun spullen ingepakt na hun gig in het voorprogramma van The Misfits. Het was pas hun tweede show ooit, en hoewel ze eigenlijk nog amper een half uur kunnen vullen, heerst in de bandbus toch vooral tevredenheid. Ja, dat Death Alley zou toch best eens wat kunnen worden, het gaat in elk geval de goede kant op. Nou krijgen we het, denken ze als een meisje ze aanspreekt vlak voor de schuifdeur van de bus dicht gaat. “Oh naaa, ik vond Gewapend Beton echt veel vetter.”

Tarantino-bar
Al vanaf hun dertiende speelden Oeds, Ming en Douwe met elkaar in een band. Ze begonnen ooit op woensdagmiddagen in het muzieklokaal van hun school. Douwe Truijens, zanger van de band: "We waren de braafste punks ooit, en toch werden we er op een gegeven moment uit getrapt. Ze dachten dat we daar xtc gebruikten, en toen op een gegeven moment een zangversterker kapot ging was de maat vol. Dat gaf bij ons voor het eerst dat punkgevoel: fuck it, we doen het wel zelf!" 

Gewapend Beton dus, een punkband uit Amsterdam die wel enige aanhang genoot, maar waar zo langzamerhand de rek wel uit was. De band wilde vooruit maar wist niet zo goed hoe, terwijl de fans toch vooral het oude werk wilde horen. En toen kwam er die kans: een split single met Peter Pan Speedrock, de helden van het zuiden. De band besluit hem met beide handen te grijpen: alle oude nummers weg, nieuwe naam en weer vol gas. Death Alley moest het worden, geen punk meer maar, ja, wat eigenlijk: op klassiekers gestoelde rock 'n roll. Het werd niet vooraf vastgelegd, maar ontstond in het proces. Death Alley, stoer en grappig als de gesprekken in een Tarantino-bar, en natuurlijk ook een tikkeltje gevaarlijk. Douwe: “Onze bassist kreeg het benauwd. Een maand lang liep hij met zijn ziel onder zijn arm, en toen kwam het hoge woord eruit: hij vond het eigenlijk wel best dat het afliep met Gewapend Beton. ‘Jongens,' zei hij, ‘als dit het plan is, doe ik niet mee.’ En zo kwam Dennis bij de band.”

God’s gift to photography
Dennis, dat is Dennis Duijnhouwer, begenadigd fotograaf, die in 2,5 jaar van fabrieksmedewerker transformeerde tot iemand die voor de New York Times de wereld over vloog. Ondertussen speelde hij altijd al in bands, waar het om wat voor reden dan ook nooit mee lukte. “Mijn hoofd stond niet meer zo naar fotograferen. Het werd op een gegeven moment echt zo’n hip ding. Ik had er een soort burn-out van. Ik was ook heel gevoelig voor mijn eigen hype. Op een gegeven moment zei iemand tegen me: ‘jij denkt echt dat je God’s gift to photography bent.’ En dan dacht ik: ja maar dat ben ik ook!” 

Die Dennis dus, een grote gast met een spijkerjasje en verhalen voor tien. Zijn fotografencarrière staat op een laag pitje om hier vol mee aan de slag te kunnen. Hij staat eigenlijk al een half uur op het punt om weg te gaan, want Douwe voert vandaag het woord. Het is even na vijf uur, en de deuren van oefenruimte CMA aan het Paradijsplein in Amsterdam zijn net open. Zo’n beetje alles is hier op het plein verbouwd, maar dit ene pand is stug blijven staan. Het is een monument (onderdeel van de voormalige Oostergasfabriek), en dus kan niemand er aan tornen. Direct vanuit de ingang sta je in een werkelijk fantastische dieprode bar met een zwaar rood gordijn, een soort oude hoerenkast, een besloten burlesk genootschap. Beneden in de kelder is een lange gang die doet denken aan een goedkoop hotel. Zeg maar gerust het allergoedkoopste hotel.

Manick Vulva
“Het gaat hier om twaalf uur dicht, dus na een optreden moeten we onze spullen eerst ergens anders stallen”, zegt Dennis Duijnhouwer, zijn arm tegen de deurpost van de oefenruimte. Het is een lage kamer met een lekkagegat boven het drumstel en een enorme pilaar in het midden van de ruimte. Lichtjes onhandig toch wel. Er staan instrumenten en een basversterker waar de bekleding vrijwel helemaal vanaf gebladderd is. Op de muur hangt een briefje met nieuwe nummers waaraan gesleuteld wordt. 7777777, Manick Vulva, en nog een paar van dat soort titels. Dennis: "Ook na onze geweldige Noorderslag liepen we hier nog heel onhandig al onze spullen te sjouwen. Min of meer tegenover ons pand zit de Q-Factory. Hier oefent de punk, de underground, daar zit de commercie. Kijk, daar heb je die jongens van Death Alley, wat lopen ze daar toch te kloten met Praxiskarretjes vol versterkers.”

Hier in deze ruimte maakte de band ook Supernatural Predator, de geweldige apotheose van debuutalbum Black Magick Boogieland, dat al driekwart jaar geleden uitkwam maar nu heel langzaam een gat aan het smeulen is in het keurige tapijt van de Nederlandse popmuziek. Dat Supernatural Predator is een felle riffsong met een lang psychedelisch jamslot. Death Alley op zijn best: classic hardrock met een lekkere swing erin. “Vanuit de heup gespeeld”, noemt Douwe dat. Maar Supernatural Predator is meer dan een "lekkere rocksong". Het is een ode aan Selim Lemouchi, de voormalig frontman van de band The Devil’s Blood, een begrip in de internationale wereld van de occulte rock. Death Alley had een nauwe band met Selim Lemouchi, een bijzonder intense figuur, die in 2014 een einde van zijn leven maakte. Het was een daverende klap, en dat terwijl iedereen zijn obsessie met de dood maar al te goed kende.

What would Selim do?
“Toen ik The Devil’s Blood voor het eerst hoorde dacht ik meteen: dit is zo goed. Niet dat wij ooit dezelfde muziek zouden willen maken, maar je wordt wel geconfronteerd: hoe ben je zelf eigenlijk met muziek bezig? We volgden die band, hadden grote bewondering, en toen we hoorden dat een aantal bandleden weg waren - of nou ja: eruit gekickt - wisten we dat er wel eens een telefoontje zou kunnen komen voor Oeds, onze gitarist. Die gast is namelijk fucking goed. Muzikaal hoogbegaafd, gecombineerd met een ijzeren discipline, dat zie je niet vaak. Er was geen discussie of we het goed vonden dat Oeds toetrad tot The Devil’s Blood.”

Oeds Beydals speelde tot het eind van de band in The Devil’s Blood, en dat maakte volgens Douwe diepe indruk op hem. “Selim had een enorme mentale kracht die nog lang nadat hij van de aardbodem verdween voelbaar is. Het is een geweldige muzikale kans om in zo’n band te spelen, maar het is ook nogal wat om aan rituelen onderworpen te worden. Je neemt het serieus, dat is de kracht van die band, maar voor een optreden ingewijd worden met varkensbloed, dat laat je niet koud. Nog steeds noemen we zijn naam als we voor onszelf op moeten komen. Wat denk je, zou Selim dit over zijn kant laten gaan? Nee toch? Nou dan!”

Muziek coderen
De dag nadat Lemouchi uit het leven stapte, had Death Alley een repetitie gepland staan. Of die door moest gaan. Ja, natuurlijk, wat kun je op zo’n moment anders doen dan muziek maken. “Het kippenvel staat me weer op de armen als er eraan denk”, zegt Douwe. “Op zo’n moment ben je gezegend dat je met mensen bent die hun gevoel kunnen uitdrukken met hun vingers. Oeds kwam met het begin, een soort dronende riff, als een trein die doordendert, nietsontziend om zijn doel te bereiken. Dan die jam, die symboliseert dat die trein ineens stil staat. Er zijn op dat moment geen regels. We denken niet: het nummer duurt al vijf minuten, kunnen we nu nog aan een jam beginnen? Je hoeft geen rekening te houden met de dimensie tijd als je zo op gevoel de muziek aan het coderen bent.”

Death Alley is zelf geen occulte band, ondanks dat je dat op basis van de mysterieuze albumhoes misschien zou denken. Er zitten elementen in, maar het blijft bij flirts. Death Alley is rock 'n roll. "Met de pik in de hand, de vuist in de lucht. Er moet seks in zitten." Het belangrijkste magische toneel dat geschetst wordt is de muziek zelf: black magick boogieland. Of zoals Douwe het zelf zingt: 

Have you ever dared to look behind the curtain
And gaze upon the black magick boogieland?
Have you ever shaken hands with the strangers there
And let the primitives take you by the hand?

The virgin ground is shaking underneath your feet
On the threshold where our worlds meet
Feel enchanted by primal spells
High arousal will serve you well
You're impregnated with the magical child
Cross-contaminated to make you smile

Twinkeling
Black magick boogieland is zo het perfecte beeld van de underground als magische wereld vol zelfverkozen outsiders. "Het is de sensatie die wij gevoeld hebben toen we hiermee begonnen. Er zit zoveel energie in, zoveel potentie. We zitten in een verre van ideaal hokje, maar we laten ons niet beperken. Hier stellen we zelf de regels, en we nodigen je uit. Het is de plek waar je verleid wordt alles te doen dat je eigenlijk altijd al wilde."

"Ik herinner me ons eerste tourtje in Duitsland. Zes shows tussen kerst en oud en nieuw, snel zelf in elkaar geflanst. We speelden in de White Trash in Berlijn, een bar waar bands spelen tijdens het eten. We zouden twee sets spelen, maar de eerste ging helemaal mis. Het was alsof niemand erop zat te wachten een band te zien tijdens het eten van hun 'best burger of Berlin'. Mensen schoven één, twee tafeltjes op en zaten nog net niet met hun vingers in hun oren. We zaten er compleet doorheen en moesten 3,5 uur wachten tot onze tweede set. Really, doen we het hier allemaal voor? Maar zodra we onze tweede set begonnen, zagen we een meisje achterin de zaal. Ze was misschien 16, 17, beugel, jurkje. Vanaf het eerste nummer kwam er een twinkeling in haar ogen, trok ze haar twee vriendinnen mee naar voren en heeft ze het hele optreden op de eerste rij staan dansen. Het leek alsof ze er per ongeluk beland was en wij haar grepen met onze muziek. Zo stelden wij ons dat voor."

"Een jaar later speelden we weer in Berlijn. Ze had ons inmiddels al eens geliked op Facebook, en weer ge-unliked, maar ze was er. Na afloop stonden we te praten, en wij zeiden: what the fuck, waarom had je ons ge-unliked! Ze antwoordde: 'Nou, dankzij jullie was ik helemaal voor de rock 'n roll gevallen, maar iedereen was tegen: mijn vriendje, mijn vriendinnen, mijn ouders. Uiteindelijk dacht ik: fuck it, dit is het voor mij.' En vervolgens liet ze haar rug zien: een enorme tattoo van een schedel met slangen. Wij stonden daar met uitpuilende ogen, totaal verbijsterd. Wow man, het bestaat gewoon echt, black magick boogieland!"

Death Alley speelt de komende maanden overal in Nederland, waaronder 6 maart op Where The Wild Things Are en 15 april een speciale set op Roadburn, plus dit voorjaar een korte tour met de Duitse old school rockband Kadavar.

 

Nu op 3voor12