Kroning 1980 vs 2013: welke muzikant werpt de eerste steen? Kroning 1980 vs 2013: welke muzikant werpt de eerste steen?

“Alleen smurfen hebben blauw bloed”

, Atze de Vrieze

Kroning 1980 vs 2013: welke muzikant werpt de eerste steen?

“Alleen smurfen hebben blauw bloed”

Atze de Vrieze ,

30 april 1980, Amsterdam was een oorlogsgebied. De inhuldiging van koningin Beatrix werd door velen aangegrepen om hun boosheid te uiten, en de punkers liepen voorop. 3voor12 blikt terug met drie angry old men die er destijds bij waren: dj Joost van Bellen, Claw Boys Claw-frontman Peter te Bos en Lowlands-directeur Eric van Eerdenburg. En tegelijk is er de onvermijdelijke vraag aan ‘jonkies’ Case Mayfield en Akwasi: welke muzikant werpt nu de eerste steen?

Eric van Eerdenburg in actie voor Pussy Riot

De Vondelstraat, de Blauwbrug, de Nieuwe Kerk, het Rokin, de Grote Keyser, roemruchte namen rond de kroningsdag van 1980. Andere Tijden maakte een uitgebreide reconstructie. Eric van Eerdenburg was overal die dag. De huidige Lowlands-directeur was toen muzikant in de tweede, minder succesvolle incarnatie van punkband City Squad. “Ik herinner me de angst in de ogen van de ME’ers bij het Waterlooplein, achter hun plastic gezichtskappen”, zegt hij. “Het was gewoon zielig. We werden voortdurend opgejaagd met grote groepen, maar we wisten ons telkens in linies te formeren. Dan werd er een charge ingezet, en elke keer wonnen wij. ‘Terug in de wagens!’, werd er dan geroepen. En onder een regen van stenen trokken ze zich dan terug. Het was echt oorlog.” Om de koningin was het hem niet eens echt te doen, zo blijkt wel uit het begin van zijn dag. Zij was nu eenmaal het symbool van een regering waarmee hij het hartgrondig oneens was. “Ik had bijna geen geld, maar kocht aan het begin van de dag een mondharp. Daar heb ik een uur mee op het Leidseplein het Wilhelmus staan spelen. Het klonk vals en het kwijl liep er langs, maar toen ik negentig gulden bijeen had ben ik met mijn vriendin de stad in getrokken.”

Kinderen, fanfare en ME op paarden
Joost van Bellen – destijds 18 - was de hele dag doodsbang. “Ik was op de Dam bij de speech van Juliana. Ze begon steeds opnieuw met dat legendarische woord: ‘zojuist’. Dan werd er boe geroepen, ik heb op mijn vingers gefloten. Er hing een rare sfeer. Het was er feestelijk, er waren mensen met oranje hoedjes, tegelijk was het grimmig. Eerder stond ik op de Wallen in een klein steegje vol mensen en traangas, dat was echt heel eng. Opeens kwamen er uit een huis honderden zwarte ballonnen omhoog, een bizar gezicht. En ik was bij de Munttoren, het Rokin. Daar was een markt aan de gang, met kraampjes, een fanfare, kinderen die spelletjes deden. En aan de andere kant kwam de ME eraan, met paarden. Iedereen rende. Het was heel absurd. Daar werd de stad stevig verdedigd. En heel even dachten we: ‘wat als we doordringen tot de Nieuwe Kerk? Zou het kunnen? Iedereen had door: dat is de afzetting van Louis XIV en Marie-Antoinette.” Op de Dam, daar mochten de krakers absoluut niet komen. De Nieuwe Kerk, het heiligdom waar de plechtigheid zou plaats vinden. Maar dat niet alleen: de kerk zat ook nog eens vol met internationale staatshoofden. De politie had zelfs de opdracht te schieten als het zover kwam. “De Dam, daar mochten ze sowieso niet komen”, stelt Hans Wiegel in Andere Tijden. “Dat moest verhinderd worden.

Joost van Bellen

“Ik stond op de Dam, ergens in het midden”, herinnert Peter te Bos zich. De zanger van Claw Boys Claw was toen nog ‘gewoon’ grafisch ontwerper. “Ik vond en vind het best een leuke vrouw, de koningin, maar er was nadrukkelijk een beweging tegen het koningshuis. Voor die tijd was er ook al van alles aan de hand, anders dan nu. Er waren mensen die het er pertinent niet mee eens waren hoe dingen geregeld werden, en de kroning was de icing on the cake. Er was bij mij geen sprake van voorbedachte rade, maar uiteindelijk liep ik wel met een steen op mijn rug. Naar het Waterlooplein, naar de Vondelstraat, waar tanks stonden. Tanks! Wow, in een straat waar je normaal doorheen fietst. Hoe mooi kun je het hebben? Het leek Praag wel. Je wist natuurlijk dat ze niet gingen schieten, waterkanonnen was het heftigste. En je had de ME, of hoe dat toen ook heette. Ik begrijp daar niets van, die mannen met helmpjes en rieten Ivanhoe-schilden, die roepen toch een enorme agressie op? Ik weet nog dat ik 's avonds om een uur of tien strandde in café de Reijger in de Jordaan, waar we met zijn allen huilend van het traangas aan de bar zaten.”

"Van 1.000 gulden in de maand kon je geweldig rondkomen"
De Vondelstraat, door Peter te Bos genoemd, was al begin maart 1980 terrein van een veldslag. Straatstenen waren er in de straat, vlakbij het Leidseplein, nauwelijks meer te vinden. De ontruiming van een groot pand liep uit op een gewelddadige confrontatie. Voor Eric van Eerdenburg was het de eerste ‘echte’ kennismaking met de kraakbeweging, die al een paar jaar op gespannen voet leefde met de autoriteiten. “De eerste dag dat ik in Amsterdam naar mijn werk moest, werd ik in elkaar geslagen door de ME toen ik de Bilderdijkstraat overstak. De ontruiming was kennelijk op dat moment begonnen. Ik was zo kwaad dat ik me aangesloten heb bij de rellen.”

Van Eerdenburg geloofde in de idealen van de beweging. “Ik had een klein kamertje met muizen voor 400 gulden. Als ik wilde poepen moest ik naar beneden. Voor ieder klein kamertje werd de hoofdprijs gevraagd, terwijl er tegelijk grote panden leeg stonden. Ik voelde me wel aangesproken door dat hele kraken. Geen woning, geen kroning. Kein Haus, kein Claus. Kraken was fantastsich. Met een uitkering van 1.000 gulden in de maand kon je geweldig rondkomen in het kraakcircuit. Als je fiets kapot was, ging je naar de kraakfietsenmaker, die hem voor een gulden repareerde. Onze band repeteerde in kraakpand Tetterode aan de Kinkerstraat. Als je wilde zuipen ging je naar Vrankrijk, waar ze een geweldige cocktailbar hadden. Ik weet nog hoe ik samen met mijn vriendinnetje voor twee gulden samen een glas Contiuous Ecstacy dronk, verliefd naar elkaar kijkend. Het was een geweldige tijd, maar ook gevaarlijk. Ik maakte gebruik van de beweging, en dus stond ik ook vooraan in de linies als er weer een ontruiming was. Al heb ik nooit zwaar klop gehad.”

`Demonstreren was volstrekt normaal`
Voor Joost van Bellen lag de beweging nog wat meer op afstand, maar zijn latere vriend Peter Giele, sleutelfiguur rond de legendarische club RoXY, zat er middenin. Giele is te zien in Andere Tijden, waar hij een cartooneske act uitvoert voor zijn kraakpand. “Kunstenaars als Rob Scholte en Peter Klashorst woonden en werkten ook in die kraakpanden”, vertelt Van Bellen. “Het was economisch een heel andere tijd. Ik heb misschien wel een jaar lang bij vrienden op zolderkamertjes gewoond, en ook wel in kraakpanden. Je kon er gewoon niet omheen. Iedereen was ook veel politieker. Laatst bij het protest tegen de Russische president Poetin waren ineens weer veel jongeren aanwezig, dat was echt opvallend. In die tijd was demonstreren volstrekt normaal.”

“We leven in een linke tijd”, zegt Peter te Bos. “Als je vandaag de dag een waxinelichtje gooit, kun je al twee jaar vast zitten. Toen kon je nog gewoon de pet van een politiekop af slaan. Nu wordt er op Twitter gediscussieerd wat de slogan moet worden, toen gebeurde het uit noodzaak. Mensen zijn niet meer kwaad. Ja, ze zijn nog wel kwaad op hun buurvrouw die te veel lawaai maakt. Maar moet je eens kijken wat een regering er hier al tien, twaalf jaar aan de macht is. Hoe is het mogelijk dat al die plannen doorgaan, ondanks waarschuwingen van mensen uit de zorg en het onderwijs. Het is toch kolderiek dat al die mensen straks weer naar onze gunst dingen als er verkiezingen zijn. En wat nog het ergste is: het volk - waaronder ik zelf - blijft rustig op zijn stoel zitten en bestelt nog een Westmalle.”

Het is een treurige constatering, vindt Eric van Eerdenburg, die zich als Lowlands-directeur nog opvallend vaak van zijn geëngageerde kant laat zien. Zo deed hij felle uitspraken over politici als Geert Wilders en Halbe Zijlstra en nam hij het op voor Pussy Riot. Maar waar in andere landen muzikanten als Bjork en Madonna de beruchte Russische groep steunden, bleef het in ons land angstvallig stil onder de muzikanten. Ook andere onderwerpen – oorlog in het Midden-Oosten, de bankencrisis, etc – verlokken Nederlandse muzikanten niet of nauwelijks tot intellectuele daden, zelfs niet op sociale media als Twitter en Facebook. “Het gaat nog niet slecht genoeg om zo’n klimaat te creëren”, zegt Van Eerdenburg. “Gelukkig, zou ik willen zeggen. Er is geen samenbindende factor. Even leek het te gebeuren rond Geert Wilders, maar zijn praatjes zijn op tijd verstomd. Het was echt een andere tijd. Punk was tegendraads, recalcitrant. Nogmaals: voor mij hoeft het niet per se, maar als het écht nodig is, vind ik wel dat muziek daar een rol in zou moeten spelen. Mensen mobiliseren lukt tegenwoordig nog steeds, maar dan alleen voor domme feestjes.”

In alle rijkdom masturberen en liedjes schrijven
Toch blijft het een mysterie waarom die vorm van engagement vrijwel volledig verdwenen is uit de popcultuur. Het is er niet meer. Hardere bands als John Coffey en Traumahelikopter zijn niet langer politiek, veel punk van nu is vooral mode. En de man die de afgelopen jaren het hardst riep dat het systeem kapot moest, houdt zich nu stil. Case Mayfield: “Ik denk zo langzamerhand aan opgeven. Het heeft geen zin. Er zijn zoveel facetten waar je tegenin zou kunnen gaan. Ik kom mensen tegen die het met me eens zijn, maar uiteindelijk vinden ze het ook wel best. En als ik naar mezelf kijk: ik zit ook maar in alle rijkdom thuis te masturberen en liedjes te schrijven. Ik merk dat ik er diep ongelukkig van word om over dit soort dingen na te denken, en dan maak ik dus maar de egoïstische keuze om me met andere dingen bezig te houden. Ik laat iedereen zijn eigen wereld.” Met het koningshuis heeft hij ‘vanzelfsprekend’ niets. “Alleen smurfen hebben blauw bloed”, zegt hij. “Het is voor mij een ultiem voorbeeld van hoe dom we nog altijd zijn. Stel je voor dat je een alien bent en die man in die koets ziet. Je zult vragen: maar wat heeft die man dan gedaan? Heeft hij jullie van alle dodelijke ziektes genezen? Heeft hij oorlog verbannen? Heeft hij de stad gered van draken? Nee? Maar er zijn geen muzikanten die zich daar druk om maken. Zo lang mensen zich voor de 3FM awards optuigen in koningspakjes, gaat niemand iets tegen de monarchie doen.”

Rapper Akwasi maakt zich vooral druk om het geld dat uitgegeven wordt aan de kroning. “Miljoenen kost het, terwijl aan de andere kant mensen in een vluchtkerk moeten wonen of van de voedselbank moeten leven.” De rapper van Zwart Licht staat bekend om zijn felle engagement. Zo haalde hij meerdere malen uit naar een andere Hollandse traditie: Sinterklaas. Over de monarchie is hij een stuk milder. “Koninginnedag is fucking awesome”, zegt hij zonder omhaal. “Ik heb gekocht, verkocht, ik heb opgetreden, Koninginnedag brengt eenheid, iedereen is vrolijk. Dat is nou een traditie waar ik blij mee ben.” Toch overwoog hij wel degelijk even een anti-kroningslied, na het debacle rond de officiële hymne, waar ook een flink aantal rappers aan meedoet. “Lange Frans is tegen de monarchie, dan is het raar dat hij meedoet aan het koningslied”, vindt Akwasi, maar helemaal veroordelen wil hij zijn collega nu ook weer niet. “Ik zou het niet doen, denk ik. Ik zie geen toegevoegde waarde, het is een heleboel onzin. Ik had in een lied alles willen belichten wat hypocriet is aan het koningshuis, maar ik wilde niet dat het een hype zou worden. Het past niet goed bij waar ik op dit moment mee bezig ben, een programma rond de liedjes van Bram Vermeulen.”

Dom is het nieuwe cool
Van John Ewbank, Lee Towers of Frans Duijts mag je misschien geen engagement verwachten, maar hiphop heeft in zijn roots een sterke vorm van anti-establishment. Fight The Power, luidde de leus van Public Enemy eind jaren tachtig. Tien jaar eerder al verkondigde een act als Grandmaster Flash maatschappelijke boodschappen over drugs, geweld en straatleven. Die vorm van engagement zien we in de huidige Nederlandse hiphop nauwelijks. Akwasi: “Het ging van een boodschap al snel naar ‘don’t fuck with me, ik schiet je kapot’. Tien jaar later werd hiphop vooral een clubding. Dat is de vorm die op dit moment in Nederland heel erg leeft. Hiphop is geen vorm om jezelf beter te maken, maar om jezelf dom te houden. Dom is het nieuwe cool. Maar ik voel dat dat aan het veranderen is. Kijk maar naar Amerika, naar een rapper als Kendrick Lamar. Ik geef het nog een jaartje, en dan is de swag-rap helemaal weg. Dan gaat het weer om hiphop die er toe doet. Verhalen vertellen, je visie uiteen zetten. En daar hoort politiek ook bij.”

Dat koningslied hield de gemoederen flink bezig, de afgelopen week. Akwasi is niet te spreken over het hiphopdeel, dat volgens hem geforceerd overkomt, en bovendien een persiflage is op ‘echte’ hiphop. “Zo’n zin als ‘drie vingers in de lucht, kom op, kom op’ zeg je misschien op het podium, maar dat leg je nooit vast op een plaat. Dat is een absolute missen. Het W-teken met je vingers, dat staat voor Westside, dat weet iedereen.” Case Mayfield wordt zeer verdrietig van het lied. “Ineens komt het hele internet in opstand. Ik denk: als je je dan toch kwaad wilt maken, kijk dan even verder. Er eten nog steeds mensen uit vuilnisbakken. Maar nee, het koningshuis, daar moet je vanaf blijven, dat is gezellig. Net als dierentuinen. En als mensen er wel iets van vinden, komen ze niet in actie.” Of zoals Joost van Bellen zegt: “Handelen is typen geworden.” Mayfield: “Een lied heeft geen impact. Het is te snackerig geworden. Vijftig procent luistert niet naar de tekst. Een kwart snapt het niet echt. De rest van de mensen vindt het een mooi liedje. Er is niets dat we kunnen doen. Dat besef is verschrikkelijk, het is als een liefde die niet beantwoord wordt.”
 

nu op 3voor12