Marien Dorleijn: ‘Moss is echt een praatgroep’
Nooit vanzelfsprekend, maar altijd komt er een nieuwe Moss-plaat

Den Dolder, sausenhart van Nederland. Maar ook: thuisbasis van Moss. Handig, als je bandleden overal in het land wonen. Elke vrijdag repeteerde de band daar, in wisselende samenstellingen, en uiteindelijk leidde dat tot een nieuw album.
'Michiel belt niet zomaar. Toen zijn naam op mijn scherm flitste dacht ik: kut, hij heeft kanker. Ja, dat schoot door me heen.' Tussen je veertigste en je vijftigste hoor je dat soort berichten nu eenmaal vaker, legt Marien Dorleijn uit. Maar Michiel Stam had ander nieuws: hij stopte met Moss. ‘Ik dacht: gelukkig. Gelukkig is het alleen maar dat,’ zegt de frontman van Moss. ‘Ik vond het niet leuk, maar ik was opgelucht dat het dat was.’
Het klinkt misschien als een doemdenk-gedachte, maar Dorleijn had zelf ook nogal wat te verstouwen gehad. Het was een tijd waarin kwetsbaarheid om de hoek lag. In 2023 lag hij vier keer in het ziekenhuis, door een ontstoken galblaas met complicaties. Het duurde maanden voordat hij weer op de been was.
‘Je realiseert je hoe fragiel een mens kan zijn,’ zegt hij. Zijn ouders leven niet meer, zijn kinderen worden groot en zelf wordt hij volgend jaar vijftig. Tegen drummer Finn Kruyning, zijn belangrijkste compagnon in de band, zei hij ooit dat ze moesten stoppen zodra die vijftig werd. Kruyning is inmiddels 55. ‘Nu realiseer ik me gaandeweg dat ik nog steeds hetzelfde ben van binnen,’ zegt Dorleijn. ‘Alleen word je van buiten wat ouder.’
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.
Lage verwachtingen, maar hoge dedication
‘Dat klinkt als een midlifecrisis’, constateert Dorleijn droog. Ja, dat klinkt als een midlifecrisis. Maar ach, wat dat betreft sluit Moss aan bij een rijke traditie. ‘Is dat zo?’ vraagt hij. ‘Noem een goede plaat in context dan.’ Wat te denken van Paul Simon’s Graceland, of Leonard Cohen’s I’m Your Man? Of het echtscheidingsalbum van Marvin Gaye, Here My Dear? ‘ Bij Paul Simon moet hij toch even slikken: ‘Graceland, daar sta ik echt van te kijken.’ Zelf denkt hij eerder aan The National, ‘ook al wat oudere mannen’. En bij een van de nieuwe nummers hoorde hij achteraf iets van Elbow.
Een thema heeft hij er nooit bewust van gemaakt. ‘Ik ben altijd wel een schrijver geweest die meer vanuit zichzelf schrijft dan dat ik over thema’s schrijf,’ zegt Dorleijn. En ja, dat is nu dan vanuit het perspectief van een bijna-vijftiger. Hij is er eerder trots op dan dat hij zich ervoor schaamt. Grote verwachtingen heeft hij niet, de hoogtijdagen van 2010 tot 2013 liggen achter de band. ‘Wat verwacht je dan nog van zo’n plaat? Ik verwacht niet heel veel, omdat ik daar ook helemaal niet mee bezig ben.’
Lage verwachtingen misschien, maar de dedication en de honger zijn er wel degelijk. Het gekke is: van buitenaf lijkt het nooit een vanzelfsprekendheid dat er nog een volgende Moss-plaat komt, en toch komt ie er steeds. Maar inderdaad, vanzelfsprekend was dat niet altijd. ‘Er zijn een paar momenten geweest dat we wel zouden stoppen,’ zegt Dorleijn. ‘Ik denk, als Strike er niet was geweest, in 2017 waren we gestopt.’ Die plaat gaf de band een nieuwe boost. Ook rond vorige album HX lag de vraag weer op tafel: willen we nog een plaat maken? Iedereen zei volmondig ja.

De ego's zijn weg
De meeste bandleden hebben een baan, vaak in de creatieve sector, maar toch, en ze wonen verspreid over het land. Alleen Bob Gibson woont nog in Amsterdam. Dorleijn zit elke dag in zijn studio bij Klank, het muzikantencollectief in Den Dolder, dat lekker centraal in het land ligt. De rest moet er tijd voor vrijmaken. Daarom spraken ze af om elke vrijdag samen te komen, met wie er die dag kon. ‘Soms was ik in mijn eentje bezig, soms waren we met z’n vieren, soms waren we met z’n drieën, soms heel veel Finn en ik.’
Uit de ruim tachtig ideeën die Dorleijn had verzameld, kozen de anderen er een stuk of twintig. Sommige waren nog bijna niets, andere al behoorlijk ver uitgewerkt. Dat laatste is niet altijd handig. Dorleijn maakt demo’s die tot in de puntjes zijn ingekleurd, en Kruyning vraagt zich dan af wat hij er nog aan moet doen. Toch loont het om het samen opnieuw te doen. ‘Het wordt anders, maar ook altijd wel weer beter,’ zegt Dorleijn. Deze keer werden de rollen bewust omgegooid. Dorleijn, die zichzelf in coronatijd leerde drummen (nou ja, een paar maten dan), drumde een paar nummers in en speelde veel basgitaar. Daniel Rose deed veel piano en gitaar, Gibson synths en piano. Jelte Heringa bleef op één nummer na buiten het creatieve proces. ‘Het grappige is, de ego’s zijn dan een beetje weg,’ zegt Dorleijn.
Het spelen is maar de helft. ‘Moss is echt een praatgroep,’ zegt hij. ‘Wij zijn dan wel een dag aan het opnemen, maar ik denk dat we de helft daarvan aan het lullen zijn.’ Ze praten over hun ouders, met wie het niet allemaal even goed gaat. Over de zoon van Gibson, die met zijn negentien jaar ineens in Texas zit om te basketballen. Op één nummer zingen de dochters van Dorleijn en Kruyning mee. ‘Je bent als band natuurlijk altijd al een familie,’ zegt Dorleijn, ‘Je bent gewoon onderdeel van elkaar.’