Jenny Hval is een heks met een klein hartje
Mysterieuze Noorse hervindt haar jeugdige onbevangenheid
Normaal gesproken zingt Jenny Hval over dingen die nog nooit door iemand bezongen zijn. Menstruerende vampiers, bijvoorbeeld. Maar het nieuwe album van de Noorse zangeres gaat over het meest uitgekauwde onderwerp ter wereld: de liefde. Ja echt, de liefde. Maar zelfs - juist! - dat onderwerp weet Hval, dit jaar een van de curatoren van Le Guess Who?, volledig naar haar eigenzinnige hand te zetten, mede met dank aan trashy trance uit de jaren negentig.
Lang kon Jenny Hval zich niet voorstellen dat ze ooit muziek zou maken die zo overduidelijk over de liefde gaat. ‘Ja, toen ik heel jong was misschien’, lacht ze vanaf de andere kant van de telefoonverbinding. ‘Maar daarna vond een soort verschuiving plaats.’ Een verschuiving richting wateren die minder uitvoerig verkend zijn, naar vreemde, magische territoria waartoe alleen Hval zelf de sleutel leek te bezitten en waarin zelfs de meest normale dingen plots veranderen in iets abstracts. ‘Het verrast me niet zozeer dat ik dit materiaal heb geschreven, maar vooral dat ik het album zo expliciet naar de liefde heb durven vernoemen.’
Al vanaf haar jeugd voelt Hval zich een outsider die zich niet bezig kan en wil houden met de vragen die voor anderen van wezenlijk belang zijn. ‘Als we op school een schrijfopdracht kregen en weer zo’n saaie levensvraag moesten beantwoorden, deed ik altijd mijn uiterste best om geen antwoord op de vraag te geven’, vertelt ze. ‘Ik deed altijd iets creatievers dan wat van me werd gevraagd. Nu vind ik het juist leuk om toe te geven dat ik hetgeen dat ik uitdraag ook gewoon liefde kan zijn.’
Dat gezegd hebbende haast Hval zich te benadrukken dat The Practice of Love geen romantische plaat is, geen plaat over een man en een vrouw die na allerlei omzwervingen in elkaars armen vallen terwijl vuurwerk een skyline verlicht. Geen romcom-eske plaat, geen album over mensen die nog lang en gelukkig leefden. Nee, toegeven aan heteronormatieve clichés is Hval ook op haar zevende langspeler de eer te na. ‘Liefde is zoveel meer dan verliefd worden, een romantische relatie hebben en misschien daarna weer uit elkaar gaan. Mijn werk gaat over andere relaties tussen mensen, maar ook over mijn eigen relatie met mijn plek op de wereld.’
(tekst gaat verder onder de video)
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.
'Nu muziek mijn werk is, verlang ik soms terug naar naïviteit'
Wonderland
Naast gezongen teksten bevat The Practice of Love veel gesproken woord. Soms zijn het gesprekken, dan weer liedteksten die door Hval werden doorgestuurd aan bevriende muzikanten als de Franse ambientcomponist Félicia Atkinson, multi-instrumentalist Vivian Wang uit Singapore en de Australische zangeres Laura Jean. Hun stemmen nemen de luisteraar mee naar de wereld die Hval rondom The Practice of Love heeft gebouwd. Of liever, de wereld waarín ze het album heeft gebouwd ‘Look at these trees, look at this grass’, fluistert Vivian Wang in de onheilspellende opener ‘Lions’. Kijk eens naar die paddenstoelen daar, en die vreemde blauwe bloemen die ernaast groeien. Kijk eens hoe de regen op de bladeren valt en hoe die mieren krioelen op de grond.
‘The Practice of Love speelt zich af in een soort occult bos, een heidense plek’, verheldert Hval. 'Volgens mij is het een soort combinatie tussen plekken die ik ken uit mijn jeugd en plekken die ik zelf heb bedacht. Het is in ieder geval een plek waar mijn interesse in magie, religie en rituelen volledig tot zijn recht komt. Ik heb ook even overwogen om het album The Practice of Magic te noemen, maar dat klinkt nog pretentieuzer dan The Practice of Love, vind je niet?’
Een van de personages die op die magische plek ten tonele verschijnt is ‘High Alice’, de naamgever van een van de nummers op de plaat. Het is Hvals eigen versie van Alice in Wonderland, een versie van Alice die Wonderland niet zomaar over zich heen laat komen, maar die een meer actieve rol aanneemt, die haar eigen konijnenhol uittekent, verandert in haar ‘pleasure dome’. ‘Ik heb laatst het boek Lost Girls van Alan Moore gelezen’, vertelt Hval. ‘Daarin verschijnt Alice als volwassene, net als een aantal andere personages uit gelijksoortige verhalen. In dat boek beleeft Alice allerlei grimmige seksuele avonturen, ze is een veel minder saai personage dan ze in Alice in Wonderland is. Daar is ze passief en wijst ze zichzelf er voortdurend op hoe vreemd Wonderland wel niet is, alsof ze een heel saaie ouder is, zonder enige vorm van fantasie. Volgens mij is dat een soort metafoor voor de manier waarop meisjes destijds leefden. Ze moesten zich vasthouden aan het alledaagse leven en al heel snel volwassen worden. Mijn Alice lijkt juist meer op die uit Lost Girls, die opgegroeid is maar terugdenkt aan haar jeugd.’
Hval liet zich op The Practice of Love ook inspireren door Macabéa, de ‘hoofdpersoon’ uit The Hour of the Star, een boek dat in 1977 werd gepubliceerd door Clarice Lispector. Een nogal ongewoon personage, zo legt ze uit. ‘Macabéa is heel vreemd, ze is geen personage dat je normaal gesproken tegenkomt in een boek. Ze is heel arm, verdrietig en lelijk, ontsnapt aan alle clichés die over protagonisten bestaan. Ze raakt nooit betrokken bij een romance, alles in haar leven gaat fout. Eigenlijk raakt ze niet eens echt betrokken in het verhaal, waardoor ze heel vrij is.'
De manier waarop Hval over Macabéa en Alice praat doet vermoeden dat het personages zijn naar wie ze op een bepaalde manier opkijkt. Misschien zelfs personages met wie ze zichzelf identificeert. Luister maar naar de titeltrack van The Practice of Love, waarin Hval zich in gesprek met Vivian Wang beschrijft als een ‘talking tree’ en een heks, iemand die zich op de achtergrond bevindt, die als kinderloze eind-dertiger niet echt iets wezenlijks bijdraagt aan de evolutie van het menselijke ras. ‘Het album is heel persoonlijk, maar ik weet niet zeker of het autobiografisch is. Het album is in mijn hoofd tot stand gekomen, maar ik ben niet per se de verteller. Ik vond het juist interessant om te wisselen tussen het perspectief van een ‘ik’ en een ‘zij’. Soms bleek ‘zij’ veel persoonlijker dan ‘ik’.’
(tekst gaat verder onder de foto)
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.
Meer interviews
Van Limpt liet zijn eigen declaraties nog onderzoeken door een bedrijfsrechercheur, en die constateerde geen overtredingen, terwijl zijn voorganger nog moeilijk te verklaren tripjes naar Londen maakte. Maar ook bij Ketellapper en Kroeze werd geen echte fraude geconstateerd. Geen van de hoofdrolspelers is er met drie miljoen in zijn achterzak vandoor naar een onbewoond eiland, en ook grootscheeps gesjoemel ten bate van het bedrijf werd niet aangetroffen. Dat concludeert in elk geval het College van toezicht Auteursrechten (CvtA), het toeziendhoudend orgaan namens het ministerie, in een tweede grote onderzoek. Ketellapper en Kroeze zijn ten onrechte beschuldigd van malversaties, luidt hun conclusie.
Wim van Limpt krijgt dit keer de zwarte piet: hij was het die gezorgd had voor een ruziecultuur, die de verhoudingen scherp had gezet. De hele financiële afdeling was leeggelopen, en dat is nogal een probleem bij een bedrijf dat draait om verdeling van gelden. Van Limpt dient een klacht in bij de Accountantskamer: hij vindt het onderzoek bevooroordeeld, een poging van de toezichthouder om zijn eigen straatje schoon te vegen. Het zou nogal een blamage zijn als zij een grootscheepse zwendel niet opgemerkt hadden. Het onderzoek is gebaseerd op dezelfde feiten die BDO boven tafel bracht, aangevuld interviews met anonieme bronnen - waaronder mogelijk zijn vijanden - terwijl statements van zijn vrienden en van hemzelf nauwelijks aan bod komen. Het steekt bovendien dat een van de twee hoofdonderzoekers van het rapport ten tijde van het onderzoek aan een enorme fietsreis bezig is, waarover hij vrolijk rapporteert op een persoonlijke blog. Het is verbijsterend om te zien hoe haaks dat tweede rapport op het eerste staat. Zelfs het rammelende ICT-systeem valt wel mee, aldus het CvtA. Van Limpt krijgt steun van een aantal mensen binnen de Buma-gelederen - met name Henk Westbroek - maar meer mensen en meer mensen vallen hem af.
Wim van Limpt stapt op in september 2018, Anja Kroeze keert een paar maanden later terug bij Buma/Stemra. Voor Wieger Ketellapper zit een terugkeer er niet in. Niet alleen zit inmiddels iemand anders op zijn stoel, maar de verhoudingen zijn te giftig. Zie daar de beslissing van deze week: Buma/Stemra diep door het stof met officiële excuses, een schadevergoeding waarvan de hoogte niet bekend is maar die er zeker niet om zal liegen.
Interim-directeur Cees van Steijn ziet het duidelijk als zijn belangrijkste taak om de gelederen weer te sluiten. Hij is niet beschikbaar voor een gesprek met 3voor12, en ook Anja Kroeze wil niet geïnterviewd worden. Wieger Ketellapper antwoordt niet op verzoeken van onze kant, en Wim van Limpt laat weten dat hij niet mag praten. Of dat ook betekent dat Buma zich nu in alle rust aan het richten is op de digitale toekomst, dat kunnen we dus helaas niet vragen. Want nee, het internet is zeker niet het enige terrein waar het schuurt bij Buma/Stemra; er zijn oneindig veel kleine wondjes die al jaren etteren, net zoals er ook gebieden zijn waar moeiteloos en zonder mopperen elk jaar heel veel geld opgehaald en verdeeld wordt. Want dat blijft de bottomline: er is geld. Het hoofdstuk Wieger Ketellapper is in elk geval ten einde. Maar daar moest wel weer een afkoopsom aan te pas komen waar de auteurs geen brood van lusten.
Julia Jacklin is geen knuffelmens, en dat is niet erg
Australische met uitstekend album naar Lowlands
Big Thief tuurt naar de sterren op zoek naar zelfliefde
Intieme, persoonlijke plaat van Amerikaanse Adrianne Lenker
Op het verkeerde been met Aldous Harding
Een ongemakkelijk gesprek met de Nieuw-Zeelandse indiezangeres