Overal waar hij komt wordt Carl Craig aangekondigd als een van de absolute legendes van de techno. En dat is hij natuurlijk ook, met een carrière van drie decennia die begon in de bakermat van het genre: Detroit. Maar ook deze gepokte en gemazelde veteraan kan soms best een paar shots tequila gebruiken tegen de zenuwen. Dat en meer geheimtips van technomeester Carl Craig in De Kunst van de DJ.
Hij is er weer bij komende week op Amsterdam Dance Event, Carl Craig, een van de pioniers van de Detroit techno. Een grondlegger was hij niet - dat was de generatie net voor hem - maar sinds hij in 1989 in de scene verscheen heeft hij voortdurend voor vernieuwing gezorgd binnen het genre. Met zijn monumentale album More Songs About Food And Revolutionary Art uit 1995 bijvoorbeeld, met zijn jazz cross-overproject Innerzone Orchestra, of met een van de talloze andere aliassen. De laatste jaren experimenteerde hij onder meer met de klassieke pianist Francesco Tristano en stond hij op Lowlands en Dekmantel met een heus Synthesizer Ensemble, maar op Amsterdam Dance Event treedt hij gewoon aan als dj. Dat doet hij op zijn eigen Detroit Love, een concept dat draait om de original techno legacy, met artiesten uit de Motor City zelf en buitenstaanders die liefde voor de stad koesteren. Carl Craig, de innovator en tegelijk hoeder van het erfgoed van Detroit, onthult zijn visie achter het dj-vak.
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.
Wat is de oudste plaat die je gedraaid hebt op een dansvloer?
‘Oe, iets van Miles Davis denk ik, ‘In A Silent Way’ uit 1969. Om de club op te warmen. Of midden in mijn set als ik behoefte voel om te shockeren. Als ik oude muziek kies moet ik altijd uitkijken dat het niet hetzelfde gevoel oproept dat ik krijg als ik Louis Armstrong hoor. Prachtige muziek, maar nostalgisch, overduidelijk uit een ander tijdperk. Neem bijvoorbeeld een funk-klassieker als ‘More Bounce To The Ounce’ van Zapp, uit de jaren tachtig. Ik hou van die track, maar er zit niet genoeg low end in om hem in de club te kunnen draaien. Het klinkt dun en daarmee oud. Maar bijvoorbeeld ‘Bounce, Rock, Skate, Roll’ kan ik wel draaien, terwijl die plaat ouder is.’
Veel dj’s houden ergens in de jaren 70 op met graven. Kunnen we stellen dat in die tijd de nachtclub zoals we hem nu kennen is uitgevonden, en dat dat de muziek wezenlijk veranderd heeft?
‘Dat klopt ja! Je had in die tijd ook clubmixen en radiomixen. Dat had niet alleen te maken met de lengte van de track, maar ook met de EQ afstelling.’
Zou je zo’n track als ‘More Bounce To The Ounce’ kunnen aanpassen voor de club?
‘Natuurlijk. Maar daar heb ik geen tijd voor. Ik heb al te weinig tijd voor mijn eigen muziek.’
Overal waar je komt word je aangekondigd als een legende, als een grote meneer. Wanneer heb je voor het laatst de zaal leeg gedraaid?
‘Oh man, ik draai al mijn hele leven zalen leeg, dat is part of the game. Als beginnende dj draai je zalen leeg en snap je niet waarom, en langzaam maar zeker leer je ervan. Maar ik zie het niet per se als iets negatiefs als mensen massaal weglopen. Soms zijn mensen niet klaar voor je, of jij niet voor hen. Of je staat op een festival recht tegenover iemand waar iedereen speciaal voor gekomen is. Mijn ego is niet zo groot dat ik daar mee kan zitten. Dj’s die altijd alles doen om de zaal maar vol te houden, gaan vroeg of laat heel hard op hun bek.’
Wie heeft jou de skills geleerd?
‘Ik heb veel gekeken bij vrienden. Ik probeerde het ook wel zelf, maar ik was in eerste instantie muzikant, mijn mix-logica was anders dan die van veel dj’s. De eerste dj waar ik echt goed van kon afkijken was Jeff Mills, en daarna de Dj Crew jongens, zoals Direct Drive, mensen die veel scratchen en platen erin smijten in plaats van mixen. Daarna was ik de protege van Derrick Mills, die een meester van de pitch control is. Hup van -8 naar +8, het kon hem niet schelen en hij deed het razendsnel. Er wordt wel eens gezegd dat de sync button op de CDJ valsspelen is. Wij vonden het vroeger valsspelen als je het BPM van een plaat op de hoes zette, en dan je platenkoffer sorteerde op BPM. Wij deden alles altijd razendsnel en geïmproviseerd, het maakte niet uit hoe ver de tempo’s uit elkaar lagen, je zorgde gewoon dat het werkte.’
Heeft de switch naar digitaal jou een betere dj gemaakt?
‘De overgang naar digitaal was geweldig! Daarvoor ging alles organisch, soms een beetje scheef, maar dan werkte je gewoon harder. Dj’s hielden met andere dingen rekening dan nu. Zo vertelde iemand me ooit hoe dj’s platen kozen omdat Earl Young erop drumde, een drummer die veel speelde voor Philly International en Salsoul Orchestra. Hij was een makkelijk te mixen drummer, kennelijk, een waar je van op aan kon. Je wist wat hij ging doen, wanneer hij versnelde en vertraagde. Toen de digitale techniek doorbrak - met Traktor als ingang - voelde dat voor mij als super logisch. Eindelijk klopte het echt.’
Alle edities van De Kunst van de DJ
De kunst van de dj met DVS1
‘Het belangrijke menselijke element wordt vaak vergeten, de geluidsman is essentieel’
De kunst van de dj met Speedy J
'Liever vraagtekens dan voorspelbaar'
De kunst van de dj met Dave Clarke
'Dj’en is instinct, produceren is intellect'
De kunst van de dj met Helena Hauff
‘Ik probeer mensen niet te verwarren, maar ik besef wel dat dat soms gebeurt’
De kunst van de dj met Sunnery James & Ryan Marciano
‘Veel dj’s denken: als het niet los gaat, word ik niet meer geboekt’
De kunst van de dj met Umfang
Er staan te weinig vrouwen op line-ups van technofeesten, dat weet iedereen. Maar hoe verander je het? Om te beginnen natuurlijk door een hele coole dj te worden, zoals de Amerikaanse Umfang. Maar dat is niet genoeg, zegt de oprichter van activistische platforms Discwoman en Technofeminism. ‘Het is geweldig om wekelijks te horen: wow, wie is dat, zij is cool!’