Armand, protestzanger in de nieuwe eeuw: “We zijn een stel bange zeikerds”
Nieuw album met The Kik nu op de Luisterpaal
We kennen hem als de enige echte fulltime protestzanger van Nederland, als de man achter het briljante liedje Ben Ik Te Min, als die kerel met dat malle lange rode haar. Maar dankzij Dave von Raven en zijn band The Kik staat Armand gewoon weer in het volle licht. “Ik doe al die festivals met The Kik heel graag, maar ik houd de hardcore Armand adepten in ere. De vissers van Arnemuiden bijvoorbeeld. Die worden overal gemeden omdat ze alles kort en klein slaan, maar mij liggen ze als moslims op de grond te aanbidden als ‘de meester’.”
“Ik kom ook graag in Vlissingen, of op de Peel, de streek waar mijn moeder vandaan komt. Vlissingen is - ze zullen het niet fijn vinden als ik dat zeg - een gruwelijk crimineel gat. Dat is altijd zo geweest, al sinds de tijd van de geuzen. Als je daar de stad uit rijdt, zie je in elk verkeersbord vier gaten. En anders dan in de rest van Zeeland, liggen ze er niet op de knieën voor de toeristen. Ik heb er wel eens twintig minuten voor mijn hotel gestaan voor er eindelijk een nachtportier kwam. Ik heb hem uitgefoeterd en gezegd: ‘ik ben geen toerist, ik kom hier net als jij voor mijn boterham. Nou, dan voelen ze zich in hun kruis getast. De Peel, daar ben ik ook vaak, in het moeras, op kilometers afstand van de mensen. Ik heb toestemming van Frank van Staatsbosbeheer om daar te komen. En daar zit ik dan, tussen de vogels en de kikkers. Ik heb er menig liedje schreven.”
Waar oproer is, daar is Armand. Waar mensen in opstand komen tegen de gevestigde orde, daar wil hij bij horen. Natuurlijk was hij er als de kippen bij toen het Maagdenhuis na 46 jaar eindelijk weer eens bezet was. Hij was er natuurlijk ook bij in die roerige jaren zestig. “Het werd godverdomme weer eens tijd, zeg”, zegt hij. “Sinds de bezetting van ’69 hebben we genoegen genomen met repressieve tolerantie. Het is een vruchtbare strategie gebleken van de bestuurders: net doen of je meebeweegt, maar stukje bij beetje de kraan steeds verder dicht draaien. Het heeft ons gemaakt tot wat we nu zijn: een stelletje bange zeikerds. Juist daarom was het zo fantastisch om te zien dat de studenten eindelijk durfden. En toch zag je ook dat ze hartstikke bang waren. Ze durfden niet eens te roken binnen. Tegen mij zeiden ze het ook: je moet buiten blowen. Ik heb gezegd: no blow, no show.”
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.
Nu hebben ze samen een album, Armand & The Kik, opgenomen in de studio van Frans Hagenaars in Amsterdam. De band koos liedjes uit het oeuvre van de meester, bij voorkeur vergeten pareltjes. Het album opent met Comeback, een nummer dat zou kunnen gaan over zijn huidige situatie, maar dat eigenlijk al decennia oud is. Het beste lied is Gemeengoed, een vlammend betoog tegen privatisering, oorspronkelijk geschreven door zijn activistenvriend David Rovics, vertaald door Armand. En Snelle Jongens, een kritisch liedje over jachtige cokesnuivers. Niet dat Armand nu zo tegen drugs is hoor. Hij praat zelfs zeer openlijk over alles wat ie ooit gebruikte. En verkocht. Aan het begin van zijn carrière gebruikte hij veel speed, maar daar stopte hij mee. Coke deed 'ie later wel, maar blowen is altijd de basis gebleven. Toen het succes na een paar vette jaren afnam, begon hij te dealen. Een van zijn belangrijkste afzetgebieden was een militaire basis in Duitsland, waar een hoop ‘yanken’ zaten.
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.
Armand schenkt nog maar een kopje koffie in. Hjomalind, staat er in sierlijke letters op het oranje kopje. Een overblijfsel aan zijn tijd op IJsland, een paar jaar geleden. Ja, Armand was er als de kippen bij, toen de IJslandse revolutie uitbrak. Net zoals toen hij er bij was bij de bezetting van het Maagdenhuis en de Parijse revolutie van mei 1968. “Ik was gevraagd daar een paar nummers te spelen”, vertelt Armand over zijn dagen in Reykjavik. “De IJslanders zijn nog een tandje erger dan de Nederlanders. Ze zeggen niks. Het is ook zo’n klein land. Als je daar je bek open trekt en het valt verkeerd, dan heb je een probleem. Maar de IJslanders zijn dapper geweest. Zij hebben als enige de bankiers eruit geschopt. Ik ben daar nog een week de buurman geweest van Julian Assange, maar dat had ik pas later door. Ik vond het al zo gek dat die week dag en nacht het licht brandde, maar het kwartje viel pas veel later.”
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.
Een mooi land, een revolutie, een dan ook nog eens een mooie taal, dan heb je de interesse van Armand te pakken. Gretig slurpt hij alles op, zoals hij ook graag buitenlandse kranten leest en in de krochten van het internet op zoek gaat naar mediaplatforms die zich niet laten ringeloren door PR-medewerkers. “Saving Iceland bijvoorbeeld is een medium dat ik graag volg. Zij leggen opvallend vaak de vinger op de zere plek. Veel media hebben het moeilijk. Nick Davies van The Guardian heeft daar een ontluisterend boek over geschreven: Flat Earth News. Vertaald naar Nederland: er zijn hier 15.000 journalisten, en 50.000 PR-medewerkers die hun verhalen gratis in de krant willen hebben. Journalisten zien het als hun taak om op te schrijven wat de bobo’s zeggen, niet om te controleren wat ze allemaal zeggen. En bij de kranten zelf gaat het uiteindelijk eigenlijk ook vooral om geld. Mensen als Julian Assange, die keihard werken om informatie naar buiten te brengen, worden in de media weggezet met dooddoeners over een of andere chick die 'ie geneukt zou hebben. Journalisten zouden zich bezig moeten houden met de hoofdzaken en zich niet laten afleiden door bijzaken.”