We waren weer op het charmante winterfestival Grasnapolsky op het majestueuze zenderpark Radio Kootwijk, waar de Nederlandse indiescene floreert, waar slordige foutjes worden goedgemaakt met charmante verrassinkjes en waar het af en toe best ranzig kan worden.

Overal is bubbeltjesplastic op geplakt, om maar te zorgen dat de bungalow niet wordt getrasht, en toch gaat het mis tijdens de officiële afterparty op vrijdagnacht: wanneer mensen uit fuif-euforie op de radiatoren gaan staan, breken die af en staat binnen de kortste keren de hele bungalow blank. Wat een teringzooi. Zo ontsporen wel meer feestjes op de vrijdag, pakken hossende dertigers net een halfje teveel of een likje meer dan nodig. Om maar even aan te geven: winterfestival Grasnapolsky heeft een beetje een braaf imago, maar wie wil kan het hier midden op de Veluwe rondom het iconische voormalige zenderpark Radio Kootwijk best ranzig maken.

(tekst gaat door onder de foto)

Dat gebeurt ook bij De Likt, de Rotterdamse rap-electro-act die vrijdagnacht rond 2 uur een show geeft in het bungalowpark en daar voor het eerst nieuwe muziek presenteert. Het is geen muziek om sensueel op te dansen, niet om op te schuren, maar om lomp op te beuken met een ‘alles-mag-kapot’-mentaliteit. De ruimte – met uitzicht op het tropisch zwemparadijs – is ramvol. Rapper/dichter Jordy springt driemaal over de hoofden van het publiek, het publiek belandt juist weer op het podium en een jonge gast met pluizig lang haar klautert op een plantpot om onstuimig heen en weer te zwieren. Een beetje rommelig is het allemaal wel, en uiteindelijk wordt het laatste nummer voortijdig stilgezet omdat mensen op de kabeltjes gaan staan en de muziek telkens uitvalt. Ach ja. 

Dat is ook wel weer de charme van Grasnapolsky, een onafhankelijk festival dat buiten grote organisatoren als Mojo en Friendly Fire om wordt georganiseerd: het is geen strakgetrokken gebeuren met hete a-namen en geen grote internationale kanonnen, maar wel eentje waar spannendere Nederlandse (en veel Belgische) indie-acts kunnen opvallen en voor het eerst nieuw werk presenteren, naast een handjevol kleinere acts uit het buitenland. Moss doet een verrassingsshowtje om voor hun aanstaande albumrelease warm te draaien, Eefje de Visser-toetsenist Annelie de Vries debuteert met een klassiek pianoproject, Jordy van De Likt presenteert tussen de bedrijven door ook nog een poëtisch gelegenheisproject en Altin Gün valt op als Turks-Nederlandse psychrockact met drie leden van de Jacco Gardner-band.

Maar goed: Grasnapolsky is een festival waar de ‘ervaring’ minstens zo belangrijk is als de muziek. Zeg maar: het detailverliefde werk van Into The Great Wide Open en dat op de allercoolste locatie denkbaar. Het zenderpark Radio Kootwijk lijkt nog altijd op een retro-futuristische toren die plotsklaps opdoemt midden op de Veluwe, en met de neerdwarrelende sneeuw wordt het zicht nog magischer. De organisatie lijkt de locatie ieder jaar weer wat verder te willen verkennen. Zo is voor het eerst de atoombunker achter het park te bezoeken, alwaar een stokoud vrouwtje uit de buurt vertelt over de Tweede Wereldoorlog. In de krochten van het Zenderpark houdt St. Paul ondertussen een supernerdy popquiz en viert Radio Siberië van Roy Santiago een ZoMiBo met augurkjes en kaasblokjes op prikkertjes, terwijl er bij de koffietent even verderop oldschool videogames kunnen worden gespeeld. Tussen de acts door staat opeens muziektheatergroep Club Gewalt een performance te geven die nog het meeste wegheeft van een live-uitvoering van een OK Go-video. Ja, er is zat te beleven op Grasnapolsky.

Grasnapolsky 2017

Het festival Grasnapolsky wordt dit jaar voor de vierde keer georganiseerd op Radio Kootwijk, een historisch zenderpark midden op de Veluwe. Traditioneel geeft het vooral een podium aan Nederlandse indiebands, met hier en daar een internationale naam.

Voorgaande jaren waren o.a. Eefje de Visser, Moss, Lucky Fonz III en Alamo Race Track headliners. Dit jaar waren dat Klangstof en Andy Shauf. Minstens zo belangrijk is het sfeervolle randprogramma, waarvoor alle hoeken en kiertjes van het iconische gebouw worden gebruikt.

Muzikaal zijn vooral Mario Batkovic en Tamino de grote ontdekkingen van de zaterdag. Tamino is een jonge artistieke Belg – type oorbelletje en rommelig haar – die donkerromantische liederen  à la Jeff Buckley brengt met een ijzingwekkende kopstem die soms overloopt van de pathos, een omlaag gestemde gitaar en af en toe een Oosters aandoende melodie. Een dikke week geleden won hij de Nieuwe Lichting van Studio Brussel, sindsdien liggen ze bij de Zuiderburen voor hem in de rij. Wedden dat dat in Nederland ook snel gaat gebeuren?

In een heel ander straatje zit Mario Batkovic, een Bosnisch-Zwitserse accordeonist die is getekend door Portishead-held Geoff Barrow en ook al hoge ogen gooide op Le Guess Who en Eurosonic. Hij speelt modern gecomponeerde muziek met de intensiteit van een heavy metal-muzikant, headbangt zo’n beetje op de razendsnelle arpeggio’s, gebruikt zijn instrument soms percussief en laat hem dan weer piepen en knorren. Het is prachtig, en Batkovic pakt er de grote zaal al vroeg in de middag mee in.

Vervolgens loopt het programma van zaterdag nogal in de soep: door technische problemen begint Jo Goes Hunting bijna drie kwartier later dan gepland – en zelfs dan nog met slecht geluid. Die uitloop werkt door in de hele dag, en vrijwel elke band op het hoofdpodium excuseert zich voor foutjes en vertragingen. Zonde dat Klangstof daardoor z’n eerste Nederlandse festivalheadlineshow niet opstijgt, maar een beetje slordig speelt. Twee jaar geleden speelde de groep rondom Koen van de Wardt zijn allereerste show ooit op Grasnapolsky – kennelijk heeft de festivalprogrammeur Van de Wardt toen zelfs overtuigd een band te beginnen –, inmiddels is Klangstof geboekt voor grote Amerikaanse festivals Coachella, Sasquatch en Bonnaroo. Hun indiepopsongs schuiven vandaag wat verder op naar postrock, met lange uitwaaierende instrumentale breaks en galmende gitaren. Van de Wardt is inmiddels bovendien aardig in zijn rol als frontman gegroeid. Hij slaakt Balthazar-achtige kreetjes, met wat grootsere gebaren. Midden in de nacht doen ze nog eens een verrassingsshow op het bungalowpark, waar hij nog net even wat lekkerder gaat en zich zelfs een ‘skurt skurt’ laat ontvallen. 

Maar daarvoor moet eerst wel een pittige tocht worden doorstaan: door de flinke sneeuwbuien staat iedereen een a twee uur in de ijskou te wachten op de pendelbussen. Het is gelukkig geen chagrijnige maar juist een supergemoedelijke rij, waar met sneeuwballen wordt gesmeten en onbekenden beste vrienden worden. Eenmaal in de bus vraagt een aangeschoten jandoedel aan de chauffeur of hij misschien een liedje mag zingen? Om vervolgens in een lallende doch verrassend goede uitvoering van Frank Sinatra’s My Way uit te barsten over de overstuurde microfoon.

De zondag komt het Grasnapolsky-hoofdpodium wat beter tot zijn recht, en dat komt vooral door Afriquoi. Het is een Congolees-Gambiaans-Britse act die kora en wereldmuziek combineert met dance. Op plaat al op het randje van kitscherig, live gaan ze daar dik overheen met een goedkope housebeat, lelijke drum ’n bass en af en toe reggae en dancehall. Echt best lelijk, maar ze brengen precies het vrolijke vuur dat het festival kon gebruiken: een sitdown met de hele zaal? Tuurlijk! Met zijn allen heen en weer springen? Jazeker!

Daarna vallen ook Témé Tan – een veelbelovende songwriter uit Congo die aanstekelijke elektronische popliedjes maakt – en Her’s op. Twee guitige clowns uit Liverpool die heerlijke slackerpop spelen met jazzy akkoordjes, begeleid door lullige patronen op een drumcomputer. De zanger likt de hele tijd de sok rondom z’n microfoon, en uiteindelijk buitelen ze gebroederlijk over elkaar heen op het podium. 

In de Loods van Joost laat het Rotterdamse drietal The Sweet Release of Death ondertussen zien een van de fellere noiserockbands te zijn van Nederland, en even later ontstaat er in diezelfde loods een aardige pit bij de onstuimige garage-surf van Iguana Death Cult. Hun beste liedjes hebben refreinen die gewoonweg bestaan uit driemaal de oerkreet “AAAAAH!!!!”, en die brengen ook de oergevoelens bij het publiek naar boven.

Het festival eindigt op zondagavond aan de stemmige kant met eerst met de tedere elektronische folkliedjes van Luwten rondom zangeres Tessa Douwstra. Op momenten is haar muziek prachtig intiem, als een combinatie tussen Rhye en Feist, maar soms zwellen haar liedjes ook groots aan. De Canadees Andy Shauf sluit vervolgens het hoofdpodium af met zijn machtig mooie lichtsombere folkliedjes. Hij en zijn band stonden er al eens mee op Into The Great Wide Open. Nu heeft hij twee klarinetspelers meegenomen ter versterking, maar ook daarmee is de droefsnoet wel wat te introvert voor de headlinerpositie die hij heeft gekregen. 

Daarmee komt de vierde editie van het winterfestival ten einde. Sommigen pakken de bus naar Apeldoorn, anderen proberen nog maar eens een ranzige after te starten op het bungalowpark. Op momenten was Grasnapolsky dit jaar een beetje rommelig, maar desalniettemin is het festival een ontzettend charmante aanvulling in het Nederlandse muzieklandschap.